Macht en tegenmacht begint in de eigen partij




Het idee is dus dat een nieuwe bestuurscultuur begint met het negeren van de wil van de kiezer. Renske Leijten van de SP vatte het onlangs samen: „Den Haag is wel klaar met Rutte.” Juist. Nogal wat politici willen niet verder met de premier, maar dat diezelfde premier zes weken geleden de verkiezingen ruimschoots heeft gewonnen is blijkbaar een bijkomstigheid. Voor meer democratie hebben we minder democratie nodig, zoiets.Het lijkt erop dat partijen die de verkiezingen hebben verloren de uitkomst alsnog naar hun hand willen zetten. Daardoor raken de principiële vragen vermengd met een politiek steekspel. Het zou moeten gaan over macht en tegenmacht, maar krijgt iets te veel van een afrekening in het eigen milieu: Den Haag is wel klaar met Rutte. Doet het er nog toe wat kiezers ervan denken?Ondertussen kan Lilianne Ploumen van de PvdA heel goed met zichzelf verder. Na vijftien jaar als partijvoorzitter, minister en parlementariër is ze naar eigen zeggen wel in staat om een nieuwe omgang van parlement en regering te bewerkstelligen. Een beetje introspectie zou helpen, zeker na twee verloren verkiezingen. Ook haar partij is onderdeel van het probleem: waarom zou Lodewijk Asscher anders zijn opgestapt?Het verhaal van Paul Kalma is vergeten. Hij was tussen 2006 en 2010 een kritisch lid van de PvdA-fractie en werd daarna op verzoek van partijleider Wouter Bos en partijvoorzitter Ploumen op een onverkiesbare plaats gezet: „Fractieleden werden, zo nodig, onder forse druk gezet om […] geen afwijkende standpunten in te nemen. Gebeurde dat wel, dan werd daar vanuit fractie- en partijbestuur briesend op gereageerd”, schrijft hij in zijn boek Makke schapen (2012). Kunnen we ons dat herinneren? Het gaat niet over links of rechts, de notulen tonen dat het draait om coalitievorming waarbij van regeringsfracties kritiekloze steun wordt verwacht. Anders komt de eigen meerderheid in gevaar. Dat gebrek aan dualisme is een probleem bij uiteenlopende kabinetten. Het achterhouden van informatie vloeit daaruit voort. Echte vernieuwing moet dan ook veel loswoelen. De innige band tussen regering en parlement is onderdeel van een pacificatiedemocratie. In dit land waar consensus zwaar weegt worden kritische stemmen niet erg gewaardeerd. En in de politiek al helemaal niet. De fractiediscipline schrikt kritische geesten af – uiteindelijk is de ruimte voor meningsverschil beperkt. Dat geldt zowel voor de coalitiepartijen als voor de oppositiepartijen. We mogen hier toch de ironie zien dat de twee meest gesloten partijen in het parlement, de PVV en de SP, in de roep om meer openheid vooroplopen. Over de eenmanspartij van Geert Wilders hoeven we niet uit te wijden. Alleen al de ondoorzichtige geldstromen roepen meer vragen op dan ooit door hem zijn beantwoord. Maar ook de partij van Lilian Marijnissen heeft wat uit te leggen. De aanklacht van Sharon Gesthuizen is alweer vergeten. Ze was tien jaar Kamerlid en wilde ooit partijvoorzitter worden. Veel van haar illusies sneuvelden in de tijd toen Jan Marijnissen de eenheid streng bewaakte: „Iedereen met macht heeft tegengeluid nodig. Maar dat werd niet gepruimd”, zei ze in 2017 tegen de Volkskrant.Tsja, macht en tegenmacht in de eigen gelederen, dat is natuurlijk een ander verhaal. Ik weet wel zeker dat de roep om een andere bestuurscultuur zal mislukken zolang de partijcultuur buiten schot blijft. Wie echt geïnteresseerd is in een meer onafhankelijk parlement moet beginnen met het scheppen van ruimte voor tegenspraak in de eigen partij. Meer Pieter Omtzigt dus. Er is een lange traditie van het „kaltstellen van kritische Kamerleden”, zoals Ploumen de behandeling van Omtzigt omschreef in een boze tweet naar aanleiding van de kabinetsnotulen. Alle partijen bezondigen zich daaraan. De machtsvorming belemmert doorgaans een open debat. Anders gezegd: meer dualisme in het parlement vraagt om meer pluralisme in de eigen partij. Een oprecht gesprek over openheid en de grenzen ervan zou een omslag markeren. Nu lopen principes en partijbelangen hopeloos door elkaar. Verschillende partijen willen van Rutte af, terwijl de notulen laten zien dat de regeringspartijen niet verschillen in hun afkeer van tegendraadse parlementariërs. Zelfs Sigrid Kaag, die kritiek zegt te omarmen, wilde „kaders” afspreken waarbinnen de kritiek moest blijven. Den Haag is wel klaar met Rutte. Misschien heeft Leijten gelijk, maar een afrekening gaat de afstand tussen kiezers en gekozenen vergroten. Wanneer de uitslag van verkiezingen terzijde kan worden geschoven waarom zou je dan een stem uitbrengen? Het is tijd om de balans op te maken. Wie echt niet verder wil met Rutte, moet terug naar de kiezer. Een andere weg is er niet.
Paul Scheffer schreef onder meer Het land van aankomst en De vorm van vrijheid.

Nieuwsbrief
NRC De Haagse Stemming

Volg de formatie op de voet en word zelf een Haagse ingewijde

Written by 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *