‘Ik ben geen aanklager. Ik leg de vinger op de zere plekken’




Het is ruim vijftig jaar geleden dat Willy Lindwer zijn eerste documentaire maakte, over de Tweede Wereldoorlog. Hij heeft sindsdien wel een aantal films over andere onderwerpen gemaakt, maar de Holocaust en de impact hiervan op de joodse gemeenschap zijn een rode draad in zijn oeuvre. Zijn grootste internationale succes was vermoedelijk De laatste zeven maanden van Anne Frank uit 1988, waarmee hij een Emmy Award won. Maar even trots is de regisseur op het Gouden Kalf dat hij zes jaar later kreeg voor de documentaire Kind van twee werelden.

Willy Lindwer
Foto Ilvy Njiokiktjien

„Ik was een pionier als het gaat om Holocaust-documentaires”, vertelt Lindwer (1946) per telefoon vanuit Jeruzalem, waar hij het grootste deel van de tijd woont. „Er waren in die tijd nog geen filmers die zich waagden aan dit soort onderwerpen. Er was bijvoorbeeld nog nooit concreet verteld hoe het Anne Frank verging na de inval in het Achterhuis. Datzelfde gold voor het verhaal van de vele joodse pleegkinderen van wie de ouders in de kampen waren vermoord, en het verhaal van de Joodse Raad. Dat lag allemaal nog veel te gevoelig.”
Er zijn anno 2021 nog steeds nieuwe verhalen te vertellen over de gevolgen van die gruwelijke periode, beklemtoont Lindwer. Momenteel werkt hij aan Verdwenen stad, waarin hij toont wat de impact is geweest van de massale deportaties van joden uit Amsterdam halverwege de oorlog. „Meer dan 80.000 joden werden tussen juli 1942 en september 1943 weggevoerd uit de stad, die daarna ‘Judenrein’ werd verklaard. Amsterdam is in die periode zijn joodse ziel verloren: iedereen zag dat het gebeurde, maar weinigen kwamen in actie tegen dit drama.”
Eind mei komt Willy Lindwer weer naar Nederland voor onderzoek en opnames. „Ik ben gevaccineerd dus kan relatief gemakkelijk heen en weer reizen. Hier in Israël kreeg het vaccineren hoge prioriteit; vrijwel alles is inmiddels weer open.” De film moet in première gaan bij de heropening van het Nationaal Holocaust Museum in Amsterdam, begin 2023.
Rutger Hauer als de SS’er Karl Fürgler in misschien wel zijn eerste filmrol. Een still uit een tot voor kort onbekende film van Willy Lindwer over de overval in 1944 op een distributiekantoor in Amersfoort. Beeld Willy Lindwer

De oorlog drong zich als onderwerp op aan de regisseur toen hij in de jaren zestig op de Filmacademie zat. „Ik heb veel familie verloren in de Holocaust, dus toen ik tijdens mijn studie een onderwerp zocht, diende dit thema zich vanzelf aan.” In die periode maakte Lindwer ook een korte film over een mislukte overval op een distributiekantoor in Amersfoort in februari 1944.
Een piepjonge Rutger Hauer speelde een gedeserteerde SS’er die een grote rol speelde bij de overval; het is waarschijnlijk de eerste filmrol van de inmiddels overleden acteur.
Rutger Hauer als de SS’er Karl Fürgler
„Niemand kende Rutger toen, we vonden de acteurs gewoon via de academie”, herinnert Lindwer zich. „De half uur durende film maakte onderdeel uit van een groter project over de Nederlandse politie in bezettingstijd. In die periode kwam aan het licht dat een Nederlandse agent na de overval verzetsstrijders had doodgeschoten; die rechtszaak werd toen breed uitgemeten in de kranten.”

Lees ook: Het testament van een Joodse jongen

Lindwer nam de filmblikken heel bewust mee naar huis toen hij klaar was met de Filmacademie. Hij acht de kans groot dat de beelden anders verloren waren gegaan: „Het archief daar was in die tijd totaal niet op orde.” Een deel van de beelden is deze week terug te zien in een theatercollege dat de Amersfoortse Bibliotheek Eemland heeft geïnitieerd voor een speciaal herdenkingsprogramma van de stad. De hele film wordt gerestaureerd door Eye Filmmuseum en zal deel uitmaken van een retrospectief dat eind 2021 gepland staat.

Ik ga door tot het bittere eind, tot ik fysiek niet meer in staat ben om vragen te stellen

Uiteindelijk besloot Lindwer zich toch te gaan specialiseren in non-fictiefilms; hij wilde de werkelijkheid vastleggen. De kracht van een goede documentaire schuilt in gedegen research en een eerlijke benadering, stelt de filmmaker met klem. „Zeker bij onderwerpen als de Holocaust moeten mensen die je vraagt te vertellen wat ze hebben meegemaakt, geloven dat je hun verhaal recht zal doen. In mijn geval heeft het zeker geholpen dat we dezelfde achtergrond delen.”

Zijn films beperken zich niet tot observeren, erkent hij. „Ik vertel een verhaal: ik vraag mij af hoe dit soort dingen konden gebeuren. Maar ik ben ook geen aanklager. Ik wil vooral de vinger op de zere plekken leggen.”
Lindwer werd onlangs 75 jaar oud; hij realiseert zich steeds meer dat hij nog maar een beperkt aantal films kan maken. Hij heeft zijn hele archief overdragen aan Eye, die het werk nu voor het retrospectief aan het bewerken en digitaliseren is. Tegelijkertijd is de regisseur drie kwart eeuw na de bevrijding alleen maar méér gedreven om door te gaan met het maken van films. „De laatste generatie die bewust die tijd heeft meegemaakt, kan het nu nog navertellen. De tachtigers die ik nu spreek voor Verdwenen stad waren in de oorlog kind. Ik wil dat ook hun verhalen bewaard blijven voor het nageslacht. Ik ga door tot het bittere eind, tot ik fysiek niet meer in staat ben om vragen te stellen.”

Nieuwsbrief
NRC Film

De beste filmstukken, interviews en recensies van de nieuwste films

Written by 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *