Problemen na AstraZeneca- en Janssen-prik: toeval?

Problemen na AstraZeneca- en Janssen-prik: toeval?

[ad_1]


In de Verenigde Staten is een zeldzame variant van trombose vastgesteld bij zes jonge vrouwen die het Janssen-vaccin kregen toegediend. Om die reden adviseerde de Amerikaanse toezichthouder FDA dinsdag om inenting met dit vaccin nu tijdelijk stop te zetten. De uitrol in Europa, die net in gang was gezet, wordt ook gepauzeerd. Ook bij het AstraZeneca-vaccin kwamen er meldingen van bloedstolsels in combinatie met een verlaagd aantal bloedplaatjes. Is er een parallel te trekken tussen beide vaccins? Drie vragen.1 Welke overeenkomsten zijn er tussen de vaccins van Janssen en AstraZeneca?Op dit moment zijn vier coronavaccins door het Europees Geneesmiddelenbureau (EMA) goedgekeurd voor gebruik in Europa, van de farmaceuten Pfizer, Moderna, AstraZeneca en Janssen. Die eerste twee zijn mRNA-vaccins, gebaseerd op erfelijk materiaal van het coronavirus SARS-CoV-2, verpakt in piepkleine vetbolletjes. De vaccins van AstraZeneca en Janssen zijn allebei vectorvaccins. Ze zijn, in tegenstelling tot de mRNA-vaccins, gebaseerd op virussen: onschuldige adenovirussen (verkoudheidsvirussen) dienen als ‘drager’ of vector. Aan die virussen wordt een klein deel van de genetische code van het coronavirus toegevoegd, zodat cellen op de prikplek het kenmerkende spike-eiwit van SARS-CoV-2 gaan maken. Op basis daarvan vormt het lichaam antistoffen en T-cellen. De dragervirussen zijn zo aangepast dat ze zich niet kunnen vermeerden in menselijke cellen. Maar ondanks diezelfde ‘bouwtekening’ zijn er ook talloze verschillen, zegt Cécile van Els, werkzaam bij het RIVM en hoogleraar vaccinologie bij de Universiteit Utrecht. „Zoals bijvoorbeeld in de gebruikte virusvector – AstraZeneca en Janssen maken allebei gebruik van een ander type adenovirus – en de opzuivering van het product, dus het wegvangen van deeltjes die er niet in thuishoren.” En er zijn andere keuzes gemaakt rond de toediening. Zo is er bij het Janssen-vaccin maar één prik nodig. 2 Wat is er bekend over de tromboseverschijnselen die nu zijn waargenomen?Vooralsnog is niet te zeggen of de tromboseverschijnselen van de vrouwen die met het Janssen-vaccin zijn ingeënt ook daadwerkelijk door die inenting komen. Het Amerikaanse moederbedrijf van Janssen, Johnson & Johnson, laat in een verklaring weten dat het om zes meldingen op ruim 6,8 miljoen toegediende vaccins gaat. Ook bij het AstraZeneca gaat het om bloedstolsels én een verlaagd aantal bloedplaatjes, vaak in de hersenen: zogeheten cerebrale vasculaire sinustrombose. Tot 31 maart ging het daar om 62 meldingen op 9,2 miljoen geprikte doses; sindsdien zijn er nog meldingen bijgekomen. 3 Hoe nu verder?Voorlopig is de distributie van het Janssen-vaccin in Europa stilgelegd, zegt Eliane Lauwers, hoofd communicatie bij Janssen. Eerst moet nog verder worden onderzocht óf er een verband bestaat. In Nederland was maandag net een partij gearriveerd. Of de eerste vaccinaties die later deze week gepland stonden doorgaan was dinsdag nog niet duidelijk. Het is nog te vroeg om te zeggen of het echt om een bijwerking gaat, zegt hoogleraar Van Els. „Omdat het mechanisme nog niet is opgehelderd, is het belangrijk om niet te gaan speculeren.” Ze benadrukt dat dit specifieke type stollingsprobleem ook los van vaccinaties nu en dan voorkomt. „Het is goed om nog beter te kijken naar die ‘basis-incidentie’ van het probleem. We moeten vooral paniekvoetbal voorkomen en de uitkomsten van het onderzoek afwachten. Te veel speculeren is gevaarlijk.”

Nieuwsbrief
NRC Vandaag

Elke ochtend een overzicht van onze beste stukken en al het belangrijke andere nieuws

[ad_2]

admin

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *