Na jaren van verliezen, valt er opeens weer geld te verdienen in de staalindustrie

Na jaren van verliezen, valt er opeens weer geld te verdienen in de staalindustrie

[ad_1]


Als zelfs de chronisch noodlijdende Europese staalindustrie goede kwartalen begint te draaien, weet je dat er écht iets bijzonders aan de hand is met de economie.Donderdag kwam ArcelorMittal, het grootste staalbedrijf ter wereld (168.000 werknemers), met een persbericht dat jubelde op een manier die analisten al jaren niet meer hadden meegemaakt. Het Luxemburgse staalbedrijf, dat genoteerd staat aan de Amsterdamse beurs, meldde het beste kwartaal in meer dan een decennium: het maakte een winst van 3,2 miljard dollar (omgerekend zo’n 2,7 miljard euro). De afgelopen jaren schommelde dat bedrag bijna altijd onder de 2 miljard dollar – met een paar miljardenverliezen tussendoor. Zelfs de Europese tak, doorgaans niet de favoriete divisie van investeerders, droeg deze keer flink bij aan de winst: bijna een miljard. Woensdagavond was het feestje van de mondiale staalindustrie al voorzichtig begonnen met de resultaten van het Indiase Tata Steel: dat verkocht afgelopen kwartaal in Europa – waar de Nederlandse fabriek in IJmuiden (8.000 werknemers ) onder valt – 17 procent meer staal dan het kwartaal ervoor. Dat had een winst van 135 miljoen dollar tot gevolg.Het zijn cijfers die de Europese staalmarkt, die lang geteisterd is door de import van goedkoop Chinees staal en overcapaciteit op het continent, al jaren niet heeft gezien. Verliezen waren een constante sinds het einde van de staalhausse in Azië, een jaar of tien geleden. Maar alles is anders nu de economie de laatste maanden zo sterk terugkomt na het diepe dal van de coronacrisis afgelopen jaar. Consumenten kopen opeens weer van alles, of het nou computers, auto’s of fietsen zijn – en dat is te merken aan de prijzen van grondstoffen. Explosieve stijging staalprijs De staalprijs is de afgelopen tijd zelfs explosief gestegen: een ton staal kost inmiddels rond de 950 euro. Afgelopen zomer was dat nog 400 euro. Hetzelfde geldt voor bijvoorbeeld hout en palladium: het materiaal dat automakers gebruiken om uitstoot te filteren. En koper is voor het eerst in jaren meer dan 10.000 dollar per ton waard. Ook de olieprijs stijgt de laatste tijd hard: een vat Brent-olie kost inmiddels meer dan 68 dollar, meer dan voor de coronacrisis.De prijsstijgingen zijn symptomatisch voor een economie waarin de vraag naar producten plotseling enorm hard is gestegen, en het aanbod die amper bij kan houden. Precies hetzelfde is er aan de hand in de chipindustrie, waar chipfabrikanten de capaciteit niet zomaar kunnen uitbreiden. Daar is de vraag zelfs zo groot dat autofabrieken hun deuren moeten sluiten wegens een gebrek aan chips.

Lees ook: Autofabrikanten hamsteren chips als toiletpapier

Voor economische sectoren die grondstoffen leveren, is het een fijne tijd: zij melden dagelijks recordwinsten. Het Zweedse houtbedrijf SCA kwam bijvoorbeeld eind april naar buiten met een winstgroei van 66 procent in het eerste kwartaal van 2020. Dat geldt ook voor de staalsector, maar daar staat net wat meer op het spel: de bedrijfstak is nu opeens financieel gezond. Precies zoals de logica van een industrie met hoge vaste kosten dicteert: als de prijs kwakkelt, maak je snel verlies. Maar stijgt die, dan loop je gemakkelijk binnen. De vraag is hoe lang de grondstoffenhausse – en dus deze zeldzaam comfortabele periode voor staalfabrikanten – zal aanhouden. Analisten buitelen op dit moment over elkaar heen om de situatie te duiden: hoe snel gaan vraag en aanbod op elkaar reageren? En welk effect heeft dat voor consumenten? Sommigen menen dat de hoge prijzen zomaar eens een flinke tijd zouden kunnen aanhouden – en dat de consument dit op termijn ook in de winkel gaat merken. Het effect van het gigantische steunpakket van de Amerikaanse president Joe Biden komt er immers bijvoorbeeld nog aan. Verliezen waren in de staalwereld de afgelopen tien jaar een constanteGrondstoffenproducenten moeten zich juist niet te snel rijk rekenen, zei Jumana Saleheen, hoofdeconoom bij economisch onderzoeksbureau CRU, tegen de Financial Times. „Dit is gewoon het effect van de start van een nieuwe conjunctuurcyclus.” Consultancykantoor McKinsey kwam een paar dagen geleden na onderzoek met eenzelfde ontnuchterende boodschap voor de Europese staalindustrie: deze prijsstijging is tijdelijk, en de onderliggende, structurele problemen blijven bestaan. Dat er teveel fabrieken zijn los je echt alleen op door de capaciteit te verlagen. DuurzaamheidsinvesteringenNaar verwachting zullen de meeste fabrieken de komende jaren blijven steken op een bezettingsgraad van 70 à 75 procent. Volgens McKinsey is 85 procent benodigd voor een enigszins stabiele bedrijfsvoering – ook vanwege de gigantische duurzaamheidsinvesteringen die de extreem vervuilende staalsector te wachten staat. In Nederland is Tata Steel IJmuiden verantwoordelijk voor ongeveer 7 procent van de totale nationale CO2-uitstoot. Of biedt de noodzakelijke verduurzaming van de industrie toch kansen? De laatste weken gebeurt er namelijk nóg iets opvallends op de staalmarkt: de prijzen van termijncontracten (futures) op Chinees staal stijgen enorm. Zo kun je de prijs voor staalleveringen op een bepaalde datum vastleggen – tegen betaling uiteraard.De reden? De Chinese overheid dwingt Chinese producenten momenteel om hun productie te verlagen, zo meldden de Financial Times en Bloomberg. De staalindustrie is verantwoordelijk voor circa 15 procent van de totale Chinese CO2-uitstoot. Van Beijing mag dat wel een beetje minder worden. Vooral in staalstad Tangshan , iets ten oosten van Beijing, zou de productie flink omlaag moeten. Er zijn nog weinig details bekend, maar Europese producenten wachten in spanning af. Minder Chinees staal op de markt betekent een hogere staalprijs – misschien wel blijvend.

[ad_2]

admin

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *