Matthias Goerne brengt Diepenbrock grommend laag en kraakhelder hoog




Matthias Goerne is de Dietrich Fischer-Dieskau van onze tijd: de bariton met gouden stembanden die alles zo eenvoudig en naturel kan laten lijken, vooral als het liederen van Schubert zijn. Maar in de Rotterdamse Doelen zingt hij muziek van Nederlandse bodem: Im grossen Schweigen (1906) van Alphons Diepenbrock, begeleid door het Rotterdams Philharmonisch en chef-dirigent Lahav Shani. De uitvoering werd half februari opgenomen en is in combinatie met orkestwerken van Wagner vanaf 20 maart twee maanden te zien op de website van het RPhO.
Op 5 april is het een eeuw geleden dat Diepenbrock overleed. Het Diepenbrock-jaar is dus in volle gang, al is de door Mahler, Mengelberg en andere tijdgenoten bewonderde componist bij ons toch meer een straatnaamgever dan een toondichter. Laatst nog lieten in NRC kenners hun licht schijnen over de eigenaardige kwestie van Diepenbrocks gebrekkige bekendheid. Dat Im grossen Schweigen verrukkelijk rijke muziek is, staat in elk geval als een paal boven water. Diepenbrock koos tekstfragmenten uit Nietzsches aforismenboek Morgenrood, waarin de spreker via een keten van rotsblokken de branding in loopt, weg van het gedruis van de wereld. Het ‘grote zwijgen’ van de natuur confronteert hem vervolgens met de hopeloze ontoereikendheid van zijn eigen spreken.

Lees ook: Luister toch naar Diepenbrock!

Puntgaaf
Als je Diepenbrock dan toch in het zonnetje wilt zetten, dachten ze in Rotterdam, dan kun je maar beter de beste zanger van deze tijd vragen. Goerne kende Diepenbrock slechts van diens naambordje in de Grote Zaal van het Concertgebouw, maar was dusdanig van de partituur gecharmeerd dat hij toezegde. Twee jaar geleden zong hij nog Mahler-liederen met Shani en het Rotterdamse orkest en dat is hem kennelijk goed bevallen.
Goerne brengt de tekst geestdriftig, gekleurd met grommend laag of juist kraakhelder hoog. Het eigenzinnig-romantische Im grossen Schweigen kent lange instrumentale passages, maar ook na zulke rusten zijn Goernes inzetten steeds puntgaaf. Tijdens de doorloop legt hij de uitvoering om de haverklap stil, maar de uiteindelijke opname verloopt min of meer in einem Guss. Na een pauze waarin de opnames zijn teruggeluisterd, blijken er toch de nodige plakkertjes te moeten worden geplakt. Pas na een paar pogingen is Goerne tevreden met zijn geëxalteerde uitroep: „Oh Meer! Oh Abend!” En de slotzin moet wel tien keer opnieuw: het duurt even voor hij precies de frasering en kleur weet te treffen die zijn innerlijk oor hem souffleert. Keerzijde: wanneer je een orkest zo’n uitsnede van enkele maten telkens laat herhalen, lubbert de spanningsboog onherroepelijk wat uit.

Nu de ‘livestream’, of de gestreamde live-opname, een genre op zich is geworden, staan uitvoerders voor nieuwe keuzes. Proberen de magie van het onherhaalbare moment te benaderen, alsof het een echt concert is? Ensemble Nieuw Amsterdams Peil slaagde daar laatst meesterlijk in. Of de technische mogelijkheden aangrijpen om een zo volmaakt mogelijk eindresultaat in elkaar te knippen en plakken en dat op een later tijdstip uit te zenden? Zijn perfectionisme drijft Goerne, die een notoire hekel heeft aan opnames, richting optie twee. Niettemin bieden zijn schitterende stem, de schrandere en geduldige Shani, het uitstekend spelende orkest en vooral de zinderende noten van Diepenbrock vier goede redenen om de concertstream te bekijken.

Nieuwsbrief
NRC Cultuurgids

Wat moet je deze week zien, horen of luisteren? Onze redacteuren recenseren en tippen

Written by 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *