Igor Cornelissen (1935-2021): empathische einzelgänger voor wie kennis liefde was




‘Igor was een heerlijke reisgenoot”, vertelt Anke Manschot, sinds dertig jaar de partner van journalist en schrijver Igor Cornelissen. „Met hem was kwam je altijd in van die kleine mannetjes-cafés terecht, waar hij binnen de kortste keren vriendschap sloot met iedereen. Dan ging ik even een Portugees stadje in, kwam ik terug en zat hij met een groep zwervers om zich heen aan een fles wijn. Het was ergens een Einzelgänger, maar wel één die zich uitstekend in anderen kon verplaatsen.”Cornelissen, deze zaterdag op 85-jarige leeftijd overleden in zijn woonplaats Zwolle, was het type journalist bij wie persoon, werk en leven samenvielen. Met een onverzadigbare interesse, niet in ministers en burgemeesters – „die krijgen toch wel een biografie” – maar in de mensen die hij op straat tegen het lijf liep. Iedereen kon op een praatje rekenen. „En het verbluffende is”, zegt Manschot, „hij onthield het allemaal nog ook.”Die nieuwsgierigheid, de empathie en het geheugen leidden samen tot een oeuvre dat een kleine dertig boeken omvat. Een serie journalistieke memoires, ooit begonnen met het bekende Raamgracht 4, over de gloriejaren van weekblad Vrij Nederland. Maar evengoed biografieën en zelfs romans, waarin hij zich een betrokken waarnemer toont van zowel het literaire, het politieke als het journalistieke milieu van zijn tijd. Het Nederlandse communisme, de persgeschiedenis en Oost-Europa waren daarbij zijn grootste aandachtsgebieden, al stak hij ook zijn grote liefde voor jazz en pijp roken nooit onder stoelen of banken.Jazzorkest The Igoriginal HotshotsNa zijn periode bij Vrij Nederland schreef hij voor dagblad Het Parool, waar hij de Voetnoot-rubriek verzorgde. Daarin wisselde hij door hem uitgezochte wetenswaardigheden over vergeten figuren uit de geschiedenis af met anekdotes uit de persoonlijke sfeer. Zo kon hij innig en uitgebreid over zijn overleden kat schrijven. Cornelissen was geen journalist die het van primeurs moest hebben, maar hij kende onder vakgenoten een groot aanzien door zijn belezenheid en zijn netwerk. Collega-journalist Thijs Wierema weet nog goed hoe hij tegen hem opkeek, toen hij hem eind jaren tachtig voor het eerst zag met zijn jazzorkest The Igoriginal Hotshots, waarin hij piano en trompet speelde. „Hij was een bekend gezicht van Vrij Nederland, nou dat was wat. Als die krant op woensdag verscheen, stond je ’s ochtends in alle vroegte al op het station om een exemplaar te bemachtigen.” Door frequent cafébezoek van beiden raakten de twee bevriend. „Tot het laatst toe belden we elke week wel een paar keer om samen de wereld door te nemen. Altijd met een zekere opgewektheid. Zijn humor was ongeëvenaard. Echt Joods, vol zelfspot.”Dat Joods zijn heeft Cornelissens leven gestempeld. Zijn vader overleed toen hij veertien was. Zijn moeder had op een zus na iedereen verloren in de oorlog. Manschot: „Igor bleef alleen over, een jongen met alleen zijn moeder. Als ze bedroefd was, probeerde hij haar aan het lachen te krijgen. Zo kreeg hij later ook anderen aan het lachen.” Het is haast alsof hij de sfeer van verlies waarin hij opgroeide compenseerde als verzamelaar van werkelijk alles. „We hebben al die tijd een lat-relatie gehad”, vertelt Manschot. „Want ik kon niet wonen in zijn huis in Zwolle, al was het er wel gezellig. Het stond helemaal vol platen, cd’s en boeken. Maar ook met kruiden en sausjes, want als hij een ingrediënt uit een recept niet op voorraad had, dan moest en zou hij het halen. Ook al had hij maar een druppeltje nodig.”Vloggen over Van der LubbeIn zijn laatste jaren begon Cornelissen met plaatsgenoot Jaap de Jong een antiquariaat, ’t Wasdom. „Kennis betekende liefde voor hem,” zegt De Jong, en voor hem waren boeken de drager daarvan. Toch was hij ook niet wars van modernere media. De Jong haalde hem over om vlogs te maken – een week voor zijn dood sprak hij nog een uur over Marinus van der Lubbe – en kreeg hem zelfs op Twitter. De socialistische wereld waaruit hij kwam – tot 1971 was hij erkend trotskist – bestond allang niet meer, maar de maatschappij hield hem nog altijd bezig. „Hij zou Partij voor de Dieren hebben gestemd,” wist Anke Manschot. „Want ook van planten en dieren wist hij werkelijk alles. Als de oorlog er niet was geweest dan was ik bioloog geworden, zei hij vaak.”Maar door die oorlog moest Cornelissen van zichzelf gaan schrijven. En dat deed hij voortdurend, tot vlak voor zijn dood. „Hij is rustig, in zijn slaap, overleden. Zijn laatste maanden waren moeilijk. Het café miste hij ontzettend. En corona maakte hem bang. Zelfs voor mij, zijn geliefde. Op de zaterdag van zijn overlijden zou hij zijn tweede vaccinatie krijgen en daarna zouden we elkaar eindelijk weer zien. Daar keken we zó naar uit.”

Written by 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *