Op weg naar het concentratiekamp ontsnapt




In Polen zijn in de Tweede Wereldoorlog niet alleen 3 miljoen Pools-Joodse burgers door de nazi’s vermoord, maar ook 3 miljoen Poolse katholieken, onder wie vrijwel de hele elite. Daarnaast woedde er een burgeroorlog tussen degenen die met de nazi’s samenwerkten en hen die in het verzet zaten. En dan had je nog het communistische verzet dat zijn nationalistische tegenvoeter het licht in de ogen niet gunde.
Al die verschrikkingen vinden hun weerslag in het werk van grote Poolse schrijvers van de ‘oorlogsgeneratie’, zoals Czeslaw Milosz, Wieslaw Mysliwski en Wlodzimierz Odojewski. Van die laatste verscheen in 2019 de novelle Een zomer in Venetië, een verhaal over een 9-jarig jongetje dat in de eerste dagen van de oorlog een fantasiewereld creëert waarmee hij de oorlog op afstand weet te houden.
Over zo’n ontkenning van de oorlog gaat ook Odojewski’s onlangs vertaalde, uit 2002 daterende novelle Verdraaide tijd. Deze keer lijkt de hoofdpersoon, de 45-jarige afgeleefde bibliotheekmedewerker Waclaw Konradius, ieder tijdsbesef kwijt te zijn en niet meer te weten wat hij tijdens de oorlog nu wel of niet heeft meegemaakt.
Gestapo-agent
Het is Warschau, 22 oktober 1963. Konradius wordt in het trappenhuis van zijn woning opgewacht door een vrouw, die sprekend lijkt op de koerierster Malgorzata, met wie hij tijdens de oorlog in een verzetsgroep zat. Ze noemt hem bij zijn schuilnaam Roman en geeft hem een brief van Walter, de leider van hun groep, met wie ze, tot jaloezie van Konradius, een verhouding heeft. In die brief staan instructies voor een te plegen aanslag, de volgende dag om 15.30 uur, op een Gestapo-agent. Konradius moet brieven bij hem weghalen, die zij dan twee dagen later wil krijgen.
Konradius raakt in de war. Hoe kan het dat Malgorzata in al die jaren niet ouder is geworden? En als ze een ander is, hoe kent ze dan zijn schuilnaam? Hij herinnert zich nu de dag waarop Walter zijn plan voor de aanslag ontvouwde, op 22 oktober 1943, precies twintig jaar geleden. Zijn kameraden zouden het vuile werk opknappen, hij hoefde alleen maar die brieven mee te nemen.
Maar of dat gelukt is, herinnert hij zich niet. Sterker nog, hij beseft ineens dat Walter hem nog had zullen laten weten wanneer en hoe laat hij in actie moest komen. Dat hij die instructies nu pas ontvangt, bewijst dat hij op 23 oktober 1943 niet mee deed. Ook heeft hij zijn medestrijders na die bijeenkomst bij Walter nooit meer gezien, al hoorde hij later wel dat de hele verzetsgroep bij de verzetsactie was omgekomen. En hoe zit dat met Malgorzata? Die kan helemaal niet in zijn trappenhuis zijn verschenen, omdat hij een maand na de oorlog aan haar graf heeft gestaan.
Verraden
En er is nog iets. Twee dagen na die actie is hijzelf tijdens een razzia opgepakt, gemarteld door de Gestapo en naar een concentratiekamp gestuurd. Op weg daarheen is hij echter ontsnapt waarna hij de rest van de oorlog van adres naar adres heeft gezworven. Maar wat heeft hij tegenover de Gestapo losgelaten? Zou het kunnen dat hij Malgorzata heeft verraden? Heeft hij haar dood op zijn geweten?
Om duidelijkheid te verkrijgen gaat hij naar het huis waar Walter hem naar toestuurt. Het is 15.35 uur. Hij is vijf minuten te laat. Hij belt aan, gaat naar binnen en haalt de documenten uit een la van een bureau. Dan pas ziet hij de gewonde Gestapo-agent liggen, die hem smeekt de politie te bellen. Wat hij ook doet.
Is dit een déjà vu? Is dit het bewijs dat hij in 1943 ook de politie heeft gebeld, waardoor hij zijn kameraden onbewust heeft verraden? Leeft hij eigenlijk wel of voert Odojewski je mee in de geest van iemand die allang dood is? Het blijft allemaal spookachtig vaag. Konradius leeft in twee dimensies, waarmee Odojewski de betrekkelijkheid van de waarheid wil aantonen.
De volgende dag gaat Konradius opnieuw naar het huis. Ditmaal is alles er anders en wonen er andere mensen, die hij begint te ondervragen. Zo ontdekt hij geleidelijk aan dat hij alles van die 23ste oktober 1943 heeft verdrongen.
Odojewski presenteert zijn verhaal in lange, meanderende en soms hoekige zinnen, waarmee hij de verwarde geestestoestand van Konradius wil benadrukken. Daardoor voert hij je tot aan het einde mee in Konradius’ angst voor de waarheid en laat hij zijn hoofdpersoon noch zijn lezers uit de mist van het geheugen ontsnappen.

Wlodzimierz Odojewski: Verdraaide tijd. Vert. Charlotte Pothuizen. Querido, 160 blz. € 18,99

●●●●●

Een versie van
dit artikel
verscheen ook in

NRC in de ochtend
van 7 mei 2021

Written by 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *