Meer zicht op filantropen dient democratisch doel

Meer zicht op filantropen dient democratisch doel

[ad_1]


Aan het begin van de coronapandemie, voorjaar 2020, verdrong Bill Gates collega-miljardair George Soros van de eerste plaats als doelwit van complottheorieën. Bizarre verhalen over de Microsoft-oprichter doen de ronde. In de podcast The Daily hoorde ik deze week een huisarts diep in Tennessee een ouder echtpaar geduldig uitleggen dat je geen microchip kunt inbrengen per injectienaald. Past er niet doorheen. Toch zag het stel van het Covid-vaccin af.Bill Gates was jarenlang de rijkste man ter wereld; momenteel staat hij op vier, na Jeff Bezos, Elon Musk en Bernard Arnault. Het is niet leuk voor duivelse samenzweerder te worden gehouden wanneer je veel geeft om levens te redden. Maar Gates’ filantropische praktijk ontkomt niet aan het cliché van ongrijpbare almacht. De Bill and Melinda Gates Foundation is de tweede financier van de WHO, na de Verenigde Staten. In 2019 keerde de stichting 5,8 miljard dollar uit, meer dan Nederland aan ontwikkelingshulp geeft. Vaak vraagt ze overheden met een gelijke donatie bij te springen (‘matching’), zodat de stichting wereldwijd volksgezondheidsdoelen en -strategieën bepaalt. Dat maakt openbare verantwoording dringend.Zal de echtscheiding van power couple Bill en Melinda, tien dagen terug bekendgemaakt, barsten brengen in de stichting, waarin topbelegger Warren Buffett de discrete derde trustee is? Betrokkenen verzekeren het tegendeel: alles blijft gelijk. Toch is bekend dat Melinda niet alle inhoudelijke prioriteiten van haar ex-man deelt. Dat kan nog spannend worden.Bill Gates staat in de Amerikaanse traditie van industrietycoons uit de decennia rond 1900, zoals staalmagnaat en filantroop Andrew Carnegie, auteur van Gospel of Wealth, en oliebaron John D. Rockefeller, die al het idee van internationale volksgezondheid promootte. In tegenstelling tot anonieme weldoeners, die aan zelfachting voldoende hebben, ging het deze mannen om eer en sociale reputatie.Kort voor Gates in 2000 zijn stichting oprichtte, werd hij als krenterig beschimpt door vrijgevig CNN-miljardair Ted Turner. Microsoft had destijds in de VS en EU te maken met lastige antikartel-rechtszaken, die Gates het aanzien van gierige monopolist gaven. Vanaf het begin zette hij zijn eigen persoon centraal. Zo draaide hij het beeld: van technologisch roofbaron tot weldoener van de mensheid. In de fascinerende studie Billionaires in World Politics (2020) bespreekt Peter Hägel de miljardairs op het internationale podium. Zijn studieveld, gericht op staten en collectieve actoren, heeft vanouds enkel oog voor individuen in politieke rollen – leiders, generaals, diplomaten. Maar vanaf de jaren tachtig veranderen de omstandigheden ten gunste van superrijke particulieren, zoals Gates en Soros. De economische globalisering opende deuren voor buitenlandse financiers van politieke projecten. Tegelijk werd zakelijk succes gezien als inspiratie voor overheden. Vanwege hun specifieke charisma noemt Hägel deze miljardairs „profeten van de neoliberale zeitgeist”.Waar de meeste miljardairs het houden bij charitatieve of culturele hobby’s of nationale politieke lobby’s, streven enkelen expliciet buitenlandpolitieke doelen na. Zo steunde de in januari overleden Amerikaanse casinomagnaat Sheldon Adelson met een pro-Netanyahu-krant het zionisme in Israël. George Soros wil ‘open samenlevingen’ bevorderen, aanvankelijk in de landen van het voormalige Sovjet-rijk. Anderen beïnvloeden de wereldpolitiek in hun streven naar rijkdom; denk aan de Koch-broers, die met hun lobby in de VS de mondiale klimaataanpak dwarsboomden. Gates en ook Soros daarentegen geven zoveel geld weg dat je ze niet van zelfverrijking kunt beschuldigen; wel houden ze met hun stichtingen de belastingman op afstand.Kritiek op ‘foute filantropen’ neemt de laatste jaren toe, vanwege dubbele agenda’s en ondoorzichtige praktijken. Miljardairs à la Gates, Soros, Koch of Rupert Murdoch vergroten de ingebakken spanningen in moderne liberale democratieën. De democratie behoort de nationale burgers toe, terwijl de liberale economie op grond van non-discriminatiebeginselen ook rechten aan buitenlanders toekent, bijvoorbeeld om een tv-station te kopen. Zo botsen liberale vrijheden met collectieve zelfbeschikking, privaat eigendom met de publieke sfeer.Autoritaire staten kunnen ongewenste financiële inmenging van buiten afstoppen, zoals premier Viktor Orbán deed met het naar EU-maatstaf schandelijke wegpesten van de door Soros gefinancierde universiteit in Boedapest. Democratische staten daarentegen moeten andere manieren vinden om te zorgen dat vrijheid van handelen en gelijkheid van alle kiezers beide behouden blijven.
Luuk van Middelaar is politiek filosoof, historicus en hoogleraar EU-recht (Leiden).

Nieuwsbrief
NRC Europa

Onze EU-correspondenten over belangrijke voorstellen tot relletjes uit de wandelgangen

Een versie van
dit artikel
verscheen ook in

NRC in de ochtend
van 12 mei 2021

[ad_2]

admin

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *