Maar heeft Wopke Hoekstra wel door van welke partij hij nu de voorman is?

Maar heeft Wopke Hoekstra wel door van welke partij hij nu de voorman is?

[ad_1]


Nadat Wopke Hoekstra dinsdag op de rem stond in de formatie – de verschillen tussen zijn partij en PvdA en GroenLinks waren „zeer groot”, zei hij – dacht ik: maar is het dan de bedoeling dat we alles vergeten?
Helemaal toen Mark Rutte daarna verklaarde dat hij Hoekstra „heel goed begrijpt” (dinsdag) en „hetzelfde vindt” (vrijdag).
In hun partijen kun je altijd mensen vinden met zorgen over de afnemende kennis van de vaderlandse geschiedenis – maar dan is het wel handig als de partijleiders zelf de recente politieke geschiedenis onder ogen komen.
Want het mag populair zijn vergaande opvattingen te verkondigen over ‘tien jaar Rutte’, de werkelijkheid is: zonder PvdA en GroenLinks had die hele Rutte als premier nog geen twee jaar volgemaakt.
Achteraf voltrokken zich toen, in 2012, ook de inzichtelijkste machtspolitieke momenten van de laatste tien jaar.
Eerst had je in voorjaar 2012 het Lenteakkoord. VVD en CDA, Rutte en Maxime Verhagen, sloten najaar 2010 een gewaagd regeerakkoord met gedoogpartner Geert Wilders (PVV). Het land was in recessie, Rutte I moest voorjaar 2012 extra bezuinigen – en Wilders durfde niet: hij blies het kabinet op. Op korte termijn dreigde een Europese miljardenboete. Drie oppositiepartijen schoten VVD en CDA te hulp: D66, ChristenUnie en, inderdaad, GroenLinks. Het Lenteakkoord behelsde forse hervormingen (hogere AOW-leeftijd, soepeler ontslagrecht, meer eigen bijdragen in de zorg, etc.) die nog steeds gevoeld worden.
Belangrijker: het creëerde een nieuwe scheidslijn in de landspolitiek, met Wilders en later Baudet als uitdager(s) van de gevestigde orde die door de rest, ook VVD en CDA, worden uitgesloten. Er paste bij dat de VVD later dat jaar met de PvdA meer impopulaire hervormingen overeenkwam (bijstand, sociaal domein, langdurige zorg, etc.) in een regeerakkoord dat vijf jaar stand hield.
Het netto resultaat? GroenLinks had in 2012 tien zetels – nu nog acht. De PvdA 38 zetels – nu nog negen. Met hun tweeën zouden ze anno 2021 zeventien zeteltjes bezetten in een coalitie waarin VVD en CDA samen goed zijn voor 49 zetels, en D66 voor 24.
Dus de restanten van PvdA en GroenLinks acht jaar later presenteren als gevaarlijke wolk linkse partijen met wie de verschillen te groot zijn? Het kan natuurlijk. Maar het vereist een krasse ontkenning van de recente geschiedenis.
Nu zijn politici in hun openbare formatieverklaringen zelden vies van opportunisme. Eigenbelang verpakken als een algemene vanzelfsprekendheid – ze doen het allemaal.
En het eigenbelang van VVD en CDA is hier doodsimpel. Getalsmatig hebben VVD, CDA en D66 één linkse partij nodig voor een meerderheidskabinet, dus waarom twee partijen toelaten? Als PvdA en GroenLinks elkaar blijven vasthouden, wat ze in de campagne beloofden, degradeert het CDA (vijftien zetels) bovendien tot vierde partij in de coalitie.
Maar de ware weerstand is electoraal gemotiveerd. Ook Nederland polariseert. Zoals PvdA- en GroenLinks-kiezers moeite hebben met een gecontinueerd premierschap van Rutte, zo is er in de achterbannen van VVD en CDA weerstand tegen GroenLinks.
Maar waar PvdA en GroenLinks bereid zijn de achterban te trotseren, houden CDA en VVD voet bij stuk, hoewel je bij hun inhoudelijke motivatie – „verschillen zeer groot” – dus al sinds 2012 vragen kunt hebben.
Dit is kortom identiteitspolitiek van VVD en CDA: zonder inhoudelijke argumentatie weerzin tegen anderen uitspelen. Voor de VVD niets nieuws. Van Wiegels (gespeelde) weerzin tegen Den Uyl tot en met Ruttes campagne in 2017 (‘Normaal. Doen.’) loopt een consistente lijn: die partij heeft zijn rechtse imago altijd versterkt, soms subtiel, soms bot, met een aversie tegen de verkeerde (linkse) mensen.
Maar bij het CDA klopt er niets meer van. De identiteitscrisis is daar totaal.
Eerst wist Hoekstra maanden niet of hij wil regeren en nu weet hij alleen met wie hij niet wil regeren.
En zoals hij in de campagne het verkiezingsprogramma niet paraat had, zo bleek dat deze week opnieuw. Nota bene de slotalinea vermeldt dat „een brede volkspartij” als het CDA „vanuit het midden een brug [wil] slaan tussen verschillende groepen en verbinding en samenwerking zoeken”.
Een stokoude CDA-notie: de partij produceert dit soort teksten al sinds haar oprichting in 1980. Trots presenteerde ze nog in 2019 een toekomstverkenning van het eigen wetenschappelijk instituut, Zij aan zij. Uiteraard bepleitte het stuk „samenwerken, vertrouwen geven, waarderen, verbinden”. Het was: „[..] niet óf jij óf ik, maar zij aan zij.’’
Dus hoe kán een voorman van zo’n partij als eerste (!) bijdrage aan een kabinetsformatie andere constructieve partijen afwijzen?
Er kwam bij dat we donderdag ook de voorlopige uitkomst van de mondkapjesdeal van Sywert van Lienden beleefden. Vorig jaar communiceerde hij veelvuldig dat zijn goede werken voor de zorg zonder winstoogmerk waren. Totdat de Volkskrant onthulde dat ze hem miljoenen hadden opgeleverd.
In dezelfde periode schreef hij mee aan het CDA-verkiezingsprogramma, hij wendde volgens de Volkskrant ook Haagse CDA-contacten aan voor uitbouw van zijn afzet, en je dacht: hier doet het CDA vast onafhankelijk onderzoek naar.
In de Gedragscode Integriteit van de partij staat immers dat „CDA’ers ervoor waken dat dienstbaarheid [..] omslaat in ombudspolitiek”. Dat leek hier het geval. Maar toen ik het aansneed bij een CDA-woordvoerder was zijn veelvuldig herhaalde antwoord dat hij er „even niets over kan zeggen”.
Dus aangejaagd door Pieter Omtzigt mag het CDA onder Hoekstra pleitbezorger van openheid en transparantie bij de overheid zijn geworden – maar duidelijk niet bij het CDA zelf.
En trouwens ook niet voor CDA-bewindslieden. Vorige week woensdag moest minister Ank Bijleveld (Defensie, CDA) zich in de Kamer verantwoorden omdat een landmachtonderdeel (LIMC) zonder wettelijke grondslag persoonsdata tijdens de coronacrisis verzamelde, zoals NRC onthulde. De Kamer vroeg volgens de methode-Omtzigt naar een feitenrelaas. Bijleveld stuurde een half A4’tje.
En de Kamer, vooral Renske Leijten (SP) en Salima Belhaj (D66), moest vorige week tot het uiterste gaan voor Bijlevelds toezegging dat zij de zaak opnieuw zou bekijken.
Dus afgelopen woensdag mailde ik Defensie: komt er een nieuw feitenrelaas? Antwoord: daar kan Defensie niets over zeggen.
De nieuwe bestuurscultuur die het CDA onder Hoekstra van de overheid eist is duidelijk ook nog niet tot CDA-minister Bijleveld doorgedrongen.
Wopke Hoekstra heeft zeker geen geluk gehad. Hij werd op een slecht moment CDA-voorman, verloor verkiezingen, belandde in controverses rond Omtzigt, en leidt een partij die zichzelf kwijt is. Dat hij gevoelige formatiekeuzes tweeëneenhalve maand voor zich uit schoof was beter te volgen dan zijn opmerkingen deze week. Maar een uitkomst is er nog lang niet – VVD’ers die in april nog klaagden over Farisegers hopen nu alsnog op Gert-Jan Segers als redder van de formatie.
Het laat niet alleen zien hoe opportunistisch en wankel alles is. Het toont ook aan hoeveel risico Hoekstra en Rutte met hun opportunisme lopen. Want uiteraard kunnen zij alsnog proberen PvdA en GroenLinks los te weken, zodat een van die partijen de zoveelste electorale klap sinds 2012 riskeert.
Maar dat kan een Gert-Jan Segers ook aan het denken zetten. En, zou je verwachten, evengoed Hoekstra’s eigen partij.

Nieuwsbrief
NRC De Haagse Stemming

Volg de formatie op de voet en word zelf een Haagse ingewijde

Een versie van
dit artikel
verscheen ook in

NRC Handelsblad
van 5 juni 2021

Een versie van
dit artikel
verscheen ook in

NRC in de ochtend
van 5 juni 2021

[ad_2]

admin

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *