Oasis Beach (1) – NRC




Bert had me al een paar keer geschreven. Hij had mijn oproepje gezien in het nieuwsblad Almere deze week en wilde zijn verhaal kwijt. Zelf wilde ik vooral zoveel mogelijk woningen van binnen zien (laat me zien waar je woont en ik vertel je wie je bent). Zo luisterde ik geduldig naar urenlange verhalen in ruil voor de intiemste, onuitgesproken details van een huishouden. Badkamerdeuren op een kiertje, ondergoed aan het wasrek; rollator in de hoek van de gang, zuurstoffles ernaast, kruimels in de hoogpolige vloerbedekking.Ik had geleerd dat je, als je door Almeerders wordt uitgenodigd om zeven uur ’s avonds, niet moet rekenen op een eetafspraak. Je krijgt thee en een koekje en haalt na afloop nog vlug een diepvriespizza bij de Albert Heijn. Ook had ik geleerd dat de meeste mensen floreren in de rol van levende informatiefolder. Men vindt de gastschrijver interessant, niet om de boeken die ze heeft geschreven, maar om wat ze mogelijk zal doen met de aan haar verstrekte informatie.Op een bleke winterochtend parkeerde ik mijn auto voor de deur van een hagelwit appartementencomplex in Almere Poort. Oasis Beach, stond er in grote letters bij de ingang. Palmen langs de gevel, ruime balkons met glazen balustrades. Niet veel verderop lag Duin, een stuk stad waar men, zoals de naam doet vermoeden, duinen had opgespoten van wel tien meter hoog. Het Monaco van Noord-Europa, volgens sommigen; luxe hoogbouw met ‘modern nautisch karakter’; kustachtige allure aan het IJmeer.Het appartement dat Bert bewoonde met zijn vrouw en hun jack russell, lag niet op de bovenste verdieping, maar had wel de uitstraling van een penthouse. Alle meubels waren gigantisch: diepe, witleren fauteuils, zware kroonluchters, enorme eikenhouten tafel, dito vaas. Hier woonde iemand die was geland en van die landing een statement had gemaakt.Bert paste naadloos in zijn appartement: alles aan hem was groot, niet alleen zijn verschijning; zijn hele persoonlijkheid knalde zowat door zijn huid. Al veertig jaar woonde hij in deze stad. Hij had de Almere Haven uitgegraven zien worden, had busladingen architectuurstudenten van heinde en verre zien komen om dat wonder in de polder te bestuderen. Min of meer eigenhandig had hij, als projectontwikkelaar voor de gemeente, de ene wijk na de andere uit de grond gestampt. Op het hoogtepunt bouwden ze vierduizend woningen per jaar, naast plassen, kanalen, landbouwgebieden en bossen.Hoewel ik het Almere-in-aanbouw-verhaal al veelvuldig had gehoord, wist ik dat het verhaal van Bert anders was. Onder het plaveisel lag het strand, zoveel was duidelijk. Het werd tijd om de stenen te lichten.

Een versie van
dit artikel
verscheen ook in

NRC in de ochtend
van 4 mei 2021

Written by 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *