Rutte geeft niet op, met steun van zijn VVD




De verkiezingscampagne van de VVD draaide rond één premisse: Nederland moest, om stabiel door de coronacrisis te komen, kiezen voor de continuïteit van premier Mark Rutte. Nu drie weken na de verkiezingen vrijwel alle partijen Rutte hebben uitgesloten van samenwerking in een nieuw kabinet, is in de partij iets anders te horen: Rutte gaat nergens heen. En dat terwijl zijn aanwezigheid juist de vorming van een stabiele coalitie in de weg lijkt te staan.In de dagen nadat vrijwel alle potentiële coalitiepartners hadden uitgesproken niet met Rutte samen te willen werken in de komende formatieonderhandelingen, verenigt zijn partij zich achter hem. Zo blijkt uit achtergrondgesprekken met landelijke en lokale partijleden. En blijkt uit enkele openbare steunbetuigingen van (voormalig) partijprominenten als Henk Kamp, Annemarie Jorritsma en Fred Teeven. De partij graaft zich in, vanuit het besef dat andere partijen zich nu wel kunnen uitspreken tegen hem als premier, maar dat diezelfde partijen uiteindelijk niet om de 34 veroverde VVD-zetels heen kunnen om een coalitie te vormen. Binnen de partij is er voorlopig niemand die openlijk aan zijn leiderschap twijfelt. Ondanks de klappen die Rutte heeft opgelopen in het debat over de mislukte verkenning en het gebrek aan vertrouwen bij andere partijen. De VVD heeft de verkiezingen toch niet verlóren? „Dat doe je”, klinkt het, „niet bij een leider die zijn partij wederom de grootste heeft gemaakt.”MarathondebatHet lijkt erop dat Rutte snel is hersteld van het loodzware marathondebat van donderdag. Op vrijdagmiddag oogde hij vermoeid en futloos toen hij enkele media op het Binnenhof trof. Ja, hij was nog steeds „enórm gemotiveerd” om door te gaan als premier van Nederland, zei hij. Maar hij keek er niet erg vrolijk bij. Een dag later toen hij opnieuw journalisten te woord stond was het andersom. Hij zei dat de boodschap van ChristenUnie-leider Gert-Jan Segers en de harde verwijten uit het debat hem zeker hadden geraakt – „Dat laat me niet onbewogen” – maar hij oogde, in casual outfit, weer fitter en energieker. Hij zei zich „strijdbaar” te voelen. Niet alleen prominenten en Rutte-vertrouwelingen spreken zich uit. Ook onder de leden is grote steun voor hem, blijkt uit een rondgang. Zo zegt Falco Hoekstra, fractievoorzitter van de VVD in Heerhugowaard: „Het land is de afgelopen tien jaar feitelijk op alles beter geworden. Dánkzij Rutte. Hij is de enige die met vrijwel alle partijen kon regeren.” Het Groningse lid David Jan Meijer: „Ik loop al dagen met het gevoel dat de Haagse spelletjes een bedreiging zijn voor de stabiliteit van Nederland. CDA en D66 hebben hun onderhandelingspositie versterkt, gefeliciteerd, maar nu moet het land weer bestuurd worden. Dat kan alleen Rutte.”De redenering van VVD’ers is dat de bijna twee miljoen stemmen die Rutte kort geleden kreeg niet genegeerd kunnen worden. Dat was ná de Toeslagenaffaire, die kiezers Rutte minder verweten dan door tegenstanders gedacht en gehoopt werd. Als Nederland klaar zou zijn met Rutte, klinkt het in de partij, dan was dat bij de verkiezingen wel gebleken. Hoekstra: „Na alles wat er is gebeurd, heeft toch één op de vijf mensen VVD gestemd. Dan moeten andere partijen het ook durven afsluiten.”Het gevecht aangaanVVD’ers willen dan ook dat Rutte het gevecht aangaat. Dat politiseert het leiderschap van een premier die de afgelopen verkiezingen juist succes had door zich als apolitiek op te stellen – stabiliteit in crisistijd met een premier die na de economische crisis, de ramp met MH17 en de Utrechtse tramaanslag Nederland ook door de coronacrisis kan leiden. Tegelijkertijd kan het de toch al bevroren onderlinge relaties tussen partijleiders verder verslechteren: mensen met wie Rutte een coalitie zal willen vormen en die, als ze dat doen, na hun optredens deze week een storm uit hun achterban kunnen verwachten.Ruwweg zien VVD’ers twee opties, die uiteindelijk allebei uitkomen op een onvermijdelijke voortzetting van Ruttes premierschap. De eerste is dat als andere partijen denken het zonder hem te kunnen, ze dat dan maar moeten laten zien. Die houding kan D66 als tweede partij ertoe dwingen om de leiding te krijgen voor een formatiepoging zónder de VVD. Die zou dan uit minstens zeven partijen moeten bestaan: een numeriek en inhoudelijk vrijwel onmogelijke samenstelling. De VVD-top vindt het wel aantrekkelijk om, na de breed aangenomen motie van afkeuring van donderdagnacht, het initiatief nu even aan D66 en andere partijen te laten. Het lastige vlot trekken van de formatie „mogen ze dan lekker zelf gaan doen”, klinkt het. „Wij wachten het rustig af.” Dinsdag praten de fractievoorzitters in de Tweede Kamer hierover met Kamervoorzitter Khadija Arib. Het is de bedoeling dat er dan een informateur zal worden aangewezen. Uiteindelijk, zo is de verwachting, kunnen die andere partijen toch niet om de 34 zetels van de VVD heen en komen ze toch weer bij Rutte uit. Want, zo zei Rutte ook dit weekend voor de camera’s: „De VVD gaat over zijn eigen personeelsbeleid.” ‘Radicale ideeën’Rutte zelf stuurde zaterdag aan op het „herstel van vertrouwen” dat onder anderen D66-leider Sigrid Kaag benadrukte. Hij had het ineens over „macht en tegenmacht”, de door CDA’er Pieter Omtzigt veelgebruikte termen waar het donderdag tijdens het debat ook over ging. Over een „andere bestuurscultuur” hadden hij en de VVD ineens „radicale ideeën”, hoewel onduidelijk bleef welke precies. In het verkiezingsprogramma repte de partij daar niet over. Tijdens de grootste crisis van zijn leiderschap valt Rutte daarmee terug op de vertrouwde houding waarmee hij al tien jaar door overleeft: meebewegen met de rest. En ook: niet opgeven, kijken hoe de andere partijen er de komende dagen op reageren, de tijd zijn werk laten doen.VVD’ers weten dat het succes van de partij de afgelopen tien jaar grotendeels te danken is aan de populariteit van Rutte. Binnen de partij is al jaren te horen dat na Ruttes vertrek, ooit, de partij bijna onvermijdelijk een val zal maken – wellicht vergelijkbaar met die van het CDA na het vertrek van Jan Peter Balkenende in 2010. Een vanzelfsprekende opvolger is er binnen de fractie niet. In de grote steun voor Rutte binnen de VVD, ondanks de gevolgen die dat kan hebben voor de kabinetsformatie, klinkt dan ook een echo door van wat Klaas Dijkhoff vorig najaar in NRC over zijn partij zei. De toenmalig fractievoorzitter van de VVD beschreef een defensieve partij. Op een dag, zei hij, „komt een partijgenoot in de knel. Dan is je eerste reflex: is er een verdedigingslinie?” De VVD zou dan te veel uit eigen belang redeneren. „Wij zijn clubverliefd, maar voor de samenleving telt dat niet. Als je dit niet inziet, dan hol je de partij uit en krijg je terecht op je lazer bij verkiezingen.”

Lees ook: Met of zonder Rutte, dat is de vraag

Nieuwsbrief
NRC De Haagse Stemming

Volg de formatie op de voet en word zelf een Haagse ingewijde

Written by 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *