Jan Tinbergen hield niet van biefstuksocialisme




Met een Moniac is het leuk spelen. Het acroniem staat voor Monetary National Income Analogue Computer en wie naar het Theil-gebouw van de Erasmus Universiteit in Rotterdam gaat, kan één van de veertien bestaande exemplaren bekijken. Met behulp van water dat door een hydraulische systeem stroomt, maakt dit apparaat duidelijk hoe de economie van een land werkt. Door schuiven te bewegen die variabelen representeren als belastingen, investeringen en overheidsuitgaven wordt inzichtelijk hoe deze factoren op elkaar inwerken. „Zo’n Moniac geeft goed aan hoe Jan Tinbergen de economie zag: als een systeem dat je kon besturen door aan de juiste knoppen te draaien”, zegt Erwin Dekker.

CV Culturele economie
Erwin Dekker (1984) is historicus van het economisch denken, en docent culturele economie aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam. Eerder had hij een aanstelling bij de George Mason University in de Amerikaanse staat Virgina, waar hij The Viennese Students of Civilization publiceerde, een studie over Oostenrijkse economen in het interbellum.

Dekker is universitair docent economie aan de Erasmus Universiteit. Van zijn hand verscheen deze maand Jan Tinbergen. Een econoom op zoek naar vrede, een biografie van de Nederlandse wetenschapper die in 1969 de eerste Nobelprijs voor Economie kreeg. Tinbergen (1903-1994) is, volgens Dekker, „één van de tien belangrijkste economen van de twintigste eeuw”, in wiens leven echter ook een zekere tragedie te bespeuren valt.
Tinbergens gereken aan de economie gaf lang niet altijd de resultaten waarop hij had gehoopt. Economische vooruitgang leidde tot hogere levensstandaarden en consumentisme, maar niet tot de gehoopte waardering van cultuur en minder conflict in de wereld. Voor een man die leefde als een monnik – hij dronk niet, rookte niet en werkte onophoudelijk – was dat teleurstellend. Het verklaart waarom hij zich later vooral bezighield met ontwikkelingseconomie.
Tinbergen studeerde in Leiden onder de beroemde natuurkundige Paul Ehrenfest. Welke gevolgen had dat voor de manier waarop hij later met behulp van modellen de economie ging beschrijven?
„Als mens was zijn studietijd heel belangrijk voor Tinbergen. Hij kwam uit een heel culturele, talige familie, waarin hij een buitenbeentje was. Het werk bij Ehrenfest gaf hem het zelfvertrouwen om zijn talenten te ontwikkelen. Inhoudelijk was de invloed verrassend klein. Ehrenfest was een wetenschapper van het type Einstein, voor wie intuïtie en inspiratie een belangrijke rol speelde. Hij verzamelde de knapste koppen om zich heen en hoopte zo tot nieuwe inzichten te komen. Tinbergen was niet voornamelijk geïnteresseerd in fundamentele waarheden: hij wilde de economie kunnen besturen.”

Economen spiegelden zich aan astronomen, die de baan van de sterren vastlegden

Tinbergen stond aan de wieg van het vakgebied van de econometrie. Hoe is dat ontstaan?
„In de jaren twintig van de vorige eeuw wilde men zo goed mogelijk beschrijven wat er in een economie gebeurde. Soms was het eb, soms was het vloed: hoe zag dat eruit? Economen spiegelden zich aan astronomen, die de baan van de sterren vastlegden. Er zat een regelmaat in de economie die ze wilden ontdekken.
„In de jaren dertig gingen ze een stapje verder. Toen begonnen economen met het bouwen van modellen die het verloop van die getijden moesten voorspellen: wat waren de oorzaken van eb en vloed? Dat waren fenomenen als investeringen, besparingen en loonhoogte, zo leek het.
„Tinbergen was een van de wetenschappers die in de jaren vijftig de laatste stap zetten: zij wilden eb en vloed ook beïnvloeden. Tinbergen slaagde erin een model te bouwen waarmee met behulp van wiskundige formules kon worden uitgerekend welke gevolgen beleidsinterventies hadden: wat gebeurt er als de overheid de belastingen verlaagt, wat als er een loonstop komt? Dat soort modellen staat tot op de dag van vandaag centraal in ons economisch beleid.”
Was er kritiek op die modellering?
„Jazeker, de Amerikaanse econoom Robert E. Lucas wees er bijvoorbeeld op dat de modellen ervan uitgingen dat burgers hun gedrag niet zouden aanpassen als de overheid haar beleid veranderde. Tinbergen dacht dat experts altijd betere informatie hadden dan de rest van de bevolking. Zijn critici vonden dat fundamenteel onjuist: het was democratischer om iedereen te laten beschikken over de beste informatie. Maar ja, wat krijg je dan? Dat de vakbond vast looneisen gaat stellen vanwege de inflatie van volgend jaar. Dat maakt het gecompliceerd.”
Hij was lid van de Arbeiders Jeugd Centrale, een socialistische jeugdbeweging, en is zijn hele leven trouw gebleven aan de PvdA. Wat hoopte Tinbergen te bereiken als econoom?
„Kort en goed: een betere wereld. Dat was een wereld waarin arbeiders meer te besteden hadden, een wereld waarin mensen niet in armoede hoefden te leven, een wereld waarin mensen zinvol werk konden doen. Als de economie optimaal functioneerde, was dat doel te bereiken, dacht hij.
„Vanaf medio jaren vijftig begon hij zich zorgen te maken. Hij klaagde toen al over de decadentie van de Nederlandse arbeiders, en het oprukkend materialisme. Hij nam het woord ‘biefstuksocialisme’ in de mond. Let wel, dat was dus terwijl de Werkloosheidswet (WW) pas in 1949 was ingevoerd en de Algemene ouderdomswet (AOW) in 1956. Dat zijn voorzieningen die we nu beschouwen als basisvoorwaarden voor een menswaardig bestaan.

Je zou kunnen zeggen dat de rekenaars het gewonnen hebben

„Vanaf dit moment gaat Tinbergen zich dan ook meer bezighouden met de economie van ontwikkelingslanden, niet alleen als wetenschapper maar ook als adviseur. Dat leverde resultaten op waarmee hij wat kon: minder kinderen die dood gingen van de honger in plaats van de aanschaf van een tweede televisie.”
De opkomst van het neoliberalisme van Thatcher en Reagan en vooral de ‘Derde Weg’ van Kok en Blair zou hem vast een gruwel zijn geweest.
„Dat denk ik wel, ja. En wat nou het wrange is: misschien heeft de wetenschap die hij ontwikkeld heeft daaraan bijgedragen. Tinbergen was iemand van het traditionele verheffingsideaal – het actief meenemen van de minderbedeelden naar een betere wereld. Hij dacht dat je daar met rekenen vanzelf zou komen. Maar is het niet zo dat die focus op cijfers júíst de bijl heeft gezet aan de wortels van het socialisme?
„Je zou kunnen zeggen dat de rekenaars het gewonnen hebben. De overheid, ook de sociaal-democratische partijen, vond dat de markt het best in staat was om de economie zo doelmatig mogelijk in te richten. Daar zaten immers de rekenaars die – op jacht naar winst – voor de meest efficiënte bedrijfsvoering zouden zorgen.
„Veel staatsbedrijven werden geprivatiseerd en er kwam meer ruimte voor marktwerking in de zorg en de woningmarkt. Dit wordt vaak neoliberalisme genoemd, een ideologie die verweten wordt dat ze de economie depolitiseert, sterk van bovenaf stuurt en daardoor weinig democratisch is. Maar het was de generatie beleidsexperts van Tinbergen die ervoor had gezorgd dat de economische deskundigen zo belangrijk en machtig waren geworden. Het idee dat beleid kon worden ingezet om de economie de gewenste richting in te sturen bleef, maar die richting was niet langer die van Tinbergen.”

Written by 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *