Ministeries hadden twijfels over miljardenplan voor onderwijs




Over het onderwijsprogramma waarmee het kabinet de leerachterstanden als gevolg van de lange schoolsluitingen wil aanpakken, bestonden binnen de betrokken ministeries grote twijfels. Er werd tot op een laat moment gedacht over andere, radicale ideeën, zoals het laten doubleren van alle leerlingen.Op 12 februari, vier dagen voor het kabinetsbesluit waarmee 8,5 miljard euro is gemoeid, krijgt het plan nog scherpe kritiek van de departementen van Financiën, Economische Zaken en Algemene zaken. „Algeheel beeld: Plan te omvangrijk en langdurig en te weinig creatief, getuigt te weinig van urgentiegevoel. Men is er nog niet van overtuigd dat dit gaat helpen om het serieuze probleem (dat erkend wordt) het hoofd te bieden”, aldus de notulen van een bijeenkomst van ambtenaren van de verschillende ministeries. De reserves sluiten aan bij kritiek van onderwijswetenschappers na de publicatie van het plan. Die spraken van „een schot hagel”.

Lees ook: ‘Onderwijsprogramma is schieten met hagel op achterstanden’

‘Iedere school gaat het wiel uitvinden’ Ook binnen het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) zelf bestaan twijfels. Een ambtenaar van de directie Kennis zet op 22 januari vraagtekens bij de vrijheid die scholen krijgen om het geld (gemiddeld zo’n 170.000 euro per school) aan te wenden. „In de kern maak ik me zorgen over de effectiviteit en doelmatigheid van dit plan. (..) Het lijkt op: laat duizend bloemen bloeien strategie en ieder voor zich gaat het wiel uitvinden. We weten dat scholen achterstandsmiddelen vooral willen besteden aan. kleinere klassen en onderwijsassistenten, bepaald niet de meest kosteneffectieve interventies.”De bezwaren zijn te lezen in interne stukken van het ministerie van OCW die NRC heeft opgevraagd met een beroep op de Wet Openbaarheid van Bestuur (WOB). De mails en interne notities – samen zo’n 670 pagina’s – geven een goed inzicht in de haastige besluitvorming rond het Nationaal Programma Onderwijs en de totstandkoming van het uiteindelijke bedrag van 8,5 miljard euro. In lijn met een recente beleidswijziging van het kabinet zijn veel (maar niet alle) beleidsopvattingen van ambtenaren zichtbaar gebleven in de beleidsdocumenten, e-mails en WhatsAppberichten die deze dinsdag zijn vrijgegeven. ‘Bonusjaar’ voor alle leerlingenDe documenten laten zien hoe er, mede onder druk van Financiën, nog in februari wordt gesproken over veel ingrijpendere maatregelen om de opgelopen leerachterstanden tegen te gaan. Tot vlak voor publicatie van het plan wordt bijvoorbeeld overwogen om alle leerlingen in het basis- en voortgezet onderwijs een jaar te laten overdoen. Dat mocht niet ‘zitten blijven’ of ‘doubleren’ heten, maar moet „een bonusjaar” worden genoemd, omwille van de „positieve framing” van het plan. Andere radicale opties die worden besproken: de zomervakantie drastisch inkorten, het schooljaar met zestien weken verlengen of leerlingen elke zaterdagochtend verplicht naar school sturen. Leraren zouden hiervoor een financiële bonus moeten krijgen.Deze plannen sneuvelen kort voor het uiteindelijke besluit. Iedereen een jaar laten zitten, zou te duur zijn en bovendien kinderen met geen of weinig leerachterstanden „demotiveren”. De zomervakantie inkorten of extra lessen in de weekenden komt er niet doorheen bij de achterbannen (leraren, besturenorganisaties) en stuit op juridische problemen. Bovendien blijken veel schoolkinderen zowel emotioneel als sociaal zwaar te lijden onder de gevolgen van de lockdown en moeilijke thuissituaties. Extra schoolverplichtingen kunnen dan averechts werken, zo wordt gesteld in interne mailwisselingen.Premier Rutte onder de criticiAmbtenaren van andere departementen, zoals Financiën en Algemene Zaken, kijken met lede ogen toe hoe Onderwijs in hun ogen, te veel de oren laat hangen naar het veld. Ook premier Mark Rutte zou bij de critici horen. In het verslag van de interdepartementale werkgroep van 12 februari wordt naar hem verwezen: „OCW moet die grotere inzet en creativiteit [van de scholen] gewoon vragen, niet te veel meegaan met sector (vindt MP ook).” Uit de stukken blijkt dat de uitgave van 8,5 miljard euro gebaseerd is op grove schattingen. Zes miljard gaat naar het basis-, voortgezet en speciaal onderwijs, de rest naar het mbo, de hogescholen en universiteiten. Ambtenaren telden onder andere het aantal gemiste fysieke onderwijsweken – 14, 5 voor het basisonderwijs en 18 weken voor het voortgezet onderwijs – bij elkaar op, en vermenigvuldigden die met de kosten van een week onderwijs. Ook kwam er een extra aantal verloren weken bij voor al kwetsbare leerlingen. In de berekeningen werd echter geen rekening gehouden met de vorderingen door het online onderwijs en de grote verschillen tussen leerlingen.Ook verwijzen ambtenaren in hun financiële onderbouwing naar internationaal onderzoek van de OESO naar de learning losses als gevolg van de coronapandemie. Volgens een schatting van de OESO zouden „getroffen leerlingen” drie procent lagere inkomens hebben „voor de rest van hun leven”. Ook zou de scholensluiting leiden tot een 1,5 procent lager bruto binnenlands product dan normaal „voor de rest van deze eeuw”. Financiën vraagt om ‘urgentie’ In de onderhandelingen tussen OCW en Financiën is de periode waarin het bedrag van 8,5 miljard euro mag worden uitgegeven een voortdurende en grote splijtzwam. Financiën wil dat het geld zo snel mogelijk wordt uitgeven om „urgentie” uit te stralen en de economische schade als gevolg van leerachterstanden zo snel mogelijk te beperken. Onderwijs staat op de rem en wil niet „te veel druk op de scholen” leggen. Onder druk van Financiën gaat de oorspronkelijke periode van zeven jaar terug naar vier jaar en op de valreep naar 2,5 jaar. Na de bekendmaking van het Nationaal Programma Onderwijs werd de belangrijkste kritiek van onderwijsorganisaties dat die periode veel te kort is.

Lees ook: Rekenkamer: bij onderwijsplan liggen misbruik en willekeur op de loer

Written by 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *