Jehova’s Getuigen Nederland probeert getuigenissen te bemachtigen van (ex-)leden over misbruik




De Jehova’s Getuigen Nederland is een bezwaarprocedure begonnen bij de Universiteit Utrecht, in een poging getuigenissen in handen te krijgen van (ex-)leden over seksueel misbruik binnen de gemeenschap. Dat bevestigt zowel de universiteit als een woordvoerder van de Jehova’s Getuigen maandag na berichtgeving van Trouw. Volgens de gemeenschap gaat het om „meer soorten documenten”. De universiteit heeft eerder gezegd niet van plan te zijn de getuigenissen vrij te geven, via deze procedure proberen de Jehova’s Getuigen dit alsnog af te dwingen.
In opdracht van het ministerie van Justitie en Veiligheid deed de universiteit in 2019 onderzoek naar de manier waarop Jehova’s Getuigen Nederland incidenten met misbruik intern afhandelde. Daaruit bleek dat honderden mensen intern melding deden van misbruik in hun kinderjaren. In de helft van de gevallen ging het om incest. uit een rapport van januari 2020 bleek dat er vervolgens weinig met deze meldingen werd gedaan; aangifte bij de politie gebeurde maar in een kwart van de gevallen en de gemeenschap bood geen slachtofferhulp aan.
Het bestuur van Jehova’s Getuigen probeerde de publicatie van het onderzoek afgelopen jaar tot aan het gerechtshof tegen te gaan. Dit is niet gelukt. Nu hoopt de religieuze organisatie inzage te krijgen in de afgenomen gespreksrapporten. Dat probeerde zij afgelopen weken eerst te bewerkstellingen via de Wet openbaarheid van bestuur, zowel bij het ministerie als bij de universiteit. Beide wilden toen maar een beperkt deel van de documentatie delen, in een poging de (ex-)leden te beschermen. Als de nu ingediende bezwaarprocedure ook niets uithaalt, kan de organisatie nog naar de rechter stappen.
Privacy
Volgens hoofdonderzoeker Kees van den Bos is het onwenselijk dat de gemeenschap inzicht krijgt in het onderzoek, omdat zo kan worden achterhaald wie met de universiteit heeft gepraat. Een woordvoerder van de gemeenschap spreekt dit tegen en benadrukt dat de gespreksrapporten in lijn met de Europese privacywetgeving zijn geanonimiseerd. Volgens Van den Bos is dat niet genoeg om de privacy van de respondenten te waarborgen. „Ze hebben in eigen bewoordingen gerapporteerd wat ze hebben meegemaakt. Als je meerdere antwoorden van een persoon op een rijtje zet, heb je in zo’n kleine gemeenschap snel het vermoeden om wie het gaat.”
Van den Bos vindt het teleurstellend dat het bestuur van de Jehova’s Getuigen op deze manier reageert op het onderzoek, „in plaats van dat ze hun verantwoordelijkheid nemen”. „De universiteit zou graag met hen en de slachtoffers samenwerken om te kijken hoe er geleerd kan worden van de gebeurtenissen binnen de gemeenschap”, zegt hij. Afgelopen week vond een hoorzitting plaats tussen de twee partijen naar aanleiding van de bezwaarprocedure. De universiteit moet binnen drie weken met een reactie komen.

Lees ook: Bestuur Jehova’s Getuigen: ‘We worden afgeschilderd als een paradijs voor pedofielen’

Written by 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *