Jeroen Brouwers wint Libris Literatuur Prijs met Cliënt E. Busken

Jeroen Brouwers wint Libris Literatuur Prijs met Cliënt E. Busken

[ad_1]


De roman Cliënt E. Busken van Jeroen Brouwers is bekroond met de Libris Literatuur Prijs 2021. Dat maakte de voorzitter van de jury, PvdA-politica Lilianne Ploumen, maandagavond bekend in een rechtstreekse uitzending van Nieuwsuur. De belangrijkste jaarlijkse Nederlandse romanprijs, die steevast een bestseller oplevert, behelst een bedrag van vijftigduizend euro.
Brouwers, die met zijn 81 jaar de oudste winnaar is in de geschiedenis van de prijs, schreef een roman als een „verslavend taalcircus”, aldus de jury. De roman is „een ware krachttoer, hilarisch, ontroerend, griezelig en ontluisterend tegelijk”.
Cliënt E. Busken is de interne monoloog van een oude man, de titelfiguur, die, incontinent en bevend en vastgebonden in een rolstoel, opgesloten zit in een verzorgingstehuis. Hij zwijgt tegen zijn omgeving, die hem als kinds ziet – een lot dat zijn grote woede wekt: ‘Mij vervult het allemaal met aan braakselopstuwing grenzende weerzin.’ Vanbinnen, in zijn hoofd, vlamt de taal nog: formulerend kan hij tonen wat hij nog waard is. Maar gaandeweg groeit het lezerswantrouwen over wat hij te berde brengt: is hij wel wie hij snoeverig stelt te zijn, ‘een geletterde met een welhaast religieus taalbesef en een woordenvariëteit als een bloementuin’? Met zijn taalcapriolen, die evengoed kunstig als warrig zouden kunnen zijn en waarin je ook verhaspelingen zou kunnen herkennen, lijkt Busken ook de macht over de taal te verliezen: ‘Sta eindelijk eens stil, gedachtecarrousel. Als vonkjes rondvliegende gedachtetjes, ingevinkjes, flakkerinkjes over het denkveld, die me afleiden van filosofische gepeinzen.’
Slotakkoord
Die diepte van de taal, met een onbetrouwbare verteller die de lezer bij de les houdt, geeft het relaas behalve grote stilistische kracht ook een ontroerende tragiek – omdat hij in feite ‘zo verknipt is als een zak confetti’. De verwoesting die de voortschrijdende ouderdom aanricht, vangt Brouwers in zijn „schitterende stijl, met zijn uitzonderlijke, begoochelende beheersing van onze taal”, aldus de jury.

Lees ook de NRC-recensie: Jeroen Brouwers’ slotakkoord is groots en fenomenaal vurig

De bekroning kan ook gezien worden als een prijs voor een oeuvre, waarvan dit het aangekondigde slotakkoord is – maar ook omdat in Cliënt E. Busken zo veel van Brouwers’ literatuuropvatting en thematiek terugkeert, en de stijl tegelijk tot het uiterste wordt gedreven én geperfectioneerd. Er is een onverteerbare doodsdreiging, een moeizame verhouding tot vrouwen, er zijn warrelende herinneringen, een Indisch trauma – en alles wordt gevat in even muzikale als gebeeldhouwde taal. „Ik wil taalmuziek creëren”, is Brouwers’ al decennia geleden geformuleerde motto, en na literaire fuga’s en symfonieën is zijn nu bekroonde werk een literaire pendant van ‘eigentijds klassiek’. Wetende dat dit zijn laatste roman zou worden, wilde de 81-jarige Brouwers zijn oeuvre afsluiten met „iets merkwaardigs, iets experimenteels”, zei hij onlangs tegen NRC. Deze voortdenderende monoloog, van wilde en intussen zeer beheerste taal: in Brouwers’ oeuvre is het vernieuwend en past het tegelijk naadloos.

Onalledaagse taal
In de literaire media werd de afgelopen dagen vooral gezinspeeld op een overwinning van Marieke Lucas Rijneveld, vorig jaar winnaar van de International Booker Prize (voor de Engelse vertaling van De avond is ongemak) en nu genomineerd met de roman Mijn lieve gunsteling. Evengoed komt de bekroning van Brouwers allerminst onverwacht: in recensies en jaaroverzichten werd Cliënt E. Busken al hooglijk geprezen, als een uitzonderlijk werk; in NRC heette het „groots en meeslepend, én zo hartverscheurend als een relaas van een woedende man maar kan worden” (vijf ballen).
Dat de jury – die naast Ploumen bestond uit de critici Judith Eiselin (NRC), Maarten Moll (Het Parool), schrijver Johan Fretz en letterkundige Yves T’Sjoen – ervoor koos de taalvirtuositeit te laten prevaleren, ligt ook in lijn met de literaire smaak waarvan de shortlist al blijk gaf. De genomineerde romans van Rijneveld en ook Erwin Mortier (De onbevlekte) en Simone Atangana Bekono (Confrontaties) verraadden al een voorkeur voor rijke, lyrische, onalledaagse taal. Tegelijk werden alle genomineerden, uit het sterke romanjaar 2020, kansrijk geacht: het experimentele Wij zijn licht van Gerda Blees werd al bekroond met de Boekhandelsprijs en het ontroerend geestige De Saamhorigheidsgroep van Merijn de Boer ontving onlangs de BNG Bank Literatuurprijs.
De Librisjury liet zich uiteindelijk ook niet weerhouden door de overweging dat het aantal vrouwelijke winnaars van de prijs zeer klein is (drie, in zevenentwintig jaargangen), waar vorig jaar de uitverkiezing van Sander Kollaard (Uit het leven van een hond) nog om bekritiseerd werd. Cliënt E. Busken is volgens de jury „de ultieme beheersing van ongeremdheid. De jury van de Libris Literatuur Prijs 2021 kon en wilde daar niet omheen.”

[ad_2]

admin

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *