Kinderombudsvrouw: kinderen ‘uit de kast duwen’ is rechtenschending




Kinderen dwingen om voor hun seksuele geaardheid uit te komen, zoals op de Gomarus Scholengemeenschap in Gorinchem is gebeurd, is een grove schending van hun rechten. Dat zegt Kinderombudsvrouw Margrite Kalverboer zondag. „In het onderwijs moet het belang van het kind altijd voorop staan. Ook op gelovige scholen. Ze dwingen tot een ongewilde uiting van hun seksuele identiteithoort daar echt niet bij.”
NRC sprak met meerdere oud-leerlingen van de Gomarus, die vertelden hoe ze door medewerkers van de school gedwongen werden voor hun seksuele geaardheid uit te komen tegenover hun ouders en medeleerlingen. Op de reformatorische scholengemeenschap wordt homoseksualiteit door sommigen gezien als een zonde. Volgens Kalverboer is bij de incidenten op de school de kern van het kinderrechtenverdrag geschonden. „Ouders mogen hun kinderen in principe opvoeden zoals ze willen, maar kinderen hebben het recht om zich zo breed mogelijk te kunnen ontwikkelen en om hun eigen identiteit te vormen. Dat recht is hier duidelijk geschaad.”
In artikel 23 van de Nederlandse grondwet is de vrijheid van onderwijs vastgelegd, dat religieus onderwijs mogelijk maakt en dat ouders de vrijheid geeft om hun kinderen naar een school met religieuze inslag te sturen. Kalverboer benadrukt dat ook religieus onderwijs aan het kinderrechtenverdrag gebonden is. „De rechten van een kind gaan boven die van een school. Ik kan me indenken dat een school zegt ‘dit strookt niet met onze waarden’, maar help zo’n kind dan een andere school te vinden als een kind dat wil, in plaats van het kind te dwingen zijn of haar identiteit te ontkennen of vervormen. Als het kind op dezelfde school wil blijven, ondersteun het dan in zijn of haar identiteitsvragen. En betrek daar, als het kind dat wil, de ouders erbij.”
Breed onderzoek
Kalverboer is niet verbaasd over de incidenten op de school, waar NRC dit weekend over berichtte. „Hooguit dat kinderen gedwongen worden uit de kast te komen, meestal moeten ze er juist in blijven.” Bij de Kinderombudsvrouw komen vaker klachten binnen over de omgang van strenggelovige scholen met kinderen die een geaardheid hebben die binnen bepaalde religies moeilijk ligt. Ze vindt het daarom goed dat er onderzoek naar het handelen van de school wordt gedaan, maar pleit er daarnaast voor dat er breder naar dit probleem gekeken wordt. „Er zijn veel meer scholen waar dit soort dingen gebeuren, niet alleen op christelijke scholen, ook op bijvoorbeeld islamitische scholen speelt dit. Het moet veel breder onderzocht worden dan alleen op deze school.”
Het Verdrag inzake de rechten van het kind is gebaseerd op de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens. Het werd aangenomen door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties op 20 november 1989 en werd van kracht op 2 september 1990, nadat het door twintig lidstaten – waaronder Nederland – werd goedgekeurd.

Lees ook: School duwt kinderen ongevraagd uit de kast

Written by 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *