Mathieu van der Poel verloor in Vlaanderen de sprint die hij niet kon verliezen




Mathieu van der Poel gaat dit winnen, dat kan haast niet anders. Zijn belangrijkste rivalen heeft hij met verschroeiende versnellingen de adem al ontnomen en er is maar één man die zijn tempo over de Vlaamse Ardennentoppen heeft kunnen volgen. De Deen Kasper Asgreen, van wie gedacht wordt dat hij niet kan sprinten. Kat in het bakkie dus. Voor dit scenario had Van der Poel vooraf lachend getekend. Als er iemand was met wie hij wel naar de finish wilde rijden, dan Asgreen. Kop over kop rijden ze over de glooiende wegen richting finishplaats Oudenaarde tot ze er grimassen van trekken. Van der Poel lijkt het op het blote oog zwaarder te hebben, maar schijn kan ook bedriegen. Bovendien: weinig wielrenners die met de zege binnen handbereik dieper in hun reserves kunnen tasten dan hij. Daarvan zijn de voorbeelden legio. Als hij de finish ruikt, kan hij altijd iets extra’s. Dan komt er iets in hem naar boven waar hij zelf geen controle over heeft. Winnen is zijn raison d’etre, al sinds hij een kleine jongen is.

Annemiek van Vleuten wint Ronde van Vlaanderen

Om beurten rijden ze met hun neus in de wind, Asgreen en Van der Poel, allebei pas 26 jaar oud. Ze kunnen het zich niet veroorloven om even te herstellen, omdat ze ook wel weten dat de groep renners die op 30 seconden van hen rijdt tot op de streep jacht blijft maken. Ze mogen niet stilvallen, geen poker spelen. Dan gooien ze hun eigen glazen in. Ze weten dat ze elkaar nodig hebben om vooruit te blijven. Zo hebben ze dat ook afgesproken. Om beurten blijven geven tot de finish in zicht komt. En er dan ouderwets om sprinten. Zo denderen ze op de finishboog af, die staat gepositioneerd in het midden van een desolaat viaduct. De Ronde van Vlaanderen is voor het tweede jaar op rij van alle vreugde en franje ontdaan vanwege het coronavirus. Enkel journalisten en een handvol familieleden staan de renners op te wachten daar waar de N453 over de N60 ligt gedrapeerd. Vijfhonderd meter ligt hen nog voor de wielen als Van der Poel de koppositie neemt. Het is een herhaling van de sprint van zes maanden geleden, alleen zag Van der Poel toen het zwoegende gezicht van zijn rivaal Wout van Aert toen hij over zijn schouder keek. Nu ziet hij die dekselse Deen, die hij van zich af leek te hebben geschud op de Koppenberg, maar die terugkeerde en in zijn zog mee over de kasseien van de Oude Kwaremont en de Paterberg trok. PokerfaceZe passeren de bordjes van de 400 en de 300 meter. Asgreen met een pokerface, Van der Poel zenuwachtig over zijn linkerschouder loerend, in de wetenschap dat zijn eerste pedaalslagen uit stilstand zelden overtroffen zijn; die zijn zo explosief, zo katachtig. Dan pakt hij met zijn knuisten zijn stuur vast en geselt hij zijn fiets met piekwattages die geen renner kan ontwikkelen. Op die manier was hij een half jaar geleden Van Aert te snel af en won hij nipt de Ronde. Van der Poel haalt misschien niet de hoogste topsnelheid, maar komt daar wel het snelst. Asgreen daarentegen staat in het peloton bepaald niet bekend om zijn felle eindschot. Hij is een goede tijdrijder, en won anderhalve week geleden een Vlaamse semi-klassieker met een late uitval. De sprints die hij in zijn carrière wist te winnen, reed hij tegen frêle klimmers, lichtgewichten. Explosiviteit is niet zijn handelsmerk. En toch vertrouwt hij er deze zondag op. Met zijn ploegleider had hij vooraf geconcludeerd dat hij voor niemand in een eindsprint hoefde te vrezen, omdat hij een vormpeil heeft bereikt waar hij nog niet eerder kwam. Mathieu van der Poel en Kasper Asgreen samen op weg naar de finish in de Ronde van Vlaanderen.
Foto David Stockman/AFP
Bij het bordje van 250 meter gaat Asgreen op zijn pedalen staan. Hij neemt het initiatief, en is daarom in het voordeel. Op het moment dat hij vol aanzet, moet Van der Poel zich nog op gang trekken. Dat kost een paar tienden van een seconde, maar dat is normaal gesproken geen probleem. Zijn eerste klappen zijn ook raak. Van der Poel lijkt naar zijn tweede Ronde van Vlaanderen te sprinten, maar valt na een paar halen stil. Als Asgreen hem links voorbijsteekt, stopt hij abrupt met trappen en valt zijn hoofd tussen zijn schouders. Heeft hij kramp, materiaalpech? Want zo zie je hem zelden. Dit was dé uitgelezen kans om zijn titel te verdedigen.

Lees ook de column van Wilfried de Jong over de Ronde van Vlaanderen

Maar zijn benen zijn leeg. Hij is op. Van der Poel is geen superheld. Na vier seconden aanzetten zit er niets meer in dat ranke lijf van hem. Niet voor het eerst dit voorjaar is hij tegen zijn eigen grenzen aan gereden. Na een succesvolle start in de Strade Bianche een maand geleden, reed hij in de Tirreno-Adriatico meer dan 60 kilometer solo door de koude. Hij kreeg een inzinking van jewelste, maar won de rit nog op heroïsche wijze. Daarna werd hij langzaam minder. Misschien was zijn onbezonnen krachttoer, waarmee hij wielerfans naar adem liet snakken, net te veel van het goede en had hij in het moordende wedstrijdschema dat volgde geen tijd meer om nog helemaal te herstellen. Maar smijten met zijn krachten past nu eenmaal het beste bij hem. Wellicht kost hem dat nu zijn tweede Ronde van Vlaanderen. De sterkste renner wintKasper Asgreen wint zijn eerste monument, omdat sprinten na 257 kilometer wedstrijd niet meer om topsnelheid draait. Dan wint niet de snelste, maar de sterkste renner. En dat is hij. „Ik wist dat mijn sprint na een lange, zware race niet zo slecht was. Ik ben op mijn benen blijven vertrouwen.”Als Van der Poel zich opgefrist heeft, zegt hij in drie talen – Nederlands, Frans, Engels – dat hij teleurgesteld is, maar dat hij er vrede mee heeft om op waarde te zijn geklopt. Dan kan hij zichzelf niets verwijten en is verlies makkelijker te verteren. De Ronde was zijn laatste wegwedstrijd van dit voorjaar, omdat Parijs-Roubaix van volgend weekend vanwege het coronavirus en volle IC’s in Noord-Frankrijk naar oktober werd verplaatst. Hij neemt nu eerst een weekje rust en kruipt dan op zijn geliefde mountainbike. Daar kijkt hij erg naar uit. In het bos zal hij het zuur van verlies wegspoelen. Bovendien is er geen tijd om er al te lang bij stil te staan. Zijn grootste doel van 2021 was niet de Ronde van Vlaanderen. Dat is olympisch goud in Tokio, over ruim drie maanden. Op de mountainbike. Die kan hij winnen.

Written by 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *