In Deense getto’s is het stigma onontkoombaar

In Deense getto’s is het stigma onontkoombaar

[ad_1]

Als Abdullahi Hassan (26) mensen ontmoet, zegt hij vaak niet dat hij in Tingbjerg woont. Te vaak leidde dat tot opgetrokken wenkbrauwen en afkeurende blikken, vertelt hij op zijn studentenkamer in een flat in de Kopenhaagse wijk. „Mensen zeggen er meestal niets van, maar je zíét dat ze een mening hebben. Daarom zeg ik vaak dat ik uit [de aangrenzende wijk] Brønshøj kom.”

Nieuwe Deense wet Asielopvang in ander land
Het Deense parlement stemde donderdag in met een wet die het mogelijk moet maken vluchtelingen die asiel aanvragen in Denemarken op te vangen in een ander land – waarschijnlijk ergens in Afrika. Als de aanvraag wordt goedgekeurd, mogen de migranten in dat gastland blijven; anders worden ze uitgezet.
Minister van Migratie Tesfaye stelt dat het plan „spontane asielaanvragen” moet verminderen. De Hoge Commissaris voor de Vluchtelingen heeft het plan afgekeurd en zegt dat het „indruist tegen de principes van internationale asielsamenwerking”. Amnesty noemt het voorstel „gewetenloos en mogelijk onwettig”.

Hassan – een goedlachse rechtenstudent van Somalische achtergrond – zit op zijn bureaustoel terwijl hij vertelt over het leven in Tingbjerg, een wijk die door de Deense regering wordt beschouwd als „harde getto”.
Het raam achter hem kijkt uit op de buurt die al bijna tien jaar zijn thuis is: de rechte straten, de huizen die stuk voor stuk uit geel baksteen zijn opgetrokken en de buurtbewoners die zich door de regen naar de Lidl op de hoek of het schoolgebouw haasten. Veel dragen een hoofddoek of een baard. In de wijk zijn opvallend veel bomen en grasveldjes; de straten zijn brandschoon.
De bevolking van Tingbjerg (6.300 inwoners) is heel divers, zegt Hassan. In de wijk wonen veel mensen uit Somalië en de Arabische wereld: een groot verschil met het overwegend witte dorp in Noord-Jutland waar hij opgeroeide. „In mijn jeugd kende ik weinig mensen met een zwarte huidskleur en waren mijn moeder en zussen ongeveer de enigen die een hoofddoek droegen. Daardoor was ik niet gewend om te gaan met mensen met dezelfde cultuur. Hier wonen heeft me minder verlegen gemaakt over mijn achtergrond.”
Hassan, wiens kamer is gevuld met boeken, van de economiebijbel van Thomas Piketty tot de Koran, vindt het relatief grote aantal buren met een migratieachtergrond „inspirerend”. Maar, voor de Deense regering is het juist een reden om Tingbjerg op haar gettolijst te plaatsen. Jaarlijks stelt het ministerie van Binnenlandse Zaken en Volkshuisvesting deze lijst op aan de hand van statistieken over het gemiddelde inkomen, het opleidingsniveau en werkloosheids- en criminaliteitscijfers. Als een buurt op twee graadmeters slecht scoort én meer dan 50 procent van de inwoners een niet-westerse achtergrond heeft, geldt die als getto. Wijken die meer dan vier jaar op de lijst staan – zoals Tingbjerg – worden harde getto’s genoemd. Op de jongste lijst staan vijftien wijken, waarvan dertien als harde getto.
Symbolisch instrument
Dit beleid werd in 2010 ingevoerd door de liberale regering-Rasmussen met het doel „parallelle samenlevingen” te bestrijden en integratie te bevorderen. In de eerste jaren was de lijst een symbolisch instrument, zegt huisvestingsexpert Troels Schultz Larsen via Zoom. „Politici gebruikten het vooral voor media-aandacht.”
Dit veranderde in 2018 met de invoering van het zogenoemde gettopakket. Sindsdien worden overtredingen in de wijken zwaarder bestraft dan elders, kan een huishouden uitgezet worden als één gezinslid iets strafbaars doet en moeten kinderen 25 uur per week naar de kinderopvang om Deense gebruiken te leren. Ook zijn er eisen voor nieuwe bewoners: zij mogen geen uitkering ontvangen, onlangs veroordeeld zijn of uit een niet-westers land komen.
Daar komt bij dat in 2030 niet meer dan 40 procent van alle woningen in de ‘harde’ getto’s sociale huurwoningen mogen zijn. Om dit te bereiken, worden delen van wijken gesloopt of omgebouwd en duizenden mensen uitgezet. Ook de huidige regering van sociaal-democraat Mette Frederiksen – die ondanks de linkse achtergrond van haar partij een keihard immigratie- en integratiebeleid voert – zet de getto-aanpak voort en scherpt de regels binnenkort zelfs verder aan. Deze herfst stemt het parlement waarschijnlijk in met een wet die regelt dat nog maximaal 30 procent van de inwoners van „getto’s” een niet-westerse achtergrond mag hebben – wat waarschijnlijk tot meer uitzettingen zal leiden.
De ghettolisten is zeer omstreden. Mensenrechtenexperts wijzen erop dat het beleid vooral gericht lijkt op niet-witte en islamitische Denen. Zo stellen experts van de Verenigde Naties dat het aanmerken van een wijk als ‘getto’ op basis van het percentage niet-westerse inwoners „ernstige bezorgdheid oproept over discriminatie op basis van ras, etniciteit en herkomst”. De gettowet zou bovendien xenofobe en racistische gevoelens in de samenleving aanwakkeren en de wijkbewoners stigmatiseren.
Lage verwachtingen
Dat stigma voelt Abdullahi Hassan, als hij vertelt dat hij in Tingbjerg woont. En hij is niet de enige. Zo vertelt Ronja El-Mir (26) terwijl ze schuilt voor de regen bij de groenteboer, dat ze merkt dat mensen lage verwachtingen van haar hebben omdat ze in Tingbjerg woont. „Terwijl ik perfect Deens spreek, verpleegkunde studeer, mijn man voor de universiteit werkt en we grote dromen hebben voor onze kinderen.”
De half-Libanese El-Mir – haar groene ogen steken af tegen haar zwarte hoofddoek en mondkapje – ervaart dat zij en haar familie harder geraakt worden door het stigma dan witte inwoners van Tingbjerg. „Wij worden als moslims en immigranten over één kam geschoren met mensen die geen Deens spreken en niet studeren.” Dat wringt omdat El-Mir nooit ziet dat witte Denen als groep worden aangesproken op wangedrag van individuen.
Muhammad, een vader van drie kinderen die zijn achternaam niet wil delen, vindt dat „de regering alle inwoners van onze wijk een slecht beeld geeft, terwijl een kleine groep zich misdraagt”. Hij vertelt bij de ingang van de Lidl fluisterend door zijn mondkapje dat hij een diepe schaamte voelt door de ghettolisten en het liefst zou verhuizen, onder meer omdat hij bang is voor stigmatisering van zijn kinderen.
Critici zien ook meer tastbare problemen. Omdat de gettolijst is gebaseerd op etniciteit, worden minderheidsgroepen harder geraakt door de regels. Vooral (de dreiging van) uitzetting kan grote gevolgen hebben, zegt Schultz Larsen. „Mensen met een lagere positie op de sociale ladder zijn meer afhankelijk van hun lokale sociale netwerk: de buurvrouw die even op de kinderen past of de buurman die een kopje suiker uitleent.” Met een huisuitzetting kan dat in een keer wegvallen, sociale isolatie ligt daarna op de loer.
Schultz Larsen vreest bovendien dat de onzekerheid en de slechte reputatie van de wijken ertoe zullen leiden dat mensen die de middelen hebben om te verhuizen – zoals jonge gezinnen en hoogopgeleiden – vertrekken waardoor de wijk verder achteruit gaat. Hierdoor kunnen buurten positieve rolmodellen, zoals Hassan, verliezen.
Sowieso is het volstrekt onduidelijk wat het langetermijneffect van het gettobeleid zal zijn, stelt Kristian Nagel Delica, onderzoeker op het gebied van stedenstudies. Hij spreekt van een „sociaal experiment”. „Niet eerder is er op zo’n grote schaal ingegrepen op de markt voor sociale huurwoningen als in Denemarken. Ook in het buitenland is geen eenduidig bewijs te vinden dat dit soort beleid leidt tot een functionerende, sociaal gemengde buurt.”
Sinds de eerste gettolijst is het aantal wijken erop wel afgenomen, ook is een daling te zien op het gebied van veroordelingen en werkloosheid. Maar volgens Nagel Delica is niet met zekerheid te zeggen of dit komt door het beleid of door bijvoorbeeld lokale sociale projecten.
Verrechtst politiek landschap
Wat wel duidelijk is, is dat het uitzetten van mensen sociale problemen niet oplost. „Je krijgt een waterbedeffect: problemen als werkloosheid worden verspreid over een groter gebied, maar blijven bestaan.” Nagel Delica en Schultz Larsen pleiten voor lokale projecten om specifieke problemen op te lossen, in plaats van een generieke oplossing voor alle wijken.
De kritiek op het gettobeleid klinkt breder in de samenleving. Er wordt geregeld tegen gedemonstreerd en ruim 50.000 mensen ondertekenden een burgerinitiatief dat inmiddels is behandeld in het parlement. Inwoners van een andere Kopenhaagse getto, die uitgezet dreigen te worden, hebben ook een rechtszaak aangespannen tegen de regering – wanneer die dient is nog niet bekend.
Maar vooralsnog krijgen de critici weinig voor elkaar: de regels blijven én worden dus steeds strenger. De getto-aanpak past in een bredere verschuiving naar rechts die de Deense politiek al decennia doormaakt. Sinds het begin van de eeuw winnen extreem-rechtse partijen terrein en zijn tientallen wetten ingevoerd om immigratie te beperken, vluchtelingen aan te moedigen te vertrekken en integratie af te dwingen.
Inmiddels is de verrechtsing doorgesijpeld in de partijprogramma’s van centrum-rechtse en ook linkse partijen zoals de Sociaaldemokraterne van premier Frederiksen. Niet alleen kiest zij ervoor omstreden wetten als het boerkaverbod en de gettowet te behouden, ook voert haar regering gesprekken met Afrikaanse landen om daar asielzoekers te huisvesten en streeft ze naar een volledige immigratiestop. Ook trok Denemarken onlangs de verblijfsvergunning van honderden Syriërs in.
Dat er kritiek is op het beleid, wil niet zeggen dat er geen problemen zijn in de wijken op de lijst. Zo is El-Mir tweemaal beroofd – een keer in Tingbjerg en een keer in een andere wijk op de lijst; zag Muhammed meerdere keren dat er vuilnisbakken in brand waren gestoken; en weet Hassan van groepjes jongens die waarschijnlijk drugs dealen. En hoewel Tingbjerg overdag rustig oogt, is er ’s avonds geregeld geschreeuw op straat en komt de politie vaak langs. Veel bewoners zeggen liever in een meer etnisch gemêleerde wijk te wonen – uit onderzoek blijkt dat dit sentiment breder leeft.
Sommige gevolgen van de gettowet worden daarom wel degelijk gewaardeerd door de bewoners van Tingbjerg. Zo is een deel van de wijk opgeknapt en is er een nieuwe bibliotheek en supermarkt. Verder vindt een deel van de bewoners het fijn dat de regering heeft aangekondigd dat het woord „getto” uit de juridische teksten wordt geschrapt omdat dat te stigmatiserend zou zijn.
Hassan betwijfelt of verandering in woordkeuze voor hem verschil zal maken. „Iedereen van mijn leeftijd kent Tingbjerg gewoon als getto”, zegt hij schouderophalend. Wel denkt hij dat de naamswijziging op lange termijn verschil kan maken. Misschien leidt het er zelfs toe dat zijn jongere broertjes wél met trots zullen zeggen dat ze in Tingbjerg wonen.

Natasa Zelcev (32) is in opleiding tot lerares

„Toen ik in 2018 een studentenkamer kreeg toegewezen in Tingbjerg, dacht ik dat ik binnen een half jaar weer weg zou zijn. Door verhalen in de media had ik een duister beeld van de wijk, ook mijn vriend en familieleden dachten dat het niets zou zijn. Maar toen ik hier kwam wonen zag ik hoe groen het is en hoe aardig de mensen zijn. Ook is de wijk een stuk opgeknapt sinds ik hier woon. Inmiddels zeg ik met trots dat ik in Tingbjerg woon, ook om het imago van de wijk te verbeteren.”
Andreas Røhne-Hamsin (27) is wiskundestudent

„In de zomer ben ik afgestudeerd en dan moet ik uit mijn studentenkamer. Ik zou daarna graag in Tingbjerg blijven wonen, maar de kans is groot dat ik niet meteen na mijn afstuderen een baan vind en als ik werkloos ben mag ik hier door de gettoregels niet blijven. Mijn vriendin zou hier niet willen wonen, zij voelt zich vaak onveilig. Het gettobeleid heeft geen enkele invloed op mijn zelfbeeld, maar ik denk dat dit anders zou zijn als ik hier was opgegroeid of geen witte huidskleur had.”

Een versie van
dit artikel
verscheen ook in

NRC Handelsblad
van 5 juni 2021

Een versie van
dit artikel
verscheen ook in

NRC in de ochtend
van 5 juni 2021

[ad_2]

admin

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *