Marijke Fleuren: ‘Gelijkheid tussen mannen en vrouwen begint op het veld: met dezelfde faciliteiten’

Marijke Fleuren: ‘Gelijkheid tussen mannen en vrouwen begint op het veld: met dezelfde faciliteiten’

[ad_1]


Marijke Fleuren erkent het zonder omwegen. In haar lange carrière als sportbestuurder heeft ze zich „af en toe best eenzaam” gevoeld. Vrijwel altijd was zij de enige vrouw in de bestuurskamer, aan tafel met louter mannen die beslissingen namen over de sportwereld. Over mannen en vrouwen. „Het was wel eens vermoeiend, ja. Dan dacht ik: waar blijven de vrouwen? Hoe ga ik dit nu voor het voetlicht brengen?”Al een leven lang zet Marijke Fleuren (70) zich in voor gelijkheid tussen mannen en vrouwen in de nationale en internationale sportwereld. Ze hockeyde bij Leiden en, tijdens haar rechtenstudie, bij de Groninger Studenten. Ze leidde mini’s, floot wedstrijden, coachte, deed bardienst in het clubhuis, zat in het bestuur en reed als hockeymoeder haar kinderen naar uitwedstrijden. Ze wist dus waar ze het over had toen ze tien jaar geleden voorzitter werd van de Europese Hockeyfederatie (EHF). Dat is, wrang genoeg, de enige Europese sportbond met een vrouwelijke baas. Hoewel hier en daar best goed nieuws te melden valt – zo is inmiddels de helft van de twaalf leden van haar EHF-bestuur vrouw – is er nog een hoop werk aan de winkel, verzekert Fleuren. Mede daarom is ze lid van de commissie Women in Sport bij het Internationaal Olympisch Comité (IOC) en sinds december van de High Level Group voor gendergelijkheid van de Europese Unie. Maar niet alleen in de internationale sport valt nog een wereld te winnen voor vrouwen. Ook in Nederland. Voor wie denkt dat Nederlandse mannen en vrouwen in het jaar 2021 wel zo’n beetje gelijk zijn bedeeld in de sportwereld heeft Fleuren een setje ontnuchterende cijfers paraat. Volgens het onderzoek Diversiteit in de Sport is slechts 18 procent van de Nederlandse bondsbestuurders vrouw; van de topcoaches is 11 procent vrouw, en van de hoofdtrainers bij sportclubs is 14 procent vrouw. „Ik vind het nog steeds niet veel soeps. Ik ben kritisch omdat ik buiten het veld niet zie wat ik op het veld zie. Dat moet echt veranderen.”Is de situatie voor vrouwelijke sporters in Nederland wel gelijk aan die van de mannen? „Als ik in de wereld kijk, denk ik dat het met de vrouwelijke sporter in Nederland goed gesteld is. We zijn bevoorrecht; het is algemeen geaccepteerd dat vrouwen sporten. Daar begint het mee. In veel andere landen, vooral in Afrika en Azië, is het niet vanzelfsprekend dat een vrouw gaat sporten. Daar moet educatie de weg vrij maken om vrouwen te laten sporten. Als je de vrouwen aan het sporten hebt, denk ik dat er veel gebeurt.”Maar ook in Nederland zie je nog verschillen. „Dat klopt. Kijk naar de trainingsfaciliteiten in het hockey. Heel simpel gezegd: het aantal pilonnen of ballen dat een vrouwenteam heeft is vaak minder vergeleken met de mannen. Mannen hebben ook eerder een dokter in het begeleidingsteam. Er is wel wat te doen, maar de regels zijn hetzelfde, ze spelen op hetzelfde veld.”Dat lijkt vanzelfsprekend. „Maar dat is het niet. Ik was bij een hockeytoernooi in Egypte, en daar was het uitgesloten dat het vrouwenteam op het eerste veld speelt. Voor hen was dat geen probleem, ze wisten niet anders. Maar ik zie dat en denk: ga ik daar nu iets van zeggen of niet? Ik ben al ontzettend blij dat ze hockeyen. Ik heb geleerd dat ik op dat moment zelf geniet, en de organisatie een compliment geef. Achteraf ga ik proberen of ik het de volgende keer een handje verder kan helpen. Het begint op het veld: daar moeten de aantallen gelijk zijn, met dezelfde faciliteiten.”Dit jaar deden bij de Euro Hockey League (EHL) voor het eerst vrouwenteams mee. Met gelijk prijzengeld. „Dat was een heel groot punt voor ons. Bij heel veel andere sporten is dat niet zo. Dat vind ik echt onbegrijpelijk. Het mooie was dat de mannen in het EHL-bestuur nog fanatieker waren over het gelijke prijzengeld dan ik. Bij salarissen ligt dat natuurlijk anders, maar dat gaat buiten mijn bereik. In het hockey worden vrouwen nog steeds minder goed betaald dan mannen.”

Lees ook: In de Euro Hockey League is de aandacht tussen vrouwen en mannen nu gelijk verdeeld

Hoe kun je dat veranderen?„Ik denk dat we ervoor moeten zorgen dat er een sfeer van gelijkheid omheen hangt, en dan hoop ik dat de vrouwen zelf daar een beroep op gaan doen. Dan kom je op principiëler terrein terecht. Dan gaat het niet om geld, maar om fatsoenlijk besturen. Dat vind ik het mooie van deze tijd: het onderwerp gelijke behandeling en gelijke beloning is onderdeel geworden van good governance. Bij de grandslamtoernooien in het tennis is het prijzengeld al jaren gelijk. De vrouwen hebben die positie zelf verworven. Net als in het betaald voetbal in de Verenigde Staten, maar ook in steeds meer Europese landen, zoals Nederland. Ze hebben daar een groot punt van gemaakt: of gelijk betalen, of we doen het niet meer. Maar in het wielrennen, waar de Nederlandse vrouwen fantastisch presteren, zijn de verschillen enorm. Daar is het van belang dat ze het zelf op de agenda zetten. Want het gaat niet vanzelf. Sport is een ontwikkelingsmodel voor de maatschappij. Wat in de sport verworven wordt, straalt uit naar de wereld eromheen. Wij zijn bezig met de ontwikkeling van sport, maar sport helpt echt mee aan de ontwikkeling van maatschappelijke tendensen. Maar je moet het altijd verwerven. Niets gaat vanzelf.” Hoe kwam u zelf terecht in de wereld van het sportbestuur?„Ik wilde verantwoordelijkheid dragen. Ik ontdekte dat ik een mening had en dat ik duidelijk was. Ik vond het mooi om dingen tot stand te brengen, ik wilde midden in de groep staan om te weten wat er speelde. Ook als ze mijn standpunt niet deelden. Mijn advies is: ga met mensen praten, zorg dat je weet wat er speelt. Het is zinloos om iets over mensen uit te strooien dat ze niet herkennen. Ik ben altijd op zoek naar de dialoog.” Hoe waren uw ervaringen in een bestuurskamer vol mannen?„Mannen hebben de gewoonte om prachtige verhalen te houden over wedstrijden die ze hebben gespeeld. Leuk om te horen, en ik begrijp het helemaal. Maar we waren aan het vergaderen. Dan zei ik: hoofdstuk 1 klaar? Dan kunnen we weer door. Ik moest steeds zoeken naar humor, ontspannenheid, de goede toon.”Mannen vergaderen op een andere manier. „Ja, ik dacht vooral steeds: vragen jullie wel eens dingen aan elkaar? Dat is eigenlijk het grootste verschil. In een vergadering had ik altijd de neiging om te vragen: is dat wel zo? Of: hoe weet je dat? Dan moest ik elke keer moed verzamelen om dat te vragen, want het onderbreekt de vergadering. Maar ik wilde het gewoon samen doen. De een kijkt meer naar de zakelijke kant, de andere meer naar de emotionele. Met de som van de twee kom je het verst. In het bedrijfsleven zijn er veel minder fusies als je meer vrouwen rond de tafel hebt zitten. Die vragen gewoon: hoe zit het? Wat zijn de voordelen? Dan blijkt heel vaak dat het wel meevalt met het voordeel. Maar áls je een fusie hebt, dan heb je een goed verhaal. Want het is uitgezocht.”

Marijke Fleuren is de enige vrouwelijke voorzitter van een Europese sportbond.
Foto David van Dam

Hoe zorg je ervoor dat er meer vrouwen betrokken worden bij de sport? „Ik heb geleerd dat je gendergelijkheid niet moet benaderen vanuit frustratie, maar als een strategie. Als er op het veld evenveel mannen als vrouwen staan is het raar dat dat bij coaches, scheidsrechters en bestuurders niet zo is. Daarin ben ik heel erg beïnvloed door Thomas Bach, die als voorzitter van het IOC enorm veel doet voor gelijkheid van vrouwen in de sport. Hij stelt: het is niet logisch dat je de helft van de bevolking niet gebruikt. En als blijkt dat het moeilijk is, moet je kijken hoe dat komt. Het IOC is heel inspirerend. Onder Bach is het aantal vrouwen in commissies verdrie- of verviervoudigd. Hij is een goed voorbeeld van iemand die ziet dat hij vanuit zijn functie iets kan veranderen aan de positie van de vrouwen, door zich volledig achter hen te scharen. Niet alleen bij het IOC, maar ook bij de aangesloten federaties. En dat begint op het veld. Bach maakt zich niet voor niets sterk voor gemengde disciplines, die zien we steeds meer. In Tokio is het aantal mannelijke en vrouwelijke sporters vrijwel gelijk. Dat is een grote verwerving van hem.”U heeft bij de EHF veel gedaan om meer vrouwen in bestuursfuncties te krijgen. Wat zijn de obstakels? „Vrouwen zeggen vaak: ik weet niet of ik het wel kan, in een bestuur zitten. Dat is echt zo. Die denken dat je iets bijzonders moet kunnen, dat je gestudeerd moet hebben. Maar je hoeft niet meteen in een bestuur te gaan zitten. Je kunt ook een keer een toernooi organiseren. Ik hou overal presentaties om vrouwen die op de drempel staan te laten zien hoe je die stap moet maken. Dat je niet weg moet lopen als er gedoe is. En ik kan je vertellen: af en toe wil ik echt wel weglopen. Veel mensen weten niet wat de voordelen zijn van meer diversiteit. Mannen zeggen vaak: vrouwen zijn er gewoon niet. Dat is onzin. Natuurlijk zijn ze er. Mannen moeten inzien dat het de moeite waard is om écht te zoeken. En dat de uitkomsten beter worden als er meer diversiteit is.”Zou het helpen om quota’s in te stellen om vrouwen dat zetje te geven?„Ik ben daar niet een enorme voorstander van, omdat ik hoop dat het gezond verstand het wint van de verplichting. Maar de werkelijkheid is anders. In de recente analyse van NRC bleek dat er sprake is van groei van het aantal vrouwen in de raad van commissarissen waar een quotum was ingesteld. Het gedrag verandert zodra het moet. In dat verband was ik teleurgesteld over de uitlatingen van KNVB-voorzitter Just Spee die tegenstander is van quota voor zijn bestuur – dat bijna volledig bestaat uit witte mannen van middelbare leeftijd. Als hij zijn ledenbestand kent lijkt het me logisch dat je denkt: er moeten een paar vrouwen bij. Mensen die zich kunnen verplaatsen in vrouwenvoetbal. Dat heeft helemaal niets met quota te maken. Hij zit nota bene in de positie om dingen te veranderen. Hij zal zien hoeveel lol hij heeft van vrouwen in het bestuur. Dat geeft een enorme boost aan de sfeer binnen de KNVB, en naar vrouwelijke voetballers toe. De opbrengst is vele malen groter dan nu even denken: wat is verstandig?”

Lees ook dit interview met KNHB-voorzitter Erik Gerritsen: ‘De politieke elite heeft te weinig kennis van sport’

Ziet u ondertussen wel verbetering optreden in de sportwereld?„Ik zie in de noordelijke landen meer vooruitgang dan in de zuidelijke landen. Ik denk dat hockey een positief voorbeeld is. De internationale hockeyfederatie FIH geeft een heel goed voorbeeld. De acht gekozen leden in het bestuur moeten vier mannen en vier vrouwen zijn. Dat is echt revolutionair. Er zijn internationaal bonden met alleen maar mannen. Bij het Europees Olympisch Comité moeten vanaf juni voor het eerst vijf vrouwen zitten bij de zestien bestuursleden. Ook dat is een revolutie.”U heeft veel te maken met het IOC. Heeft u nooit ambities gehad als IOC-lid?„Daar ben ik te oud voor. Ik weet niet of ik er destijds aan toe was. Het was een andere tijd. Ik had het misschien best leuk gevonden. Ik vind het werk in de IOC-commissie Women in Sport erg leuk. Dat heeft me zeker geïnspireerd.”De KNHB heeft nog nooit een vrouwelijke voorzitter gehad. Moet Erik Cornelissen worden opgevolgd door een vrouw?„Moeten? Dat vind ik te kort door de bocht. Ik ben daar te genuanceerd voor. Er kan wel een hele goede man zijn. Als er een goede vrouw is, geef dan de voorkeur aan een vrouw. Daarom ben ik heel blij met Anneke van Zanen als voorzitter van NOC-NSF. Bij de FIH is een hele goede mannelijke kandidaat voor het voorzitterschap, Marc Coudron van de Belgische hockeybond, 358 interlands. Ik kies voor hem, pure kwaliteit. Daar zal de hele hockeywereld iets aan hebben, omdat hij snapt wat diversiteit is.”
CV
Marijke Fleuren, geboren in Arnhem op 23 oktober 1950, studeerde rechten in Groningen. Van 1994 tot 2002 was ze bestuurslid van de KNHB, de laatste twee jaar vice-voorzitter. Van 2002 tot 2012 was ze adjunct-directeur bij de bond. Sinds 2011 is ze voorzitter van de Europese Hockeyfederatie (EHF) en bestuurslid van de Internationale Hockeyfederatie (FIH). Van 2011 tot 2019 was ze lid van het Kernteam van het programma ‘Naar een veiliger sportklimaat’ van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Sinds 2015 is ze lid van de commissie ‘Women in Sport’ van het IOC. Sinds december is ze lid van de High Level Group on Gender Equality in Sport van de Europese Commissie.

[ad_2]

admin

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *