Oneindig verlengen kan dus, totdat het kolderiek wordt




Dat ding, dat „vreselijke ding”, dat zou toch zo snel mogelijk van tafel gaan? „Hij ligt als eerste op de stapel”, zei premier Mark Rutte een week na invoering van de avondklok, „en zelfs nog voor de stapel, om mee te stoppen”. Dat was eind januari. Nu zijn we drie verlengingen verder en ligt-ie er nog steeds, ergens onder de heropening van de basisscholen, de middelbare scholen, de kappers, de winkels, de zwemlessen, het buiten sporten, en misschien ook wel onder de heropening van de terrassen, de hogescholen en de universiteiten.Hoe zit het met onze grondrechten? Op bewegingsvrijheid, eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer, de vrijheid van vergadering, betoging, belijden van godsdienst? Op al die rechten maakt de avondklok inbreuk, erkende het hof in Den Haag eind vorige maand in een zaak tegen de maatregel, aangespannen door Viruswaarheid. De inperking mocht, schreef het hof in zijn vonnis, maar alleen als die proportioneel is en als er geen andere, lichtere middelen zijn om het virus onder controle te krijgen (subsidiariteit). Vanwege de „klemmende situatie” – mutatie van het virus, onvoldoende vaccinatiemogelijkheden – was de maatregel volgens het hof geoorloofd, ook omdat de mobiliteit ’s nachts toch al veel minder is, grondrechten overdag wel kunnen worden uitgeoefend en uitzonderingen op de regel mogelijk zijn. Het hof ging daarmee lijnrecht in tegen de eerdere uitspraak van de voorzieningenrechter die geen wettelijke basis zag voor de „vergaande” inbreuken.

Lees ook: Met nieuwe avondklok snijdt kabinet rechter de pas af

Wie zich met een blik op de coronastatistieken afvraagt of de situatie van nu nog wel zo „klemmend” is, kan betogen dat de inbreuk van een avondklok het doel niet meer rechtvaardigt. Maar zo werkt het niet, juridisch. De vraag welke maatregelen moeten worden getroffen, schreef het hof ook, is primair een politieke afweging. De regering mag hiervoor afgaan op de adviezen van het Outbreak Management Team (OMT), ook als er onzekerheid bestaat over nut en noodzaak van zo’n maatregel. De Staat heeft hierbij „een grote beoordelingsvrijheid”. De politiek beslistDus ja, de politiek beslist. En dat zo’n maatregel dan plots lager op de stapel belandt dan beloofd? „De politiek kan unfair zijn”, zegt Jon Schilder, hoogleraar staats- en bestuursrecht aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Terugfluiten? „Dat zou dan de Tweede Kamer moeten doen.” Zwemles wordt weer mogelijk voor kinderen tot en met 12 jaar oud. Het idee is dat meer kinderen hun A-, B- of C-diploma kunnen halen en verdrinkingen voorkomen kunnen worden.
Grote winkels (minstens 50 m²) mogen meer klanten toelaten. Vuistregel: twee klanten per verdieping of één klant per 25 m². In totaal mogen er maximaal vijftig klanten in een winkel zijn.
Volwassenen van 27 jaar en ouder mogen met drie anderen buiten sporten op sportaccommodaties. Wel op anderhalve meter afstand.
Bewoners van verpleeghuizen met een hoge vaccinatiegraad mogen per dag twee bezoekers ontvangen. Deze maatregel gaat als enige per direct in.
Alle overige coronamaatregelen blijven tot en met 30 maart van kracht.
Een politicus afrekenen op z’n mooie woorden is juridisch erg lastig. Ja, als het om een beloofde vergunning gaat. Maar in de meeste gevallen is de kans van slagen bij de rechter „nul komma nul”. Dat de politiek en niet de rechter beslist over de avondklok is maar goed ook, zegt Schilder. „Die avondklok is de wil van de regering, gesteund door het parlement. Een rechter hoort die vrijheid marginaal te toetsen.” De eerdere uitspraak van de voorzieningenrechter heeft hem daarom verbaasd: „Het kabinet maakt een beoordeling van de besmettingscijfers en dan zegt één rechter: het valt wel mee. Een rechter is geen democratische verantwoording verschuldigd. Dat is riskant.”Oneindig verlengen kan dus. Totdat het kolderiek wordt. Huisarrest. Een avondklok zonder besmetting. Schilder: „Dan raakt een besluit aan het willekeur-criterium: had het kabinet dit besluit in redelijkheid kunnen nemen?”Juridisch valt er nu dus weinig tegen te beginnen. Maar ethisch dan? Is alle vereenzaming, de schending van al die grondrechten als gevolg van zo’n avondklok moreel nog wel te verantwoorden? Bij kwesties waarbij de overheid ingrijpt in de levens van mensen, maakt Ingrid Robeyns, hoogleraar ethiek aan de Universiteit Utrecht, gewoonlijk een kaart. Ze neemt dan een thema – klimaatbeleid, belastingmaatregel, zorgwet – en zet alle relevante waarden erbij: kwaliteit van leven, duurzaamheid, rechtvaardigheid, etc. Vervolgens bekijkt Robeyns hoe zo’n maatregel alle verschillende bevolkingsgroepen op al die waarden raakt. „Op die manier kom je tot een structureel, afgewogen ethisch oordeel.”Bij klimaatbeleid werkt hetVoor klimaatbeleid is zo’n kader inmiddels goed te maken: de overheid doet zus, dan is het effect zo, „en dan weeg je de belangen af”. Sterker, over het klimaat zijn inmiddels zoveel feiten beschikbaar dat zelfs de rechter – die zich gewoonlijk niet met politiek bemoeit – het aandurft om het overheidsbeleid niet alleen marginaal, maar ook inhoudelijk te toetsen, zoals in de Urgenda-zaak. Maar zo’n afwegingskader voor het coronabeleid maken, zegt Robeyns, is moeilijk. „Wat is het precieze effect van de avondklok? In materiële zin, immaterieel? Raak je vooral alleenstaanden? En weegt dat zwaarder dan het recht op goed onderwijs voor kinderen of kwetsbare jongeren? En hoe weegt dat weer tegen het economisch effect van de winkelsluiting? En wat zou het effect zijn als de maatregel níét was genomen?” Er is in de coronacrisis zo veel onduidelijkheid, dat maakt de puzzel voor de overheid „extreem ingewikkeld”, zegt Robeyns. „Ik weet niet of de overheid het goed doet of niet. Ik heb niet het hele overzicht. Niemand heeft dat.”Het enige dat zij als ethicus zonder twijfel durft stellen is dat het belangrijk is dat een maatregel „zuiver” is genomen, ofwel: niet tot stand gekomen onder druk van lobbygroepen of de aankomende verkiezingen. En verder, zegt ze, past haar, en eigenlijk alle critici, in hun oordeel „bescheidenheid”. De avondklok helpt bij het remmen van de pandemie. Dat heeft het OMT in meerdere adviezen gezegd en het kabinet zegt het zijn adviseurs na in de toelichting op het wetsvoorstel, waarmee de avondklok is ingevoerd. Maar waarop is deze bewering gebaseerd?
Alles draait om het R-getal, dat toont hoeveel anderen door iemand worden besmet. Ligt de R boven de 1, zoals de afgelopen maanden, dan groeit het aantal besmettingen. Ligt die eronder dan daalt dit aantal. Sinds de invoering van de avondklok is de R niet substantieel afgenomen, maar ook niet echt toegenomen. De avondklok lijkt, net als de beperking van het aantal bezoekers thuis tot één, zo geholpen te hebben de effecten van de besmettelijke Britse variant te remmen.
Het OMT zeg dat uit mobiliteitsgegevens blijkt dat sinds de invoering van deze twee maatregelen 50 tot 75 procent minder mensen op straat zijn tijdens de avondklokuren. Dat heeft, zo concludeert het OMT na ingewikkelde modelberekeningen, de R met ongeveer 10 procent verlaagd. Dat percentage komt globaal overeen met een internationale studie, waarin het effect van de beperking van individuele bewegingsvrijheid wordt geschat op 8 tot 13 procent.
Karel Berkhout

Written by 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *