Ook belegger kiest straks bewust voor havermelk

Ook belegger kiest straks bewust voor havermelk

[ad_1]


Wat heb je nodig voor een beursgang van 10 miljard dollar? Soms niet veel meer dan wat haver en water. Ergens de komende weken krijgt het Zweedse havermelkbedrijf Oatly (dat aan het einde van dit jaar 792 werknemers zal hebben) een beursnotering aan de Nasdaq in New York. Het merk, bekend van de pastelkleurige pakken en advertenties waarin het de zuivelindustrie aanpakt, mikt op een waardering van ongeveer 10 miljard dollar. Dat is vergelijkbaar met de waardering van fintechbedrijf Adyen, toen dat in 2018 naar de Amsterdamse beurs ging. Het is een fors bedrag voor een bedrijf dat in een handvol kleine fabrieken – waaronder in Vlissingen – niet heel veel meer doet dan water, haver en wat enzymen mengen. En daarbij bovendien vorig jaar een verlies leed van 60 miljoen dollar (op een omzet van ongeveer 400 miljoen dollar).Maar Oatly wil verder groeien en beleggers investeren maar wat graag in het bedrijf. Zij zien in Oatly een speler die actief is een lucratieve nieuwe markt, waar echter op de beurs tot dusver nog nauwelijks in te investeren is. Havermelk mag dan het imago hebben dat het duur is en vooral wordt gedronken door stedelijke alternatievelingen – zo kijken beleggers er niet tegenaan. De vraag naar plantaardige zuivel (waaronder kaas en melk) is de afgelopen jaren elk jaar gegroeid, tot inmiddels 17 miljard dollar per jaar, aldus cijfers van Euromonitor. Dat is slechts een paar procent van de totale vraag naar zuivel, maar de verwachting van veel analisten is dat de groeiende trend zich de komende jaren flink zal doorzetten. Consumenten zullen steeds vaker de koe afzweren en plantaardige zuivel kopen, wat beter is voor het milieu.Oatly, zo is de gedachte van investeerders (waaronder ook de Rabobank), loopt voor op gevestigde namen als Nestlé in het bedienen van die markt. Tot 2012 was de producent, opgericht in de jaren negentig, vooral in thuisland Zweden bekend, maar onder topman Toni Petersson is het bedrijf de afgelopen jaren flink gegroeid. De crux daarbij was een strategie waarbij consumenten vooral in koffiezaken met Oatly kennismaakten. Het merk wist zichzelf Starbucks-zaken binnen te werken, waardoor de bekendheid flink groeide.Tegelijkertijd ontwierp Petterson voor Oatly een uitgesproken hip en duurzaam imago, waarbij het bedrijf bijvoorbeeld regelmatig ruzie zoekt met de ‘reguliere’ zuivelsector. Zo staat op de website en op de verpakkingen te lezen dat Oatly het kinderachtig vindt van de zuivelindustrie dat het er in de EU voor heeft gelobbyd dat ‘melk’ een beschermde term is (dit is sinds 2020 het geval). Officieel mag Oatly zijn producten daarom geen ‘havermelk’ noemen.Oatly mikt op een waardering van 10 miljard dollar: vergelijkbaar met Adyen Inmiddels is Oatly met name groot in Zweden, het Verenigd Koninkrijk, Duitsland, de VS en China. Dat laatste is grotendeels het gevolg van de hulp van de Chinese investeringsmaatschappij China Resources, dat op dit moment 30 procent van de aandelen in het bedrijf bezit. China Resources is weer in handen van de Chinese regering. Die deal kwam Oatly in thuisland Zweden op kritiek te staan. Lag het nu helemaal in lijn met de boodschap van het merk – de wereld verbeteren – dat het in zee ging met de Chinese regering? Dat gold volgens sommigen ook voor investeerder Blackstone, dat erom bekend staat veel te investeren in vervuilende industrieën, maar sinds 2020 ook mede-eigenaar is van Oatly. Petterson verdedigde de twee deals: groei in China was voor Oatly noodzakelijk, en dat investeringsclubs als Blackstone nu investeren in duurzame bedrijven zag hij juist als een positieve ontwikkeling.

Lees ook: Vleesnamen zijn oké, maar iets zomaar melk noemen? Nee

Chinees probleemKan er dan nog iets misgaan voor de havermelkproducent? Jawel.Allereerst merkt Oatly in de prospectus zelf een wel erg opvallend nadeel op: het zou zomaar kunnen dat de Amerikaanse toezichthouder het bedrijf niet toestaat informatie te delen met China Resources, of niet toestaat dat afgevaardigden van China Resources in het bestuur van het bedrijf komen. Mogelijk zal Oatly zich daarom genoodzaakt zien een tweede beursnotering aan te vragen in Hongkong, aldus de prospectus. En dan zijn er nog hele andere, fundamentelere uitdagingen. De beursgang van Oatly mag dan symbool staan voor het volwassen worden van de havermelkmarkt, die ontwikkeling betekent ook dat de concurrentie wakker wordt. Inmiddels hebben ook grote voedselbedrijven door dat de havermelktrend vermoedelijk een blijvertje is. Het Zwitserse Nestlé lanceerde begin dit jaar een eerste plantaardigezuivelproduct: Wunda. Bovendien zijn er nog veel meer start-ups zoals Oatly. De markt is nu eenmaal niet érg lastig te betreden, en veel ondernemers willen een poging doen om aan de havermelktrend te verdienen. Volgens de Financial Times zijn er op dit moment zelfs meer dan honderd bedrijven die havermelk maken. Oatly mag dan een relatief bekende naam zijn met een voorsprong, de strijd om marktaandeel belooft een harde te worden.

Een versie van
dit artikel
verscheen ook in

NRC Handelsblad
van 15 mei 2021

Een versie van
dit artikel
verscheen ook in

NRC in de ochtend
van 15 mei 2021

[ad_2]

admin

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *