Op een feestje met Berta Ruck en Virginia Woolf




Al dagen denk ik aan Berta Ruck. Omdat ik wil leren schrijven voor de massa, heb ik een personage nodig waarmee ik aan de slag kan en Berta Ruck past precies in mijn plannen. Zelf is ze in haar tijd een bestsellerauteur geweest: voordat ze in 1978 op honderdjarige leeftijd stierf, schreef ze bijna honderd liefdesromans. Ze was getrouwd met Oliver Onions. Wilt u nog meer weten? Nee, hè? U snapt nu wel waarom ik al dagenlang aan Berta Ruck denk.Laat ik eens kijken welke ingrediënten ik nodig heb voor een bestseller of een well-made play waarmee iedereen zich vandaag zal amuseren. Een personage: hebbes. Een locatie: liefst een kamer in een huis waar een feest wordt gegeven, met mensen die onverwacht in en uit lopen. Mooi, heb ik ook. We gebruiken de bovenste verdieping van een huis aan het Grosvenor Square in Londen, tijdens het interbellum. Het huis is van Vanessa Bell, de zuster van Virginia Woolf. Er is een groot feest gaande. Het ballet is aanwezig, Mary Pickford is er en Lady Ottoline Morrell. Er is niet veel te eten op zo’n societyfeest van honderd jaar geleden, alleen aardbeien met slagroom. En er is veel wijn, goedkope witte wijn. Tja, hoe nu verder? Wil ik voor het grote publiek schrijven, dan moet ik het ambacht leren, en dus heeft het verhaal dat ik opvoer een sophisticated structuur nodig. Een op het oog ondoorgrondelijke plot en een geheim dat wel bekend is bij u, als lezer, maar niet bij de personages.Goed, daar gaat-ie. Berta Ruck zit met Virginia Woolf in een zolderkamer, terwijl beneden hen het feest woedt. Letterkundige George Rylands is er ook, het is zijn kamer, en dit verhaal is ook van hem, hij heeft het verteld in 1970 in de BBC-televisiefilm A Night’s Darkness, A Day’s Sail. Wat de personages nog niet weten en u wel, omdat ik het u vertel: in haar memoires zal Berta Ruck later Virginia Woolf een ‘doodgraver’ noemen. De passage zal een vlammende titel meekrijgen. ‘Levend begraven door Virginia Woolf.’Berta Ruck is namelijk boos: dat is ook meteen de complicatie die we op dit punt hard nodig hebben voor een beetje spanning en suspense in het stuk. Anders hebt u geen zin om verder te lezen, wat verdraaid jammer zou zijn. Voordat ze elkaar op deze zolder ontmoeten, is Ruck zelfs zo boos geweest dat ze gedreigd heeft met juridische stappen. In haar roman Jacob’s Room had Woolf twee personages over een kerkhof laten dwalen, met voice-overs die de namen op de grafstenen lazen. „Ik ben Berta Ruck. Ik ben Tom Gage.” De levende Berta Ruck was des duivels. Oliver Onions ontplofte.Er kwam een brief van een advocaat. Wat de klacht precies was, weet ik niet, welk wetsartikel was overtreden weet ik ook niet. Virginia Woolf protesteerde zwakjes dat ze tijdens het schrijven van Jacob’s Room nog nooit van de echte Berta Ruck had gehoord, maar daar trapte het echtpaar Onions niet in. Het was spot van de intellectuele Woolf met de literaire status van de romantische Ruck, dacht Oliver Onions te weten.Even kijken. Een aantal eisen van de kaskraker heb ik afgewerkt. Conflict. Identiteitsverwarring. Opbouw van spanning. Dan nu de verzoening. O, wacht, eerst nog seks. Iemand vertelde me dat een well-made play ‘sex at sixty’ behoeft: seks op zestig procent van het stuk, waar we dus al een beetje laat mee zijn. Nou, vooruit: Ruck en Woolf zitten in de zolderkamer boven het feest, het conflict ligt meteen alweer achter ze, iedereen loopt in en uit, het is een vrolijke boel – en Berta Ruck begint een musicalliedje te zingen. „I never allow a sailor an inch above my knee”, zingt ze; vlak boven mijn knie laat ik geen zeeman toe. Ze danst erbij en tilt haar rokken op. Woolf is gefascineerd. Virginia zat daar helemaal in vervoering en verrukt door de hele boel, vertelde George Rylands later. Letterkundige Diane F. Gillespie schrijft in haar artikel Virginia Woolf and the Curious Case of Berta Ruck dat Woolf een studie maakt van de levenslustige vrouw van middelbare leeftijd die Ruck is. Sensueel en moederlijk tegelijk. Nu wordt het zoetjesaan tijd voor de finale. Vandaag wilde ik zoals gezegd weten hoe je voor de massa kunt schrijven. Virginia Woolf wilde dat ook wel eens weten – en aan wie kon ze dat beter vragen dan aan Berta Ruck? Op een volgend feestje, bij John Maynard Keynes en Lydia Lopokova, vallen Berta en Woolf elkaar tot tranen geroerd in de armen, schrijft ze in een brief. „Ze zei: O, was ik Virginia Woolf maar! Ik zei: Oh Berta, was ik jou maar! En in godsnaam vertel me hoe je het doet en hoeveel je ervoor krijgt.” En ofschoon ze nooit achter het antwoord op die vraag is gekomen, was dit toch wel een soort happy end. Zo. Dit was alles voor vandaag.

Een versie van
dit artikel
verscheen ook in

NRC in de ochtend
van 25 mei 2021

Written by 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *