Kansencrisis in het onderwijs? Eerder een kwaliteitscrisis




‘De kansencrisis in het onderwijs’, het is een van de vaste soundbites van D66-leider Sigrid Kaag op dit moment. Tijdens de laatste Kamerdebatten gebruikte zij hem een aantal keren, meestal als derde politieke prioriteit van haar partij: corona, het klimaat en ‘de kansencrisis in het onderwijs’.
Sezgin Cihangir is directeur van het Nederlands Mathematisch Instituut, een particuliere onderwijsinstelling.
Ik vroeg mij af wat ze precies bedoelde. „Lege marketingtaal”, aldus een twitteraar. „Een instant jeukwoord”, twitterde een ander. Ton van Haperen, onvermoeibaar pleitbezorger voor beter onderwijs, schreef: „Kansencrisis betekent dat je de tv-serie Klassen gezien hebt. Mooi beeld, goed verteld, armoedige analyse. Want ja, slecht onderwijs treft vooral de onderkant.” De documentaireserie Klassen liet van dichtbij zien wat we als abstractie allemaal wel weten: succes in het onderwijs gaat niet alleen om talent, secundaire factoren spelen sterk mee – motivatie, werkhouding, thuissituatie, sociale omgeving. Onlangs bracht de Volkskrant een groot stuk over dit onderwerp. Hoe hoger de opleiding en het inkomen van je ouders, hoe hoger je schooladvies, ongeacht je testscores. En omgekeerd: hoe lager de opleiding en het inkomen van je ouders, hoe lager je advies. Zo worden kinderen ‘ondergeadviseerd’ of juist ‘overgeadviseerd’. Beide leiden tot frustratie: je hebt meer potentie, maar de weg wordt versperd; of je kunt het niveau niet aan en je faalt.Verheffing via onderwijsIs dat de ‘kansencrisis’ in het onderwijs? Als je schooladviezen louter baseert op Cito-scores zou ongeveer 10 procent van de kinderen uit lagere inkomensgroepen niet naar het vmbo gaan, maar naar havo of vwo, blijkt uit onderzoek. Of zij het ook hálen is een andere zaak. Dat ‘onderadvies’ kan gebaseerd zijn op vooroordelen, maar evengoed op een scherp inzicht in de prognose van een leerling. Een deel van de te laag ingeschaalden klimt later alsnog omhoog, een deel gaat ‘verloren’. Althans, als je ervan uitgaat dat mensen die hun opleidingspotentieel niet vervullen, zichzelf en de samenleving te kort doen. Ik ken genoeg laagopgeleide mensen die hadden kunnen doorleren en toch ontwikkeld en gelukkig zijn.Maar ook de verheffende werking van onderwijs ken ik maar al te goed. Ik kwam op mijn achttiende als een Koerdische jongen uit Turkije, mijn familie achterlatend, naar Nederland en verbleef hier een lange tijd zonder verblijfsvergunning. Dat noemt men nu ‘illegaal’. In afwachting van een verblijfsvergunning ging ik naar de Vrije Universiteit, zonder geld, zonder studiefinanciering – niets. Maar meerdere studentendecanen deden hun best om het mogelijk te maken dat ik studeerde, inclusief emotionele steun en de financiële middelen uit noodfondsen. Ik studeerde, promoveerde en begon een instituut voor wat in Nederland ‘bijles’ wordt genoemd maar wat ik zelf liever omschrijf als een ‘onderwijsschadeherstelbedrijf’.

Lees ook: Wat scholen kunnen leren van bijlesinstituten en privéscholen

Daardoor zie ik nu tien jaar van dichtbij, elke dag weer, hoe je kansarme kinderen de reken- en taalvaardigheden kunt bijbrengen die zij nodig hebben om iets van hun leven te maken. Het reguliere onderwijs slaagt daar steeds minder in. Vorig jaar haalde 53 procent van de basisschoolleerlingen de wettelijk gestelde streefniveaus voor rekenen niet; dit jaar, blijkt uit de laatste cijfers, is dat percentage gestegen naar maar liefst 66. Tweederde van de Nederlandse kinderen verlaat de basisschool als laaggecijferde. Een hogere vorm van onderwijs volgen wordt dan wel heel moeilijk. Sterker: je kunt niet eens een bijsluiter ontcijferen of controleren of je kassabon wel klopt. Als zij dit niet later op eigen kracht bijspijkeren, zijn zij voor de rest van hun leven beperkt. Hard gezegd: tweederangsburgers.Beperkte mogelijkhedenDe discussie op Twitter over die ‘kansencrisis’ van D66 nam een grappige wending. „Gaat het in het onderwijs niet meer om mogelijkheden dan om kansen”, vroeg iemand. „Niet elke mogelijkheid is een kans, weten voetballiefhebbers”, reageerde iemand anders. Auke Kok, voetbalhistoricus en NRC-columnist, legde uit wat daarmee bedoeld wordt. De nuance kans/mogelijkheid werd geïntroduceerd door Louis van Gaal. „Iets wat in een goal zou kúnnen uitmonden is een mogelijkheid. Iets wat eigenlijk benut zou móeten worden is een kans. Een mogelijkheid kun je niet missen, een kans wel.” Met andere woorden: eerst de mogelijkheid, dan de kans.

Praat mee met NRC

Onderaan dit artikel

kunnen abonnees reageren.

Hier leest u meer over reageren op NRC.nl
.
In het onderwijs is het ook zo. De kansen om een hogere opleiding te volgen zijn misschien niet helemaal zuiver verdeeld, maar aan mogelijkheden schort het nog veel meer. Vergelijk het percentage mogelijk te laag geadviseerde leerlingen eens met die schrikbarende percentages voor laaggecijferdheid en laaggeletterdheid. Dan zijn die laatste twee overduidelijk een veel groter obstakel voor kinderen om hun potentiële niveau te behalen dan die eerste. Zoals wij in onze praktijk zien, elke dag weer, kun je elk kind goed leren lezen en rekenen. Echt: elk kind! Daar zijn eenvoudige, effectieve methoden voor die wij toepassen, en die op de meeste basisscholen helaas zijn vervangen door methoden die niet werken. Omdat ‘mechanisch’ rekenen en vaardigheden automatiseren taboe zijn verklaard. Of omdat kinderen ‘zelfontdekkend’ moeten leren, een eufemisme voor: aan hun lot overgelaten worden. Slecht onderwijs, dat, zoals Van Haperen stelt, vooral de ‘onderkant’ benadeelt. Daarom haalt 66 procent de wettelijk gestelde streefniveaus voor rekenen niet en 72 procent niet voor schrijven. Los van hun ‘kansen’ hebben zij niet eens de mogelijkheid om ooit goed verder te leren. Naar aanleiding van het woensdag gepubliceerde Staat van het Onderwijs van de Onderwijsinspectie, dat opnieuw dalende niveaus signaleert, klinkt de roep om toezicht en regulatie van de onderwijsschadeherstel-branche, suggestief het ‘schaduwonderwijs’ genoemd. Alsof het iets duisters is. De roep om een ‘keurmerk’ of iets dergelijks tekent zich al af, en veel nieuwe regels en voorschriften. Ik geloof niet dat deze pijnlijke percentages op die manier te keren zijn, tenzij het basisonderwijs teruggaat naar de basis en afscheid neemt van goedbedoelde maar ineffectieve werkwijzen. Het zogeheten ‘realistisch rekenen’, een belangrijke boosdoener, is op 95 procent van de basisscholen de gehanteerde rekendidactiek! Dát is de crisis van ons onderwijs. Daar zit de gigantische, structurele verspilling: de honderdduizenden laaggeletterden en laaggecijferden die elk jaar weer van de basisschool komen. Dat is geen ‘kansencrisis’, dat is een mogelijkhedencrisis. Een kwaliteitscrisis. Heeft Onderwijspartij D66 dáár een plan voor?

Written by 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *