Moeten we niet eens praten over de sancties tegen Syrië?




U heeft wegens tien jaar Syrische opstand nogal wat Syrië over u heen gekregen, en van mij krijgt u nog méér Syrië voorgeschoteld. Namelijk de vraag, of misschien eerder het dilemma: moeten Europa en Amerika hun keiharde sanctiepolitiek voortzetten of zelfs nog aanscherpen tot het bewind van Assad zich heeft hervormd (of liever weg is hoewel dat niet wordt uitgesproken), of wordt hier het kind met het badwater weggegooid?Voor u mij van stiekeme Assad-sympathieën verdenkt: van zijn regime heeft Syrië niets goeds te verwachten. De Assads hebben sinds 1971 het land in hun genadeloze greep. Wijlen Hafez ten koste van tienduizenden levens; zijn zoon heeft het land kapotgebombardeerd, honderdduizenden de dood ingestuurd en de helft van de bevolking op de vlucht gejaagd (6 miljoen binnen en 6 miljoen buiten de landsgrenzen). Met de hulp van Rusland en Iran heeft hij de oorlog tegen de verdeelde oppositie overleefd – niet gewonnen, zoals het wel vaak wordt genoemd, want grote delen van het land vallen buiten zijn controle en zonder Rusland en Iran kan hij niet.

Lees ook: Tien jaar oorlog in Syrië: ‘Iedere dag is slechter dan die ervoor’

Intussen verdwijnt de economie in een zwart gat. Door de ineenstorting van het Syrische pond (47 voor 1 dollar in 2011 tegen 4.000 nu) worden eerste levensbehoeften onbetaalbaar. De inflatie bedraagt 200 tot 300 procent op jaarbasis. Er zijn brandstoftekorten (mede veroorzaakt door Israëlische aanvallen op Iraanse olietankers). Volgens de regionaal directeur van de Wereld Gezondheidsorganisatie (WHO), leeft 90 procent van de bevolking nu onder de internationale armoedegrens van 2 dollar per dag. Gezondheidszorg en onderwijs zijn ingestort. Deze economische ramp is in de allereerste plaats het werk van het regime, dat zijn vriendjes bevoordeelt. Waaroverheen dan de oorlog komt met honderden miljarden euro’s aan oorlogsschade. Afgetopt met de Europese en met name de Amerikaanse sancties onder de Caesar-wet die sinds vorig jaar progressief worden doorgevoerd en iedereen verbieden met het regime zaken te doen.Ik hoorde vorige week op een webinar een woordvoerder van de EU de sancties ophemelen die immers het land naar een heel nieuw en prachtig begin kunnen leiden met heel veel Europese en Amerikaanse steun zodra Assad wezenlijke hervormingen doorvoert. Hij vertelde dat iedereen het met de sancties eens is: EU en VS vanzelfsprekend, maar ook de regio en de Syrische oppositie buiten het land die zelfs méér druk wil. Als de Syriërs binnen het land zich konden uiten, zouden ze ons ook steunen, zei hij. Hij was heel optimistisch. Ik zweer het u.Op die algemene steun valt behoorlijk wat af te dingen: de Arabische regio zoekt juist toenadering tot Assad en sommige Europese landen ook. Hulporganisaties, waarop het overleven van de Syriërs nu neerkomt, klagen dat de sancties het nóg moeilijker maken dan het al is om broodnodige hulp te leveren doordat bijvoorbeeld banken als de dood zijn dat ze ergens een Amerikaans voorschrift overtreden. Overcompliance heet dat. Iran weet er ook alles van.Mijn punt is: Assad gaat helemaal geen wezenlijke hervormingen doorvoeren. In geen honderd jaar. Wezenlijke hervormingen betekenen zijn einde, en daarvoor heeft hij niet oorlog gevoerd. Ik zeg niet dat de wereld zich maar moet neerleggen bij zijn overleven. Maar moet er niet eens worden nagedacht over de impact van die sancties voordat Syrië Jemen inhaalt als humanitaire ramp? Carolien Roelants is Midden-Oostenexpert en scheidt op deze plaats elke week de feiten van de hypes.

Written by 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *