Koordirigent Ching-Lien Wu: ‘Ik heb het afgeleerd om boos te worden’




De Nationale Opera is op Goede Vrijdag vrijwel leeg. Uit een studio klinkt gezang, maar het operakoor is vrij. „De zangers hebben stem-rust”, zegt koordirigent Ching-Lien Wu, kauwend op de medeklinkers. Nederlands heeft ze tot haar spijt niet echt leren spreken. „Puntje van zelfkritiek: dat had beter gemoeten.”De gang van haar kantoortje is leeg, posters herinneren aan de avonden dat je hier door opera werd betoverd: Les contes d’Hoffmann, Lohengrin, Nabucco. Productie na productie werd het koor de afgelopen zeven jaar voorbereid door Wu, bekend om haar perfectionisme en haar precisie. „Afscheid nemen in een coronaseizoen is erg onbevredigend”, zegt ze. „Bedenk wat er dit seizoen oorspronkelijk op het programma stond! Aida, La damnation de Faust, Mefistofele – allemaal grandioze opera’s met véél koor.”De blik vooruit dan maar. Op 22 april neemt Wu afscheid met Ein deutsches Requiem van Brahms, live gestreamd vanuit het Amsterdamse Concertgebouw. „Brahms’ requiem, de introspectieve menselijkheid ervan, leek me passend voor deze coronatijd”, zegt ze. „Bovendien is het een lekker zingstuk.”Dat er ‘maar’ 47 zangers meedoen en moest worden gegrepen naar de versie met twee piano’s in plaats van orkest is jammer. „Maar positief is dat mijn assistenten nu als pianist meedoen en dat de zangers getraind zijn in het zingen op afstand. Korisch ademen, het koor-als-warm-bad-gevoel, dat is op anderhalve meter allemaal onmogelijk. Elke zanger hoort alleen zijn buren, soms degene daarachter. Op de achterste rij staan de zangers zover van mij af dat ze voor mijn slag uit moeten zingen, terwijl ik juist sneller moet dirigeren dan ik zou willen, omdat langzame tempi niet werken. En ondanks al die ingrijpende beperkingen gaat het verbazingwekkend goed.”Een citaat uit Brahms’ Requiem: ‘Siehe, ein Ackermann wartet auf die köstliche Frucht der Erde und ist geduldig darüber.’ Betrek dat eens op uw zeven jaren aan de opera in Amsterdam?„De werkwijze die ik hiervoor bij de opera in Genève had toegepast, bleek in Amsterdam onbruikbaar. Stemmen kleurden hier anders, de dynamiek liep anders. Dus ik moest me aanpassen, omwegen vinden, resultaten afwachten in plaats van afdwingen. Inderdaad: geduldig zijn. De oogst is dat het koor nu veel kleurrijker klinkt dan toen ik arriveerde. Maar die oogst is vergankelijk. Mijn opvolger zal alles weer anders doen. En dat is ook goed.”
CV

Koordirigent Ching-Lien Wu (1959) groeide op in Taiwan. Haar moeder was lerares Engels, haar vader ambtenaar. Op school leerde ze piano spelen, hoorn en Chinese luit. Ze studeerde in Taipei en later koordirectie aan het Conservatoire National Superieur de Musique in Lyon. Voor ze in 2014 koorleider werd bij De Nationale Opera, werkte ze aan de operahuizen in Nantes, Toulouse en Straatsburg en Genève. Op 26 april start ze als koorleider van de Opéra national de Paris.
De koorleiders die u hier voorgingen, Winfried Macziewski (1998-2006) en Martin Wright (2006-2011), leidden beiden ook oratoriumkoren. Waarom u niet?„Het paste niet in mijn schema. In Genève had ik er wel een groot oratoriumkoor naast, en voerden we bovendien met het operakoor programma’s uit met koormuziek van de componist van wie er dan ook een opera te zien was. Dat was geweldig. Misschien had ik me daar hier ook meer voor moeten inzetten.”Het Groot Omroepkoor of het Nederlands Kamerkoor hadden u ook kunnen uitnodigen.„Ja, maar dan heb je het over carrière. In carrière maken ben ik niet goed. Ik ben niet sociaal of spontaan, ik ben verlegen. Voor de baan in Parijs ben ik ook gevraagd.”Over carrière gesproken: koos u wel de muziek, of de muziek u?„Terugkijkend was het allemaal vooral een kwestie van gebeurtenissen, toeval, geluk. In Taiwan, waar ik opgroeide, is westerse cultuur dominant. Ik bezocht er een privéschool waar klassieke muziek werd gezien als onderdeel van de opvoeding: je werd er een gecultiveerder mens van. Ik leerde piano, hoorn en Chinese luiten bespelen. Traditionele muziek was er ook wel, maar het oosterse identiteitsbewustzijn is nu veel sterker ontwikkeld dan vijftig jaar geleden, is mijn indruk.”Was uw muziektalent meteen duidelijk?„Oh nee, totaal niet; de muziekleraren keurden me geen blik waardig. Literatuur, daar was ik goed in. Gedichten schrijven, welsprekendheid, toespraken improviseren. Het dirigeren kwam toevallig op mijn pad. Ik was pianiste en gaf zinnig commentaar bij koorrepetities, en zo verder. Het technische aspect leerde ik in lessen orkestdirectie. Toen ik later in Lyon studeerde, kreeg ik het advies veel zanglessen van andere studenten bij te wonen, erop te letten wat de leraren zeiden en hoe die opmerkingen de klank veranderden. Gouden raad. Vormend.”‘Mijn postuur is ronduit verschrikkelijk voor een dirigent, een worsteling’Tijdens repetities waarin ik u aan het werk zag, vond ik u opvallend streng. „Ik ben bang dat de koorleden van DNO die indruk zouden bevestigen. ‘Ja, onder dat lachende gezichtje zit een hele strenge!’ En ik ben ook perfectionistisch. Maar die strenge uitstraling is deels schijn. Als ik ontspannen kijk, ziet het er vanzelf boos uit. Voor mijn stem geldt hetzelfde, heb ik uit het nazien van repetitievideo’s geleerd. Zeg ik bijvoorbeeld: ‘heel goed, bravo!’, dan klinkt het droog; lang niet zo enthousiast als ik bedoelde. Daar werk ik aan. Mijn stem – vanuit het Chinees gewend aan hoog en snel praten – is al vijf tonen gezakt, en daarmee ook langzamer geworden. Daar heb ik in verstaanbaarheid veel mee gewonnen.”Een lage stem wordt ook als gezaghebbend ervaren. U bent klein en frêle van bouw. Hoe kijkt u aan tegen autoriteit?„Mijn postuur is verschrikkelijk voor een dirigent, een worsteling! Mijn leraar directie in Lyon, wiens arm dikker was dan mijn been, riep altijd ‘leg meer gewicht in de schaal’. En dan bewoog hij zijn arm, en ja: dan hád je wat, qua klank. Maar goed, je lichaam kun je niet veranderen, je gestiek wel. Ik moet meer doen, meer vragen, ook met woorden. Want wat ik ook laat zien, ik zal nooit een beerachtig geluid oogsten. Grote en dikke dirigenten hebben wat klankrijkdom betreft echt een voorsprong. Al moeten die misschien weer harder werken aan helderheid en precisie.”Wat is de belangrijkste eigenschap voor een koordirigent?„Sensitieve oren. Ik repeteer opera’s in allerlei talen. Frans spreek ik goed, Engels matig, Duits nog matiger en Italiaans – enfin. Maar van alle talen weet ik precies hoe ze moeten klinken. Hoe de klinkers kleuren, hoe de stand van de kaak is bij elke medeklinker. Operahuizen werken met talencoaches. Ook als de zangers en de coach nauwelijks meer verschil horen tussen hoe de coach iets voordoet en het koor het imiteert, hoor ik het wel.” U vervult een brugfunctie.„Ja, daar, maar ook tussen het koor en de orkestdirigent en de operaregisseur is mijn rol totally sandwich en ben ik als het ware het dunne plakje ham tussen twee dikke sneden brood. Met regisseurs bespreek ik het theatrale aspect: hoe het koor zo kan zitten, liggen, staan of hangen als zij graag willen, terwijl de muziek intact blijft. Met de orkestdirigent is het evenzeer zoeken naar een balans tussen belangen. Vaak zijn er meningsverschillen, soms moet je schikken. Maar tot nu toe is het me altijd meegevallen.” Ja? Het koor moest soms bizarre dingen. In een grot zingen, aan stellages hangen.„Oh ja, maar ze kunnen ook vrijwel alles! Mensen worden niet zomaar operakoorzanger, acteren is wat ze leuk vinden. Je moet dus altijd uitgaan van wat kan, niet van wat níét kan. Zelfs als een regisseur het koor vraagt met de rug naar de zaal te gaan staan, zeg ik: ‘sure, let’s try!’”Meest heftige geval?„Misschien…… Les contes d’Hoffmann. Daar stond het koor overal verspreid, een paar zangers zongen vanuit een soort gat. Dat was heel moeilijk. Soms zit er niets anders op dan in te leveren op de kwaliteit van het geluid.”Bent u wel eens boos geworden?„Nee. Vroeger wel. Maar ik heb het afgeleerd, omdat ik niet geloof dat het werkt. Het is ook minder nodig. Regisseurs en dirigenten zijn aantoonbaar minder dictatoriaal dan twintig jaar geleden. Toen was iedereen altijd aan het schreeuwen, dus dan schreeuwde ik terug. Nu gaat eigenlijk alles in goed overleg.” Wat verwacht u van Parijs?„Het onverwachte! Juist dat vind ik aantrekkelijk. Het is een totaal ander huis: een repertoiretheater met twee zalen, Bastille en Garnier, en soms twee producties tegelijk. Het koor is ook groter, hier werken rond de vijftig zangers vast met een schil aan freelancers eromheen, daar zijn het er ruim honderd.”Over de arbeidsvoorwaarden van de freelancekoorzangers bij DNO was veel te doen. Wat acht u ideaal? Vaste contracten bieden sociale zekerheid, maar artistiek wil je flexibiliteit houden, lijkt me.„Dat is een probleem voor elke koordirigent, in elk theater. Het antwoord luidt: de ideale situatie bestaat niet. Het gaat niet alleen om en over stemmen; operakoorzangers moeten ook kruipen, rennen en – bijzonder vreselijk – lopen op hun knieën. Dat gaat moeilijker als je ouder wordt. Maar voor de omgang met onverwachte situaties, heb je die ervaren mensen juist nodig. Je zoekt dus een mix tussen jonge en oude zangers, en voor de klank geldt dat ook. Mijn persoonlijke utopie zou zijn: iedereen in vaste dienst en een per beroep wisselende, flexibele pensioenleeftijd.” DNO signaleerde dat ‘de beweging rond diversiteit in Nederland sterk verschilt van die van andere Europese landen’, daarom wordt nu gestreefd naar meer diversiteit in de casting. Wat is uw visie?„Ik heb zelf bij sollicitaties nooit gelet op iemands kleur of achtergrond. Het gaat mij puur om iemands kwaliteit. Een stem kan passen, of niet. Wat je volgens mij moet doen is actief de beste mensen scouten, overal ter wereld. Vergis je niet: er zijn ook veel goede Nederlandse zangers. Die mogen we ook niet over het hoofd zien.”Wordt Parijs uw laatste baan of dirigeert u, als veel dirigenten, door tot u 90 bent?„Ik denk bij elke baan dat het mijn laatste is: hier is zoveel te doen, hier blijf ik eeuwig! En dan komt er een nieuwe kans. Nu durf ik niks meer te voorspellen. Maar op een gegeven moment moet je de nieuwe generatie aan de beurt laten komen.”

Nieuwsbrief
NRC Cultuurgids

Wat moet je deze week zien, horen of luisteren? Onze redacteuren recenseren en tippen

Written by 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *