Op peil houden van infrastructuur wordt miljarden duurder




De kosten voor het vernieuwen van verouderde infrastructuur gaan de komende jaren flink stijgen. Nu geeft Nederland daar jaarlijks 1 miljard euro aan uit; dit bedrag gaat geleidelijk stijgen naar 3 à 4 miljard in de periode 2040-2050 en tot 4 à 6 miljard per jaar daarna. Dit blijkt uit een prognose van TNO, die maandag is gepresenteerd. Het gaat om de aanpak van wegen, spoorwegen, dijken, vaarwegen, riolen en constructies als bruggen, tunnels, sluizen en stuwen.De piek in de kosten ligt volgens TNO rond 2080. De kosten van vernieuwing komen bovenop de kosten van beheer en onderhoud voor instandhouding van de bestaande infrastructuur; circa zeven miljard euro per jaar. Meer en zwaardere vrachtwagensDe stijging van de kosten wordt onder meer veroorzaakt doordat veel infrastructuur in de jaren vijftig, zestig en zeventig is aangelegd. Die is niet berekend op het intensieve gebruik dat er inmiddels van wordt gemaakt; zo rijden er veel meer en veel zwaardere vrachtwagens over de Nederlandse wegen. Veel infrastructuur gaat zestig tot honderdtwintig jaar mee.
Zoals veel babyboomers een heup- en staaroperatie hebben moeten ondergaan, zo moet ook de infrastructuur worden vernieuwd
Cora van Nieuwenhuizen minister Infrastructuur
Het rapport is maandag aangeboden aan demissionair minister Cora van Nieuwenhuizen (Infrastructuur, VVD) door voorzitter Bernard Wientjes van de Taskforce Bouwagenda. Die werd vijf jaar geleden opgericht door het kabinet en samengesteld uit overheden, bedrijven en kennisinstellingen. De minister beaamde maandag dat er geld bij moet en vergelijkt de „golf” aan vernieuwing en renovaties met de „geboortegolf” na de oorlog die leidde tot de generatie van babyboomers. „Zoals veel babyboomers inmiddels een nieuwe heup- en staaroperatie hebben moeten ondergaan, zo moet ook de infrastructuur worden vernieuwd.” De hersteloperatie is „misschien niet zo sexy”, aldus de minister, maar wel noodzakelijk om de infrastructuur te houden op het hoge niveau die deze, internationaal gezien, volgens haar heeft.‘Het grootste publieke bezit’De maandag gepresenteerde prognose is gebaseerd op bestaande prognoses van Rijkswaterstaat tot 2050, van de gezamenlijke provincies tot 2060, en van Amsterdam voor bruggen en kades. De Nederlandse infrastructuur is volgens het rapport ruim driehonderd miljard euro waard, „verreweg het grootste publieke bezit van Nederland”, aldus TNO-onderzoeker Arie Bleijenberg. De meeste infrastructuur wordt beheerd door regionale overheden. TNO wijst in het rapport niet alleen op de noodzaak van extra geld, maar hamert ook op meer structurele prognoses; een professioneler management van de plannen, liefst op „gepaste afstand” van de politiek; en tenslotte meer samenwerking en uitwisseling van kennis tussen de beheerders van de infrastructuur.

Lees ook: Merwedebrug stond op instorten

Volgens de Taskforce Bouwagenda is er op begrotingen van overheden „onvoldoende geld gereserveerd” voor de aanpak van infrastructuur en is meer aandacht hard nodig. „Soms komen beheerders van bruggen en kades pas in actie na een ongeluk of na incidenten.”  De taskforce wijst op de ingestorte werftrap in Utrecht, inzakkende kademuren in Amsterdam en de tijdelijke sluiting in 2016 van de Merwedebrug. „Uit het buitenland zijn zelfs grote rampen bekend (Genua Morandibrug). Steeds meer overheden worden zich bewust van de risico’s van verouderde infrastructuur.”

Nieuwsbrief
NRC De Haagse Stemming

Volg de formatie op de voet en word zelf een Haagse ingewijde

Written by 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *