Poetins eenzaamheid dient zijn geschiedenismisbruik




Overwinningsdag straalde dit jaar in Moskou, behalve vanzelfsprekende heroïek en bittere herinnering, vooral politieke eenzaamheid uit. Nadat afgelopen zondag raketten en kadetten ter ere van de overwinning op nazi-Duitsland voorbij waren geparadeerd, legde president Poetin een krans bij het graf van de onbekende soldaat. Alleen de president van Tadzjikistan, die in een grensoorlog met Kirgizstan is verwikkeld en daarom in Moskou om steun kwam bedelen, hield hem gezelschap. Ook in Poetins overwinningsrede klonk die dag eenzaamheid. „In de beslissende veldslagen tegen het fascisme was ons volk alleen, alleen op het zware, heroïsche en opofferende pad naar de overwinning.” Alsof Sovjet-Rusland indertijd geen westerse bondgenoten had. Poetin trok die lijn zelfs onbekommerd door naar nu. „Vandaag de dag proberen de nog niet geëlimineerde moordenaars en hun volgelingen de geschiedenis te herschrijven.” Hij doelde op „neonazi’s in Europa”, aldus zijn spreekbuis Dmitri Peskov. De boodschap in tekst én beeld was onmiskenbaar: Rusland staat er weer alleen voor. Deze omsingelingsfobie is niet van vandaag of gisteren. De kalender in het Kremlin staat altijd op 22 juni (de dag waarop de Wehrmacht in 1941 de Sovjet-Unie binnenviel), zo vatte Poetins voormalige spindoctor Gleb Pavlovski de bunkermentaliteit in 2014 samen. Maar Poetin heeft het visioen dat de westerse vijand voor de poort staat nu wel nieuw cachet gegeven.Volgens filosoof Fjodor Krasjeninnikov dient deze politisering van Overwinningsdag een binnenlands doel. Ze moet de eigen bevolking disciplineren via bewijs uit het ongerijmde. Als de Sovjet-Unie in 1941-1945 als enige de nazi’s heeft verslagen, dan is de huidige leider in het Kremlin de enige die deze overwinning mag bewaken. Met andere woorden: wie het waagt om 76 jaar na dato kritiek op Poetin te hebben, is eigenlijk een onverbeterlijke nazi. „Exploitatie van het thema Overwinning als sausje over de politieke behoefte van het Kremlin nu”, aldus Krasjeninnikov. Rusland is niet uniek met z’n oorlogscanon. Ook in Nederland bestaat zo’n verlangen naar collectieve herinneringen. Overeenkomst is ook dat dit ‘historisch bewustzijn’ toeneemt naarmate de oorlog langer geleden is. In Nederland is de Dodenherdenking pas vanaf 1968 steevast op 4 mei. In Rusland werd Overwinningsdag pas in 1965 een vrije dag.Maar anders dan in Nederland – waar rond de meidagen telkens minstens twee relletjes uitbreken, dit jaar over de geloofsbrieven van 4 mei-spreker Abdelkader Benali en de analogie tussen corona en bevrijding van Forum voor Democratie– is de canon in Rusland steeds eenvormiger geworden. Tijdens de Koude Oorlog werd de rol van de andere geallieerden, zoals de Amerikaanse leen- en pachtwet of de westerse vlootkonvooien op Moermansk, in de Sovjet-Unie niet verdonkeremaand. In Rusland gebeurt dat nu wel.Te pas en te onpas breekt Poetin de staf over „geschiedvervalsing” door anderen, bijvoorbeeld als westerse politici memoreren dat Stalin en Hitler in 1939 broederlijk Polen hebben verdeeld. Ze proberen volgens hem zo Rusland een “schuldgevoel op te dringen”. Tegelijkertijd gebruikt Poetin dezelfde geschiedenis om de Polen de les te lezen dat ze hun „smerige muil” moeten houden. Willens en wetens is historisch bewustzijn zo politieke manipulatie geworden. Tragisch. Want in een land dat zijn toekomst bouwt op een gefossiliseerd verleden, zal uiteindelijk de stilte van het kerkhof heersen.Oost-Europa-expert Hubert Smeets werkt bij het kenniscentrum Raam op Rusland. Hij schrijft om de week met redacteur geopolitiek Michel Kerres over de kantelende wereldorde.

Een versie van
dit artikel
verscheen ook in

NRC in de ochtend
van 14 mei 2021

Written by 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *