Nooit meer ‘van zaadje tot karbonaadje’: na veertig jaren stapt boer Hoitink uit de varkens




Het nieuws in het kort:
Het aantal varkenshouders dat stopt via de ‘uitstapregeling’, die stankoverlast bij woongebieden moet verminderen, valt de helft lager uit dan verwacht. Ruim 500 varkensboeren schreven zich er eind 2019 voor in, maar volgens begeleidende adviesbureaus stoppen er maar zo’n 250 echt.
De belangrijkste reden, zeggen de adviseurs, is dat gemeenten onvoldoende meewerken aan herbestemming van het erf en boeren niet toestaan om op het terrein een andere onderneming te beginnen.
Het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit laat weten dat er „op dit moment nog geen compleet beeld” is „van varkenshouders die aangeven definitief te willen stoppen”. De inschrijving op de regeling is op 1 april gesloten.
Lees het volledige nieuwsbericht hier: Veel minder varkensboeren dan gedacht maken gebruik van vertrekregeling
Eigenlijk wist varkensboer Jos Hoitink (60) vijf jaar geleden al dat hij ging stoppen. Zijn zoon, destijds twaalf, had vooral oog voor de spelcomputer en varkens vond-ie stinken. En zijn dochter ging rechten studeren in Nijmegen. Wie zou er voor de biggen zorgen?
Toen de overheid een paar jaar later kwam met de ‘saneringsregeling’, die de stankoverlast van varkensstallen dicht bij woongebieden moet reduceren en boeren de mogelijkheid geeft tegen betaling te stoppen met hun varkenshouderij, wist Hoitink genoeg. Dit was het moment om te stoppen. „Ik sprong gelijk op de trein.”
Zo kwam een eind aan een familiebedrijf. Hoitink werkte er vanaf zijn zestiende – zijn vader had reuma en kon niks vastpakken. Bijna 45 jaar, van ’s ochtends vroeg tot acht uur ’s avonds in de weer met biggen en zeugen.
Buitenkans
Op het erf van Hoitink, in Beltrum in de Achterhoek, is nu geen varken of zeug meer te bekennen. De mestputten zijn leeg, de stallen gesloopt.
De luchtwassers, die de varkensstank uit de stallen moet reduceren, zette Hoitink op Marktplaats. Maar geen koper hapte. Een voormalig „studievriend”, ook boer in de buurt, bleek een uitkomst. Hij mocht ze gratis hebben als hij het vervoer zou betalen – scheelde Hoitink weer. Alleen het puin moet nog worden verwijderd.
Zijn jaren als varkensboer zijn voorbij. Nooit meer „van zaadje tot karbonaadje”.
Varkensboer Jos Hoitink ruilt zijn varkens in voor woningen.
In januari 2020 verscheen op de website van de Rijksoverheid een enthousiast bericht: „503 aanmeldingen Subsidieregeling sanering varkenshouderijen.” Het project, hetzelfde als waar Hoitink aan meedoet, biedt varkenshouders die veel stankoverlast geven de mogelijkheid te stoppen.
Demissionair minister Carola Schouten (ChristenUnie) van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) hoopte op 300 inschrijvingen. Het budget steeg van 180 miljoen naar 455 miljoen euro – ruim 2,5 keer zoveel. Met enige trots meldt de website van het ministerie: „Het aantal inschrijvingen is daarmee boven verwachting” en dit „laat zien dat de regeling voorziet in een behoefte onder varkenshouders” om te stoppen.
Het ministerie zag bovendien een buitenkans. Door een uitspraak van de Raad van State in mei 2019 was Nederland onverwacht in een stikstofcrisis beland. Om verdere natuurschade te voorkomen, moesten honderden (bouw)projecten aan strengere eisen voldoen. Hoe meer varkensboeren stopten, des te beter voor de emissiereductie. Deze stopregeling, hoopte het ministerie, kon weleens heel gunstig uitpakken – twee vliegen in één klap.
Varkenspest
Maar het Planbureau voor de Leefomgeving berekende een jaar later, in april 2020, dat het aantal stoppers lager zou uitvallen: rond de 360. En weer een jaar later blijkt dit cijfer nóg lager.
Circa 250 varkensboeren stoppen, stellen verscheidene advies- en accountantsorganisaties die hen daarbij begeleiden. NRC sprak drie van die bureaus, die elk zo’n zeventig tot honderd varkenshouders hielpen. Het zijn boeren uit Noord-Brabant, Limburg en het oosten van Nederland.
Varkenshouders hebben verschillende redenen om toch door te gaan, zegt Paul Bens, directeur van DLV Advies, het grootste agrarische advieskantoor van Nederland. Zijn bedrijf helpt circa honderd varkenshoudersdoor de procedures van de stopregeling heen. Toen die bedacht werd, zegt Bens, waren hun vooruitzichten niet zo goed. Inmiddels is de markt sterk verbeterd. Door varkenspest in onder meer China en Vietnam konden Nederlandse boeren hun varkensvlees voor betere prijzen verkopen.
Nog een reden om door te gaan: in de regeling is vastgelegd dat een varkensboer niet elders opnieuw een varkenshouderij mag beginnen. Dat willen sommigen wel, zegt Bens.
Truc
Maar de belangrijkste reden dat varkenhouders doorgaan die eerder stoppen overwogen, is onenigheid met de gemeente over herbestemming van het erf. „Als het bestemmingsplan bijvoorbeeld een kinderdagverblijf of een camping niet toestaat, kan dat een reden zijn om van stoppen af te zien.”

Nog één keer samen op de foto – dan zijn de varkens van boer Herman Krol weg

De regels rond de stopregeling waren streng. Een varkenshouder kon zich alleen inschrijven, zegt Frank Steenbreker, als hij of zij de afgelopen vijf jaar varkens hield. En er moet voldoende stankoverlast zijn. Een ‘geurscore’, gebaseerd op aantal varkens en afstand tot stads- of dorpskern, bepaalt of de varkenshouderij genoeg stinkt; 0,4 is de drempelwaarde.
Voor Hoitink was dat geen probleem. De Achterhoeker scoorde 19, bijna vijftig keer hoger. „Ik sta vast in de top-5 van Nederland.”
In het dorp leidde die stank gek genoeg amper tot klachten, zegt hij. Een CDA-wethouder zei daarover in dagblad de Gelderlander: „Ondanks dat er weinig wordt geklaagd, is de overlast van geur aanwezig in Belgrum.” Ook had Hoitink zo zijn foefjes. Als de jaarlijkse dorpskermis drie dagen lang dicht bij zijn erf stond, kocht hij voor 500 euro anijsolie. Die vermengde hij met het waswater uit de luchtwassers. De truc werkte. „Ik had nooit gezeik uit de buurt.”
Stroef
In september 2019 meldde Hoitink zich aan voor de saneringsregeling. Hij was de „rat race” zat. Jarenlang probeerde hij op te boksen tegen de schaalvergroting in de varkenshouderij, die voor lagere prijzen zorgt en volgens hem mede wordt veroorzaakt doordat de overheid steeds meer „regeltjes” oplegt. In 1988 breidde hij voor het eerst zijn stal uit. In 1996 kwam er nog een bij. In 2001 stond de teller op 220 zeugen en 1.200 varkens. En vijf jaar later op 2.100 varkens en 220 zeugen.
In februari 2020 kreeg hij bericht: zijn verzoek om te stoppen was ingewilligd. Hij ontving de eerste 10 procent van de vergoeding. Om hoeveel euro het gaat, zegt hij niet. „Ik laat me niet in m’n boekhouding kijken.”
Hoitink kreeg toen acht maanden om zijn erf leeg te maken. De varkens werden geslacht, de mest uitgereden of verwerkt, de 4.000 vierkante meter stallen gesloopt. De voorraad mest in de kelders, 2.000 kuub, voerde hij direct af. Zo had hij geen dure winteropslag nodig.
Alleen het intrekken van de vergunning voor intensieve veehouderij bij de gemeente ging stroef, zegt hij. „Daar zitten zoveel haken en ogen aan. Verschrikkelijk.”
Waardevermindering
Dat merken ook de bureaus die varkenshouders begeleiden. Gemeentes en provincies zijn door de stikstofcrisis volledig in de kramp geschoten, zegt Linda Janssen, voorzitter van belamngenorganisatie Producenten Organisatie Varkenshouderij. Gemeenten treuzelen met intrekken, zegt ze, omdat ze bang zijn iets verkeerd te doen. „Hierdoor dalen de uitgekeerde vergoedingen voor de stallen.”
Ministerie: ‘Nog geen goed beeld’
Er is op dit moment „nog geen compleet beeld” van het aantal varkenshouders dat stopt, zegt een woordvoerder van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. Er is „geen minimaal” aantal dat moet deelnemen, zegt zij, omdat het om een vrijwillige regeling gaat. Minister Carola Schouten informeert in mei de Eerste en Tweede Kamer over de stand van zaken rond deze regeling. Ze deelt dan ook een RIVM-doorrekening van de stikstofopbrengst van varkenshouderij. LNV erkent dat het intrekken van vergunningen door gemeenten en provincies een „knelpunt” is. Met betrokken accountants, provincies en gemeentes vinden nu gesprekken plaats die moeten leiden tot een oplossing, zegt LNV.De woordvoerder wil niet vooruitlopen op de uitkomst. „Het is nu te vroeg om daar iets over te zeggen”.
In de saneringsregeling wordt, zodra het stopverzoek is ingewilligd, de stalwaarde vastgelegd, als vertrekpunt voor de eindafrekening. Als varkens en mest weg zijn, moeten de boeren hun vergunning opzeggen bij gemeente of provincie. Hoe ouder de stal, des te minder vergoeding.
In Overijssel is het gemeengoed, zegt Paul Bens, die honderd varkenshouders begeleidt, dat intrekken van zo’n vergunning twee maanden duurt. Sommige varkensboeren ontvangen daardoor soms 10.000 euro minder vergoeding, zegt hij.
Wat de varkenshouders tegenvalt, zegt Bens, is dat de waardevermindering doorloopt na de beschikking. Je bent volgens hem minimaal anderhalf jaar verder voor je aan alle eisen voldoet. Frank Steenbreker, die zeventig van hen begeleidt: „Ik heb er varkenshouders bij zitten die meer dan een halve ton mislopen.” Hoitink ontvangt 70.000 euro minder.
Woningen
Afgelopen februari schreef minister Schouten aan de Tweede Kamer: de saneringsregeling „is daarmee een maatregel waarmee op korte termijn ook stikstofwinst geboekt kan worden”. De adviseurs betwijfelen dat. De bedrijven die geselecteerd zijn, bevinden zich vooral bij dorpskernen, níét bij Natura2000-gebieden waarvoor de stikstofaanpak belangrijk is.
Er zitten vast een paar varkensboeren tussen die dicht bij zo’n natuurgebied zitten, zegt Bens: „Maar de invloed is zeer minimaal.” Dit komt ook, zegt hij, omdat de varkenshouders die hij bijstaat praktisch allemaal met een systeem werken dat de ammoniakuitstoot reduceert.
Hoitink zit in de eindfase van de regeling. Hij kreeg al 80 procent van zijn vergoeding uitbetaald. De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit komt binnenkort voor een laatste inspectie. Als het in orde is, ontvangt hij ook die laatste 20 procent.
Zijn toekomst heeft hij nog niet helemaal uitgestippeld. Op zijn erf laat Hoitink drie woningen bouwen, die hij waarschijnlijk doorverkoopt. De gemeente heeft de vergunningen al afgegeven, zegt hij.
Het boerenleven laat Hoitink in ieder geval achter zich. „Ik heb veertig jaar stof gehapt, ik wil nu wel eens wat anders.”

Een versie van
dit artikel
verscheen ook in

NRC in de ochtend
van 13 april 2021

Written by 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *