Over gender en identiteit valt veel meer uit te zoeken dan wat je moet zeggen




Niet alleen liefde is een slagveld, ook taal – en dan vooral taal over liefde of, dat andere ongrijpbare toverwoord, identiteit.
Of gender. Mediasocioloog Peter Vasterman kreeg ervan langs omdat hij in een opiniestuk de media verweet weg te kijken bij zorgen over het grote aantal „meisjes” dat zich volgens hem meldt bij klinieken zonder duidelijke historie van genderdysforie. Met dat „goor stukje transfobie” bracht hij transgender personen in gevaar, heette het op Twitter.
Je kon erop wachten: de genderoorlog heeft NRC bereikt.
Er kwam een kritische reactie op Opinie (Vasterman verweerde zich op zijn blog) en een interview met een deskundige van het Amsterdamse UMC. Die zei dat er geen bewijs was voor „sociale besmetting” onder jongeren, zoals Vasterman had geopperd. Maar waar de stijgende vraag dan wel vandaan kwam, wist hij ook niet.
Daar schoot je als lezer dus niet veel mee op. In deze kluwen zit meer journalistiek uitzoekwerk dan een haastige follow-up aankan. Alleen al om Vastermans beweringen te staven – en dat het nodig is bevestigt ironisch genoeg zijn klacht over de media.
Het is ook een belangrijk verhaal. Geen beweging voor mensenrechten heeft de wereld begin 21ste eeuw „zo radicaal verdeeld en herschreven” als die voor lhbtqai+-rechten, schrijft Mark Gevisser in zijn recente reportageboek The Pink Line. Transgenderrechten zijn „volgens sommigen de nieuwe frontier van burgerrechten, volgens anderen het absurde extreem van identiteitspolitiek”, vat Gevisser samen.
Weerstand komt overal vooral van conservatieve groepen die aanstoot nemen aan de toegenomen zichtbaarheid en (wettelijke) erkenning van transgender personen. Tientallen Amerikaanse staten hebben contra-wetgeving aangenomen om traditionele, binaire rolpatronen vast te leggen. Als repliek klinkt van trans activisten het verwijt van transfobie en een oproep tot no-platforming: geen podium geven aan „haat”.
Kortom, hier wordt een cultuurstrijd uitgevochten. Met als eerste inzet: het recht om zelf uit te maken wat je gender is én de eis dat anderen dat ook respecteren. Tv-columnist Arjen Fortuin signaleerde deze week al die spanning tussen „de verdediging van een privéleven en het opeisen van een openbaar bestaan”.
Maar kritiek komt niet alleen van rechts. Sommige feministen (bespot als TERFS, trans-exclusionary radical feminists) zien gender-neutrale sport of toiletten als mannelijke usurpatie. Zij vrezen dat transities op jonge leeftijd een herleving zijn van oude pogingen om homoseksualiteit te ‘repareren’. Onder hen de gewraakte bestsellerauteur J.K. Rowling, maar ook filosofe Kathleen Stock, van wie het boek Material Girls mikpunt werd van kritiek.
Vasterman laat me weten dat hij juist weg wil blijven uit die culturele oorlog en louter pleit voor journalistiek onderzoek.
Deed NRC dat dan niet?
Zeker, zij het verspreid over de rubrieken. Een kleine greep. De rel rond Rowling werd belicht en besproken en keerde terug in opinies; Buitenland deed verslag van anti-homo- en trans-maatregelen in Polen en bracht een bericht over een Republikeinse trans-vrouw; in Binnenland-stukken werd de lezer bijgepraat over een X in je paspoort, door een antropoloog en over een hulplijn. Sport volgde een reeks genderkwesties op de voet en indringend.
Toch heeft Vasterman met zijn mediakritiek een goed punt: deze controverse roept meer vragen op dan ook NRC tot nu toe beantwoordde (of stelde). Over de Britse rechtszaken en de onrust in academische kring die de aanleiding waren voor zijn stuk, berichtte de krant niets. Geen van de boeken die ik noemde (er zijn er meer) werd in NRC besproken.
Intussen trekken media vooral een grammaticaal beentje bij. De hoofdredactie van NRC buigt zich over genderterminologie – met name over het genderneutrale ‘hen’ of ‘die’ voor wie zich non-binair, man noch vrouw, voelt (in het Engels al gebruikelijk). De hersens van het hogere management kraken daar ook over bij het ANP, waar binnenkort een beslissing wordt verwacht. De Volkskrant gebruikt al ‘hen’, evenals de magazines OneWorld en Linda.
Ook met die taal ging Vasterman volgens critici de fout in. Hij sprak namelijk van „meisjes” en dat moest zijn „jongeren met een meisjeslichaam” of „de groep met een meisjeslichaam” – zoals NRC het omzichtig formuleerde in dat follow-up-interview. Immers: wie je je voelt, bepaalt wie je bent én wie je was.
Moet de krant zich daaraan houden? Soms is het simpel: een trans man of vrouw niet aanspreken met een oude identiteit (deadnaming). Tenzij een artikel erover gáát – zoals in een recensie van een zanger die zijn transitie bezong (een stuk dat ook al vuur trok op Twitter).
Met ‘hen’ is het ingewikkelder, dat is op zijn minst onwennig. In NRC wordt er nu omheen geschreven, maar ook dat kan potsierlijk worden, bijvoorbeeld in lange interviews. Mogelijk kan ‘hen’ dan soms wel, mits het begrijpelijk blijft voor de lezer.
Het zou ook lomp zijn er geen rekening mee te houden hoe iemand die zich vrouw noch man voelt wil worden aangesproken. Maar er ligt hier wel een bredere vraag. Betekent het recht om je eigen identiteit en voornaamwoorden te kiezen ook een plicht voor anderen dat over te nemen?
Bovendien, naar mensen verwijzen zoals journalisten doen – doorgaans met taal van de oppervlakte – is iets anders dan een bewering doen over iemands innerlijke of eigenlijke identiteit. Niet elke beschrijving is een identitair oordeel, niet elk label een levenslang vonnis – zou je denken.

Praat mee met NRC

Onderaan dit artikel

kunnen abonnees reageren.

Hier leest u meer over reageren op NRC.nl
.

Zeker niet een oordeel of vonnis van die altijd dubbelzinnige ombudsman, nee.
Sjoerd de Jong
Reacties: ombudsman@nrc.nl

De lezer schrijft … Geen oproep tot geweld
In de column van Petra de Koning over de VVD in Laren (20 mei) wordt in een citaat opgeroepen tot geweld richting Mark Rutte. Ik vind dat dit ook in een citaat niet behoort te worden gepubliceerd, om deze ongepaste inhoud niet juist nog verder onder de aandacht te brengen.
Martin Hooftman

… de krant antwoordt Het citaat tekent verruwing van het debat
In de column gebruikt een ontgoochelde VVD-kiezer het woord „afschieten”. De columnist begrijpt de bedenking van de lezer maar zegt dit citaat toch te hebben gebruikt, om aan te geven hoezeer de stemming onder sommige kiezers is verruwd. Dat is een goed punt. De krant kan maar beter terughoudend zijn met het citeren van zulke oprispingen (sociale media staan er al vol mee). Maar in die context en op deze manier gebracht (de niet-anonieme opmerking krijgt geen extra accent) is het relevant. De uitspraak tekent de hang naar geweld, in elk geval verbaal, die in het maatschappelijk klimaat is geslopen; op zichzelf is dat ook een onderwerp voor de krant.

Een versie van
dit artikel
verscheen ook in

NRC Handelsblad
van 29 mei 2021

Een versie van
dit artikel
verscheen ook in

NRC in de ochtend
van 29 mei 2021

Written by 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *