Nu de ChristenUnie ook niet meer wil, lijken de opties van Mark Rutte verkeken




Nog één realistische optie had VVD-leider Mark Rutte om een vierde kabinet te vormen. Dat was een voortzetting van zijn nu demissionaire, derde kabinet, met VVD, D66, CDA en ChristenUnie. Dat waren, aan het slot van het nachtelijke debat van afgelopen week, de enige partijen die niet helemáál het vertrouwen in Rutte hadden opgezegd. Maar ook deze allerlaatste optie is verkeken, na een interview van ChristenUnie-leider Gert-Jan Segers in het Nederlands Dagblad, zaterdag. Segers weigert in een volgend kabinet te stappen als Rutte daar de premier van wordt, zegt hij. „Daarvoor is er gewoon te veel gebeurd.” Rutte IV als meerderheidskabinet kan er met deze uitspraak niet meer komen, tenzij een partij de komende dagen radicaal van mening over Rutte verandert. De enige partijen die in theorie nog met de VVD in een coalitie zouden kunnen stappen, D66 en CDA, zouden een coalitie aan 73 zetels helpen. De ChristenUnie behaalde in maart opnieuw vijf Kamerzetels. Motie van afkeuringDe motie van wantrouwen richtte zich primair op Rutte als premier. Die kon blijven zitten. Maar de iets milder geformuleerde motie van afkeuring, ingediend door Sigrid Kaag (D66) en Wopke Hoekstra (CDA), ging vooral over Rutte als leider van de VVD. Die ‘formatiemotie’, zoals ze geïnterpreteerd kan worden, werd buiten de VVD door alle partijen aangenomen. D66-leider Sigrid Kaag maakte al tijdens het debat van donderdag en vrijdag duidelijk dat zij haar eigen motie zó interpreteert dat Rutte van haar geen nieuw kabinet hoeft samen te stellen. Rutte maakte vrijdag duidelijk dat hij niet van plan was om op te stappen. Zoals nu blijkt, ziet Segers steun voor die motie ook als een signaal aan Rutte dat een volgend kabinet een andere premier heeft. Tijdens het debat, dat ging over een onwaarheid die Rutte had gesproken over CDA-Kamerlid Pieter Omtzigt, stelde Rutte één keer direct de vertrouwensvraag aan Segers. Rutte zei: „Het is uiteindelijk ook een kwestie van vertrouwen, meneer Segers. Of je elkaar dan recht in de ogen kijkt en zegt: ‘Vertrouw ik die Rutte dat hij hier geen andere motieven had, of zit Rutte de zaak te belazeren?’” Segers antwoordde daar niet direct op, maar zegt er nu over: „Het voelde voor mij erg ongemakkelijk. (..) Er hebben drie mensen in de Stadhouderskamer over Pieter Omtzigt gesproken: Rutte en de beide verkenners. Verschillende vragen kwamen aan bod, maar géén van hen zegt zich dat te kunnen herinneren. Ik kan dat gewoon niet geloven. Dus eigenlijk moet ik Rutte antwoorden: nee. Dat is heel pijnlijk.” BestuurscultuurRutte kwam in het debat ernstig in het nauw over zijn gesprek met de ex-verkenners Annemarie Jorritsma (VVD) en Kajsa Ollongren (D66). Hij had gezegd dat hij het niet was die over Omtzigt had geproken. Een per ongeluk onthulde notitie maakte duidelijk dat er over de „positie” van Omtzigt was gepraat: „Functie elders.” Rutte moest donderdag, nadat alle stukken openbaar waren gemaakt, toegeven dat hij het wel degelijk was die over Omtzigt had gepraat. Maar hij had het zich niet meer herinnerd. De gehele Kamer, met uitzondering van de VVD, geloofde dit niet. Maar een motie van wantrouwen werd uiteindelijk alleen door de voltallige oppositie gesteund. Interessant genoeg wijst Segers in het interview niet primair naar deze kwestie, maar vooral naar de „bestuurscultuur” die er in de afgelopen tien jaar, onder het premierschap van Rutte, is ontstaan. „Het gaat om Rutte als de toonaangevende beelddrager van de politieke cultuur van de afgelopen tien jaar. Het is niet geloofwaardig als de man die verantwoordelijk is voor die cultuur, het kabinet gaat leiden dat die cultuur juist moet veranderen.” Segers is hierin ook zelfkritisch, omdat zijn partij de afgelopen vier jaar meedeed aan Rutte III. „Ik moet in alle eerlijkheid zeggen dat ook wij onderdeel zijn geweest van een politieke cultuur waarin veel is misgegaan.” De ChristenUnie-voorman heeft het over „een gestage drup”, die „de steen heeft uitgehold”. De afgelopen maanden is het veel over de bestuurscultuur onder Rutte gegaan. De Toeslagenaffaire, en vooral de verhoren van de parlementaire ondervragingscommissie-Van Dam, onthulden veel over de geslotenheid van politiek en ambtenarij. Tijdens de verhoren ging het vaak over de zogeheten ‘Rutte-doctrine’, een beleidsopvatting die inhoudt dat beleidsdiscussies niet gedeeld hoeven te worden met de buitenwereld. Uit onderzoek van I&O Research, in opdracht van NRC, bleek dat het vertrouwen van kiezers in de overheid drastisch gedaald is door de affaire. Toch verdween het onderwerp grotendeels van de agenda tijdens de campagne voor de Tweede Kamerverkiezingen. Maar Ruttes bestuurscultuur blijkt alsnog de kwestie die zijn voortbestaan als premier vrijwel onmogelijk maakt.

Lees ook: Met of zonder Rutte, dat is de vraag

Nieuwsbrief
NRC De Haagse Stemming

Volg de formatie op de voet en word zelf een Haagse ingewijde

Written by 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *