Online reageren op NRC moet kunnen, maar hoe blijft het binnen de perken?




En daar was de reactie waarvan je wist dat die zou komen. „Bent u wellicht van Joodse afkomst?” vroeg een lezer vriendelijk. Dan zou hij nog wel begrip hebben voor mijn „overgevoeligheid” voor het woord collaboratie. Hoewel ik zelfs dan beter „twee keer” had kunnen slikken, want dat woord heeft lang niet voor iedereen een connotatie met bezetting en vervolging.
Ik zou zeggen: dat is dan taalverarming. Maar goed.
Wat had ik misdaan?
Dit keer: het modereren van reacties onder mijn rubriek iets te serieus ter hand genomen.
Onder mijn artikelen op nrc.nl kunnen abonnees standaard commentaar en vragen plaatsen. Dat is nuttig, maar de valkuilen zijn bekend voor iedereen die wel eens online zijn tent opslaat: eindeloze terzijdes, onderonsjes tussen vaste reageerders, en hier en daar een explosieve burenruzie. Reageren kan alleen als abonnee en onder naam, en moet voldoen aan de etiquette-regels.
Onder mijn rubriek over het Haagse ‘notulengate’ vlamde een stekelig debat op, waarin de premier en zijn ministers het moesten ontgelden. Logisch, niet alleen in Kamerleden en journalisten, ook in heel veel lezers is een Omtzigt opgestaan die briest, aanklaagt en beschuldigt.
Prima, mits binnen de regels (onder meer: niet schelden, dreigen of beledigen). Een harde les uit het verleden, toen tal van media stopten met online reacties, door de eindeloze hatelijkheden onder met name opiniestukken van vrouwen en mensen met, laten we zeggen, een iets minder Europese achternaam.
Nu mag je van NRC-abonnees meer beschaving verwachten. Maar toen een lezer de ministers „collaborateurs” noemde, trok ik toch maar aan de noodrem. Verwijzingen naar de oorlog dienen achterwege te blijven, stipuleerde ik streng, anders wordt uw reactie verwijderd. Een waarschuwing dus, nog geen ingreep.
Onmiddellijk werd de Bastille bestormd. Censuur! En daar gingen we, op een enkele reis off topic. Inclusief de lezer die belangstellend informeerde naar mijn stamboom. Een ander bracht het foute oorlogsverleden van de oude NRC in herinnering om te verklaren waarom de ombudsman zich zo opwond. En was hier van „van hogerhand” ingegrepen?
Het liep zo hoog op dat sommige goedwillende online kampeerders hun tent dreigden op te breken en smeekten om strengere moderatie. Een van hen raadde me aan het zonnetje op te zoeken („Het is weekend, man!”).
Ja, ombudsman, eigen schuld.
Het voorval was een goede herinnering aan de entropie die altijd op de loer ligt bij zulke discussies. Maar het laat ook nog eens zien hoe wisselvallig NRC de laatste jaren is omgegaan met online reageren. In een grijs internet-verleden stond dat open voor iedereen met een krakend modem. Voorspelbaar resultaat: oeverloze debatten en ad hominem tirades (hoewel, meestal ad feminam). Daarna werd het voor iedereen afgesloten. Jaren later weer gedeeltelijk heropend, maar alleen voor abonnees en onder naam – en dat was een hele verbetering.
Maar stabiel was het nog niet. Discussies werden geregeld gedomineerd door een kleine groep veelschrijvers. Voor pre-modereren van alle reacties was onvoldoende mankracht; het gebeurde wel bij opinies en columns over ‘gevoelige’ onderwerpen – soms al een halve dagtaak.
Begin dit jaar volgde een nieuw experiment: reageren werd wederom stopgezet, behalve bij een select ‘gesprek van de dag’ en onder enkele rubrieken. Bedoeling: de bijdragen meer focus geven én de redactie ontlasten. Gevolg: betere discussies, maar ook woede onder vaste meepraters.
Inmiddels is ook dat korte experiment voorbij en is onder de meeste opiniestukken reageren weer mogelijk. Cruciaal verschil: modereren gebeurt nu na plaatsing en niet meer vooraf. Standaard worden alleen reacties die zijn ‘gerapporteerd’ als ongepast nog beoordeeld door de redactie, los van ad hoc moderatie.
Die aanpak is begrijpelijk, maar kan de temperatuur onbedoeld opdrijven; nooit leuk om je geplaatste reactie weer te zien verdwijnen. Het kan ook leiden tot verwarring. De verwijzing naar het oorlogsverleden van de oude NRC bleek plotseling verwijderd – zij het niet door mij. Een abonnee had de reactie gerapporteerd als ongepast, de dienstdoende bureauredacteur had ingegrepen.
Overigens, vroeg een abonnee met een goed gevoel voor dubbele petten, waarom modereert de ombudsman reacties onder zijn rubriek eigenlijk zelf?
Dat is een goede vraag, met een prozaïsch antwoord. Zelf modereren is een manier om contact te hebben met lezers, maar was ook de enige optie om de reactie-mogelijkheid onder de rubriek open te houden, toen NRC die in februari bijna overal afsloot. Ideaal is het niet, maar dat u het weet: ook de redactie kijkt dus in tweede instantie nog mee, en terecht.
Momenteel beraadt NRC zich opnieuw op deze vorm van interactie met lezers en dat is hard nodig. Nu modereren pas achteraf gebeurt, vliegen discussies onder sommige opinies al snel uit de bocht – dat trekt een wissel op redelijke reageerders en op auteurs.
Voltijds vooraf modereren – of dat uitbesteden zoals sommige grote media doen – zou een oplossing zijn, maar is nu geen haalbare kaart. Bovendien, online contact zou idealiter meer moeten opleveren dan elkaar de maat nemen, bijvoorbeeld grotere betrokkenheid bij NRC-journalistiek.
Het blijft kortom zoeken.

Praat mee met NRC

Onderaan dit artikel

kunnen abonnees reageren.

Hier leest u meer over reageren op NRC.nl
.

Reageren onder artikelen hoort erbij, maar binnen de regels – en als die niet te handhaven zijn, dan in een andere opzet. Lezers willen daar best aan meewerken, denk ik – om dat andere woord nu maar even niet te gebruiken.
Sjoerd de Jong
Reacties: ombudsman@nrc.nl

De lezer schrijft … Ik wil tekst, geen plaatje!
Ik lees graag een krant. Maar op de voorpagina van NRC staan tegenwoordig alleen plaatjes.
Ik ben toch niet geabonneerd op een prentenboek? Graag elke dag minstens één artikel op de voorpagina, wat mij betreft.
Herman van der Werf

… de krant antwoordt Soms gaat beeld voor – maar meestal niet
Alleen ‘plaatjes’ tegenwoordig? De lezer ergerde zich aan twee opeenvolgende voorpagina’s (maandag 3 en dinsdag 4 mei) zonder artikel en met beeld. Dat was bij hoge uitzondering. In de regel staat er door de week natuurlijk een stuk. Art director Anne-Marije Vendeville legt uit: „Bij de voorpagina werken we met templates, pasklare vormen. Welke we kiezen, hangt af van het aanbod aan artikelen en beeld. Dat wordt beslist in het dagelijkse nieuwsoverleg.” Een enkele keer kan het gebeuren dat twee ‘beeld-voorpagina’s’ kort op elkaar volgen; de eerste keer was dit beeld uit India, de volgende dag een foto van de koning bij de herdenking op de Dam.

Een versie van
dit artikel
verscheen ook in

NRC Handelsblad
van 15 mei 2021

Een versie van
dit artikel
verscheen ook in

NRC in de ochtend
van 15 mei 2021

Written by 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *