Korte prikstop legt zwakheden in vaccinatiestrategie opnieuw bloot




Na de prikstop met AstraZeneca zou afgelopen week een inhaalslag worden gemaakt met het vaccineren tegen corona in Nederland. Ruim 400.000 prikken zouden er worden gezet, beloofde demissionair minister Hugo de Jonge (Volksgezondheid, CDA) vorige week nog. Maandag bleken dat er in werkelijkheid 280.000 te zijn, ongeveer tweederde van het beoogde doel. De Jonge noemde het maandag „balen”.Het is opnieuw slecht nieuws voor de al maanden moeizaam verlopende Nederlandse vaccinatiestrategie. Het tempo stokte afgelopen weken al, omdat het vaccineren met AstraZeneca werd stilgelegd vanwege zorgen over mogelijke bijwerkingen. Inmiddels is het vaccin veilig verklaard, in korte tijd zouden er fors meer mensen geprikt worden met de groeiende voorraad AstraZeneca-vaccins. Zo was het de bedoeling dat er vorige week dubbel zoveel afspraken werden gemaakt bij de GGD’s en huisartsen voor het vaccin: in plaats van 50.000 waren er nu 100.000 plekken beschikbaar.Tijdslots niet gevuldMaar, zo blijkt nu: de GGD’s kregen de eerste 50.000 tijdslots niet eens gevuld. Jaap van Delden, bij het RIVM verantwoordelijk voor de uitvoering van de vaccinatie-strategie, stelt dat veel mensen niet op korte termijn beschikbaar waren. „Je ziet wel dat de afspraken die we vorige week wilden maken, nu beginnen vol te stromen. Maar dat is op een later moment dan we hadden gehoopt.” Bovendien was het een aantal dagen bijzonder druk bij de callcenters, omdat vorige week ook een hele grote groep ouderen een oproep kregen om gevaccineerd te worden. Er kwamen op één dag 130.000 telefoontjes binnen waardoor de lijnen overbelast raakten. Mensen die te lang moesten wachten, zijn mogelijk afgehaakt en bellen misschien later opnieuw, stelt Van Delden.De vertraging legt opnieuw een paar zwakheden in de Nederlandse vaccinatiestrategie bloot. Allereerst de vele nauwkeurig gedefinieerde doelgroepen, die allemaal op een ander moment met een ander vaccin worden gevaccineerd, door verschillende partijen. Zo worden bewoners van verpleeghuizen door de instellingsarts met Pfizer geprikt, krijgen thuiswonende ouderen van 65 jaar en ouder Pfizer bij een prikstraat van de GGD, en moeten thuiswonenden tussen de 60 en 65 jaar oud naar de huisarts voor AstraZeneca. Elke extra doelgroep betekent meer onzekerheden die de planning lastiger maken: je weet niet hoeveel mensen komen opdagen, omdat per doelgroep de vaccinatiebereidheid kan verschillen en voor sommige doelgroepen niet bekend is hoe groot die exact is.Ook overlappen sommige doelgroepen. Sommige 60-plussers krijgen een oproep zich bij de huisarts te laten vaccineren, terwijl zij mogelijk al zijn ingeënt omdat ze in de zorg werken. Omdat de systemen waarin de vaccinaties worden verwerkt nog niet volledig aan die van het RIVM zijn gekoppeld, valt niet uit te sluiten dat mensen twee keer worden opgeroepen voor een vaccin.

Lees ook: ‘Twee keer zo snel vaccineren kan, zonder extra personeel’

Normaal gesproken, stelt Van Delden, kan er wel geschakeld worden tussen verschillende doelgroepen: als de opkomst van de een tegenvalt, kunnen mensen uit andere groepen naar voren worden gehaald. Maar omdat het vaccineren met AstraZeneca een tijdje stil lag, waren zulke problemen moeilijker te signaleren, zeker omdat meer vaccins gezet zouden worden dan gebruikelijk.Het RIVM geeft huisartsen de komende weken meer vaccins om het tempo er toch in te houden. Huisartsen in Groningen, Friesland, Drenthe en Overijssel mogen vaccins bestellen voor alle 60- tot 65-jarigen in hun praktijk – tot nu toe werd die groep in plukjes, van oud naar jong gevaccineerd. Daarnaast krijgen huisartsen in Drenthe extra doses voor ouderen die bedlegerig zijn of om een andere reden niet naar een priklocatie kunnen komen. Als dan toch vaccins in opslag blijven, krijgen ook huisartsen in andere provincies een extra doos, goed voor 110 doses. Vaccins die overblijven, gaan naar mensen jonger dan 60 met een medische indicatie.Op die manier blijven de doelen voor de langere termijn binnen bereik, aldus Van Delden. Hij rekent erop dat er in de tweede helft van april vier miljoen prikken zijn gezet. „Dat gaat niet veel later worden, daarvoor is deze rimpeling te klein.” Voor komende week zijn de vooruitzichten onzekerder: minister De Jonge wilde alleen „met enige voorzichtigheid” zeggen dat hij denkt dat „in de buurt van 500.000 prikken” worden gezet.

Nieuwsbrief
NRC Vandaag

Elke ochtend een overzicht van onze beste stukken en al het belangrijke andere nieuws

Een versie van
dit artikel
verscheen ook in

NRC in de ochtend
van 30 maart 2021

Written by 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *