Natuurvrijwilligers tellen liever vogels dan pissebedden




Toen hij klein was, ging milieu-maatschappijwetenschapper Wessel Ganzevoort (29) weleens met zijn moeder mee het veld in om vlinders te tellen. Soms kwam ze op zijn school langs om een gastles te geven over de natuur.„Dat deed ze gewoon voor de lol, als vrijwilliger”, vertelt hij tijdens een wandeling over landgoed De Breul bij Zeist. Dinsdag is zijn moeder eregast tijdens zijn promotie aan de Radboud Universiteit. „Er mag één gast live aanwezig zijn, en gezien het onderwerp van mijn proefschrift is haar aanwezigheid natuurlijk heel symbolisch.”
CV Engels en natuur

Wessel Ganzevoort (1991) woont in een groene wijk in Zeist. Hoewel hij twijfelde over een biologiestudie, koos hij ervoor om Engels te studeren. Omdat de natuur bleef trekken, deed hij de masteropleiding milieu-maatschappijwetenschappen in Nijmegen. Dinsdag verdedigt hij zijn proefschrift, te volgen via de livestream van de Radboud Universiteit.
Ganzevoort deed de afgelopen jaren onderzoek naar de rol van groene vrijwilligers in Nederland. Naar schatting zijn er in het hele land minstens 130.000 mensen die, onbezoldigd, natuurorganisaties een handje helpen. Ze verwijderen woekerende vogelkers, repareren houten hekken, tellen insectenaantallen, geven paddenstoelenexcursies, kortom: ze houden van natuur én onderhouden die. Ook hier op De Breul, in beheer bij Utrechts Landschap, zijn regelmatig vrijwilligers actief. „Bijvoorbeeld met het overzetten van padden bij de drukke weg die langs het landgoed loopt.”Sommige groene vrijwilligers zijn al tientallen jaren actief, week in week uit, soms in het holst van de nacht – bijvoorbeeld voor het tellen van nachtvlinders. „Ik wilde onderzoeken wat hen drijft. Je hoort steeds vaker dat natuurorganisaties de noodklok luiden. Mensen zouden vervreemd raken van de natuur, en het vrijwilligersbestand zou in hoog tempo vergrijzen. Door de drijfveren van vrijwilligers te begrijpen, kunnen natuurorganisaties in de toekomst ook beter inspelen op hun behoeften.”Veel publicaties over biodiversiteit zijn gebaseerd op hun tellingenWanneer ben je een groene vrijwilliger?„Heel breed gezegd: als je in of voor de natuur werk verricht op vrijwillige basis, zonder betaald te worden. In mijn proefschrift onderscheid ik vier hoofdcategorieën – tellen, vertellen, herstellen en bestuur & beleid. Dus: vrijwilligers die soorten tellen, die voorlichting geven, die onderhoudswerkzaamheden verrichten en die bestuurlijke functies bekleden. Maar de scheidslijn daartussen is niet heel strikt. Tweederde van de groene vrijwilligers is in minstens twee van die vier categorieën werkzaam. Ik heb me voor mijn onderzoek hoofdzakelijk op de tellers gericht, en op hoe zij met hun data bijdragen aan de wetenschap.”Je beschrijft die tellers als ‘citizen scientists’.„Ja, heel veel publicaties over biodiversiteit zijn gebaseerd op hun tellingen, vaak zonder dat dat expliciet in de uiteindelijke artikelen wordt vermeld. Dat kan heel demotiverend zijn. Uit enquêtes die ik heb gehouden blijkt dat vrijwilligers graag meer zouden horen over wat er wordt gedaan met de door hen verzamelde gegevens. Dat is sowieso een van de tips die ik aan natuurorganisaties kan meegeven: zorg voor goede communicatie. Blijf in gesprek met je vrijwilligers, over hun wensen, hun drijfveren.” En wat drijft hen? Liefde voor de natuur?„Ja, al neemt die verschillende vormen aan. Vrijwilligers hebben een persoonlijke band met de natuur, ze leren er graag meer over en genieten van het buiten zijn. Maar het beschermen van de natuur is net zo belangrijk voor hen. Ze hebben er plezier in, maar doen het wel om een reden.Er zijn amateurs die meer parate veldkennis hebben dan de gemiddelde ecoloog met een kantoorbaan„Wat tellers ook vaak enorm waarderen, is het plezier om soorten te ontdekken. Dat hoeft niet eens een heel zeldzame soort te zijn; soms betreft het algemene soorten waar zij zelf een bijzondere band mee hebben. En verder zijn er nog ‘niet-groene’ drijfveren, die ook meespelen bij ander vrijwilligerswerk, zoals sociaal contact, en een bijdrage willen leveren aan de buurt.”Zijn alle planten- en diersoorten even geliefd onder tellers?„Vogels zijn populair, misschien ook omdat ze vrij makkelijk te herkennen zijn. Algen en kranswieren, bijvoorbeeld, zijn best wel specialistisch: daar moet je echt veel achtergrondkennis voor hebben. Hetzelfde geldt voor sommige insectengroepen, zoals wilde bijen. En naast de moeilijkheid vormt ook de aaibaarheid een probleem: soorten als pissebedden en regenwormen kunnen over het algemeen rekenen op weinig liefde.”Hoeveel natuurkennis moet je hebben als groene vrijwilliger?„Dat verschilt per functie. Sommige natuurorganisaties bieden cursussen aan voor gidsen, en verschillende telprojecten werken met vaste protocollen. In het geval van citizen scientists wordt vaak gepraat over ‘amateur-wetenschappers’, met een wat negatieve bijklank. En dat is zonde. Amateur komt oorspronkelijk van het Latijnse amare, ‘houden van’. Het gaat dus vooral om de passie die je voor iets voelt. En passie hebben groene vrijwilligers volop. Bovendien: er zijn ook wetenschappers die in hun vrije tijd vrijwilliger zijn. En er zijn amateurs die meer parate veldkennis hebben dan de gemiddelde ecoloog met een kantoorbaan.”Herstelwerk kan fysiek best zwaar zijn, en telwerk ookHet groene vrijwilligersbestand vergrijst. Is dat zorgelijk?„De gemiddelde leeftijd ligt inderdaad vrij hoog. Zolang er nieuwe aanwas blijft komen is dat geen probleem. Alleen: tegenwoordig is de keuzevrijheid van jongeren zó groot, dat groen vrijwilligerswerk minder vanzelfsprekend wordt. Vroeger werden dat soort keuzes toch meer gestuurd, vanuit de kerk of vanuit familie. „Herstelwerk kan fysiek best zwaar zijn, en telwerk ook – alleen al omdat je er soms vroeg voor uit de veren moet – en sommige oudere vrijwilligers stoppen om die reden.”Hoe kan die aanwas worden vergroot?„Bijvoorbeeld door ook buiten de groene wereld op zoek te gaan naar vrijwilligers: ook bij een sport- of buurtvereniging kunnen best mensen rondlopen die zich voor de natuur willen inspannen. En soms zijn er scholieren die vrijwilligerswerk doen als onderdeel van een maatschappelijke stage – al ontstaat dan natuurlijk de vraag hoe vrijwillig het nog is.„Maar de focus van natuurorganisaties op de aanwas van nieuwe, jongere vrijwilligers moet ook niet té groot worden. Dan heb je kans dat de oude, trouwe garde zich gepasseerd voelt.”Doe je zelf ook vrijwilligerswerk?„Ja, na mijn studententijd was ik penningmeester voor Dito, een LHBT-stichting voor jongeren in Nijmegen. Groen vrijwilligerswerk heb ik nooit gedaan. Maar nu ga ik als postdoc aan de slag met een groot Europees onderzoek naar vogelende vrijwilligers, en ik ben me wel aan het voorbereiden door een vogelcursus te volgen. Als ik straks met ze meega het veld in, vind ik dat ik toch op z’n minst wel een winterkoninkje moet kunnen herkennen.”

Nieuwsbrief
NRC Wetenschap

Op de hoogte van kleine ontdekkingen, wilde theorieën, onverwachte inzichten en alles daar tussenin

Written by 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *