NCTV volgt heimelijk burgers op sociale media

NCTV volgt heimelijk burgers op sociale media

[ad_1]


De Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) heeft in strijd met de wet jarenlang privacygevoelige informatie over burgers verzameld en verspreid. Ook volgen medewerkers met nepaccounts op sociale media in het geheim honderden politieke campagneleiders, religieuze voormannen en linkse en rechtse activisten. Dit blijkt uit onderzoek van NRC, gebaseerd op gesprekken met tientallen betrokkenen en interne documenten.
De NCTV is in 2004 opgericht om de uitwisseling van informatie tussen overheidsinstanties te coördineren en maakt ook zelf analyses over de nationale veiligheid. Daaronder schaart de NCTV ook verschillende vormen van activisme en religieus fundamentalisme. Maar nergens is duidelijk vastgelegd hoever de coördinator mag gaan in het verzamelen van informatie over personen en organisaties.

Lees ook het onderzoek naar de NCTV: Onmin en uitglijders bij de club die het land moet beschermen

In vertrouwelijke analyses staat beschreven met wie personen die de NCTV in beeld brengt zijn getrouwd, hoeveel kinderen ze hebben, met wie ze omgaan, soms vergezeld van foto’s. Sommige personen, zoals een prediker uit Almere, zijn in korte tijd meerdere keren onderwerp geweest van een ‘weekbericht’ van de NCTV. Weekberichten worden verstuurd aan gemeenten, politie, AIVD en buitenlandse veiligheidsdiensten.
Anders dan de politie of een geheime dienst heeft de coördinator geen bevoegdheden om personen nauwgezet online te volgen. Bovendien hebben veiligheidsdiensten toezichthouders en moeten zij hun stappen verantwoorden, de NCTV hoeft dat niet.
Vijf data- en privacyhoogleraren reageren kritisch. De coördinator mag niet met nepaccounts burgers volgen, zegt Bart Custers, hoogleraar Law and data science aan de Universiteit Leiden. „Het gebruik van nepaccounts is werken onder dekmantel. De NCTV heeft die bevoegdheid niet. Als de overheid ongeoorloofd mensen gaat volgen, krijg je een politiestaat.”
Bijzonder hoogleraar Inlichtingen en recht aan de Rijksuniversiteit Utrecht Jan-Jaap Oerlemans: „Als je heel regelmatig op iemands profiel kijkt als ambtenaar, ben je aan het volgen. Dan kan het stelselmatig worden. Als wij als samenleving willen dat de NCTV dat ook kan, dan moet dat in de wet worden vastgelegd.”
Problemen
De baas van de NCTV, Pieter-Jaap Aalbersberg, erkent tegenover NRC dat er problemen zijn met de „juridische grondslag”. Daar wordt aan gewerkt. Volgens Aalbersberg mag de NCTV onderzoek doen naar online uitingen, maar zijn er ook dingen gebeurd waar geen wettelijke basis voor was. Dit betreft het „in beeld brengen van personen” op verzoek van gemeenten en een overheidstaskforce, iets wat de coördinator jarenlang deed. De NCTV is hier recent mee gestopt. Een nepaccount waarmee de NCTV op Twitter, Facebook en Instagram honderden burgers en organisaties volgde, is twee dagen voor publicatie van dit artikel verdwenen.
Intern is het gebrek aan regels voor de online activiteiten al jaren onderwerp van discussie. Volgens (oud-)medewerkers werden bezwaren door leidinggevenden weggewuifd.
Ook voor het opslaan van gevoelige persoonsgegevens ontbreken richtlijnen. Rapportages met die gegevens belanden in een centrale database. Hoe lang die gegevens bewaard worden, is onbekend.
Privacy-toezichthouder Autoriteit Persoonsgegevens zegt dat „wanneer de overheid persoonsgegevens verwerkt, burgers erop moeten kunnen vertrouwen dat dit op een juiste manier gebeurt”. De autoriteit kondigt aan „navraag” bij het ministerie van Justitie en Veiligheid te doen naar de „verwerking door de NCTV”. De autoriteit heeft daar „nog geen” onderzoek naar gedaan.
Op de analyse-afdeling van de NCTV, waar het monitoren plaatsvindt, rommelt het al jaren, blijkt ook uit onderzoek van NRC. Enkele analisten negeren kritiek van collega’s en de leiding beschermt hen. Heldere regels voor het opstellen van reguliere analyses ontbreken. Het brengt de kwaliteit van rapporten in het geding.
Onmin en uitglijders pagina 26-29

Een versie van
dit artikel
verscheen ook in

NRC Handelsblad
van 10 april 2021

Een versie van
dit artikel
verscheen ook in

NRC in de ochtend
van 10 april 2021

[ad_2]

admin

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *