Nu ook in Nederland: de ‘eco-score’. Maar wat zegt dat label nou?




Aardappelen scoren groen, zalm scoort rood. Met de ‘eco-score’ kun je zien wat de impact van een product op het milieu is. Van 1 augustus tot en met 31 oktober gaat Lidl Nederland met het nieuwe label experimenteren. In 7 filialen in Gelderland (Lidl heeft in totaal 437 winkels) wordt straks op de prijskaartjes van alle vijftig koffie- en theeproducten van het huismerk een score van 0 tot 100 weergegeven. De laagste scores krijgen daarbij een letter ‘E’ en de kleur rood, de hoogste een ‘A’ en groen. Daarmee wil de supermarkt haar klanten beter informeren over duurzaamheid. Na 31 oktober gaat Lidl het resultaat van de pilot evalueren, om te bepalen of het gebruik van het label wordt voortgezet. De keten volgt hiermee supermarkten in Frankrijk, Duitsland en België, die de eco-score eerder dit jaar invoerden. Op 10 maart introduceerde de Belgische supermarktgroep Colruyt Group het in Frankrijk ontwikkelde label op de Belgische markt. In eerste instantie zijn 2.500 producten van het eigen merk, van aardappelen tot zalm, via een app te scannen om te zien hoe duurzaam het product is. Volgens de woordvoerder geeft de eco-score een volledig beeld: niet alleen de CO2 uitstoot, ook de weg die het product heeft afgelegd en de verpakking worden onder andere erin meegenomen. Begin volgend jaar hoopt de supermarktgroep dat de score ook op A-merk-producten te zien zal zijn. Daarover gaat Colruyt Group in gesprek met leveranciers. Maar voorlopig heeft de keten zelf ook nog een paar hordes te overwinnen. Zo vereist het gebruik van de score een grote hoeveelheid data. Daarvoor wordt momenteel beroep gedaan op een bestaande Franse database, Agribalyse. Daarin is niet genoeg informatie te vinden voor alle Belgische producten die de Colruyt Group verkoopt, en dus heeft de keten meer data nodig. Volgens Hans Dagevos van Wageningen University, die zich specialiseert in consumptiesociologie, is het heel complex om de duurzaamheid van een product uit te drukken in cijfers, zoals de eco-score poogt te doen. Er zijn namelijk veel verschillende aspecten waarop je duurzaamheid kunt beoordelen. „Je kunt kijken naar de sociale, economische of ecologische impact van een product”, zegt hij. „Maar er is nog geen methode die alle drie in acht neemt.”LevenscyclusanalyseDe eco-score wordt berekend aan de hand van de zogenaamde levenscyclusanalyse (LCA). Deze methode kijkt naar de gebruikte grondstoffen, het landgebruik, de verwerking van het product, het transport en de verkoop, het gebruik van het product door de consumenten en hoeveel afval het oplevert. Maar ook de verpakking, de herkomst, de gevolgen voor de biodiversiteit en andere keurmerken als ‘biologisch’ en ‘fair trade’ worden voor de eco-score meegewogen.

Lees ook: Foute vis, foute keurmerken?

„De eco-score kijkt vooral naar de ecologische impact van een product”, zegt Dagevos. „Het kan dus zo zijn dat een product slecht scoort op eerlijke lonen, maar goed op efficiënte productie. Dan is de score alsnog groen. Zo ontstaat er een vertekend beeld.”Daarom is de eco-score volgens Dagevos niet allesomvattend. Supermarkten moeten daar transparant over zijn, vindt hij. „Dat is geen verwijt, maar het is wel belangrijk dat de consument weet waar de score over gaat.”Quirine de Weerd, hoofd duurzaamheid en communicatie van Lidl Nederland, ziet ook dat de score niet geheel zaligmakend is. „Het is een eerste stap in de goede richting voor ons. Nu moet je als klant zelf heel veel moeite doen als je duurzamere keuzes wilt maken. Met de eco-score willen we de consument een handje helpen. Maar we erkennen dat er ook haken en ogen aan zitten.”Daar hoort ook bij dat de winkel transparant is over de berekening achter het duurzaamheidslabel, vindt De Weerd. „We zijn nu aan het onderzoeken hoe we dat gaan doen. Het kan met flyers in de winkel, of op de website. We willen rekening houden met wat de klant graag wil weten, het moet niet een overload aan informatie worden. Maar het is zeker belangrijk om ook de gebreken van de score te laten zien.”Volgens Koen Boone, directeur Europa van werkgroep The Sustainability Consortium (TSC) van Wageningen University & Research, is de eco-score ook op andere vlakken onvolledig. Volgens Boone laat de score bijvoorbeeld heel duidelijk zien wat het verschil is tussen een groenteburger en rundvlees, maar is het verschil tussen rundvlees uit Brazilië en rundvlees uit Ierland niet genuanceerd genoeg. „De score houdt namelijk wel rekening met de plek waar het product geproduceerd is, maar maakt daarbij gebruik van een algemene index van de Yale-universiteit”, legt hij uit. „Die index kijkt naar de algemene regels op het gebied van duurzaamheid die per land zijn bepaald. Dat zegt wel iets, maar is vooral een ruwe schatting waarin geen rekening wordt gehouden met de verschillen tussen producenten. Het kan dus zo zijn dat rundvlees uit Ierland minder duurzaam geproduceerd is dan rundvlees uit Brazilië, maar een hogere eco-score krijgt.”Samen met zijn team bij TSC werkt Boone daarom aan een methode die de verschillen tussen producenten van hetzelfde product specifieker kan laten zien. Op die manier kunnen producenten en supermarkten volgens hem onderling beter concurreren op duurzaamheid. Dat is volgens Boone een belangrijke stimulans om duurzamer te worden. Hij vindt dat de overheid duurzaamheid bij onder meer supermarkten zou moeten afdwingen. Maar de overheid legt de bal bij de supermarkten zelf. Het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit heeft geen plannen voor wet- en regelgeving op dit vlak. In een Kamerbrief van eind september vorig jaar schreef minister Carola Schouten (Landbouw, ChristenUnie) dat supermarktketens op het gebied van duurzaamheid zelf (nog) meer het voortouw kunnen nemen.

Levenscyclusanalyse Hoe wordt de eco-score berekend?

De ‘eco-score’ wordt berekend aan de hand van een gemiddelde van twee componenten: de resultaten van een levenscyclusanalyse (LCA) en extra punten volgens een bonus-malussysteem. De levenscyclusanalyse kijkt naar de weg die het product aflegt van de grondstoffen, naar de bewerking op het land, de verwerking tot het product, het transport en de verkoop, tot aan het afval dat het uiteindelijk oplevert. Voor de extra plus- of minpunten worden andere toegekende keurmerken zoals ‘fairtrade’ of ‘biologisch’, de verpakking, de herkomst en de gevolgen voor de biodiversiteit en ecosystemen meegewogen. De levenscyclusanalyse krijgt een score van 0 tot 100, waar met het bonus-malussysteem nog 25 punten bij opgeteld of afgetrokken kunnen worden.
Aldi, Albert Heijn en JumboOf andere supermarkten ook met de eco-score gaan werken, is nog de vraag. Aldi zegt nog niet bekend te zijn met het label. Jumbo en Albert Heijn zeggen de ontwikkelingen op het gebied van het label met belangstelling te volgen. Of deze supermarkten overwegen om dit label op hun producten toe te passen, zeggen ze niet. Jumbo wacht de testresultaten af van de pilots die Colruyt en Lidl doen in respectievelijk België en Duitsland. Je kunt je afvragen wat de eco-score toevoegt bovenop alle andere keurmerken die we in de supermarkt tegenkomen. Paulien van der Geest, expert duurzaam voedsel van kenniscentrum Milieucentraal, is dan ook tegen een uitbreiding van het aantal keurmerken. Maar ze vindt de eco-score wél een goede toevoeging. Je kunt het namelijk niet vergelijken met een keurmerk, zegt ze, omdat het geen eisenpakket heeft waaraan een product moet voldoen. De eco-score is een score die gaat van niet-duurzaam naar duurzaam. „Het is een communicatiemiddel dat de milieu-impact van een product op basis van veel verschillende aspecten weergeeft”, legt ze uit. „Met eco-score kun je door verschillende productgroepen heen zien wat duurzaam is en wat niet. Niks is perfect, maar dit vangt wel veel. Wij vinden het een elegant en uitvoerbaar systeem dat mensen kan helpen milieuvriendelijke keuzes te maken.” Volgens Hans Dagevos moet nog blijken wat het effect van dit soort scores is. „Het zou mooi zijn als het leveranciers een push geeft om duurzamer te produceren, en als consumenten duurzamer gaan kopen. Maar we weten eigenlijk nog heel weinig. Op dit moment zijn we nog aan het testen of mensen het verschil tussen groen en rood begrijpen. Het duurt nog wel even voor we kunnen zeggen of zo’n score ook echt tot ander gedrag leidt.”

Een versie van
dit artikel
verscheen ook in

NRC in de ochtend
van 2 juni 2021

Written by 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *