Rutte III moet wéér wat uitleggen




Voor leden van het kabinet die wekelijks met elkaar vergaderen in de Trêveszaal is vooral één spelregel van belang: dat de beraadslagingen geheim blijven. En dat voor een periode van twintig jaar.
Dat maakt, zegt oud-VVD-minister Henk Kamp, dat iedere deelnemer vrijuit kan spreken. „Vertrouwelijkheid is zeer belangrijk voor een ordelijk verloop van de besluitvorming.” In wat hij noemt „het krachtenspel” van de regeringspartijen én de departementen is het zaak dat iedere bewindspersoon in vrijheid standpunten kan innemen en overwegingen delen. En vooral ook: zónder gezichtsverlies onderhandelingsposities kan loslaten. Kamp: „Als alles wat besproken wordt meteen op straat komt te liggen, leidt dat onherroepelijk tot onrust. Dan zou niemand in discussies meer bewegen en dat tast de kwaliteit van bestuur aan.”
Groot moet de onrust onder de leden van het demissionaire kabinet-Rutte III dus zijn geweest toen RTL Nieuws woensdag onthulde wat was besproken tijdens acht ministerraden in de periode mei-november 2019. Onderwerp: het in dat jaar politiek steeds explosiever wordende dossier van de fraudebestrijding bij de kinderopvangtoeslag, de kwestie waar dit kabinet begin dit jaar over struikelde.
Aangehaalde termen als „overslaande brand”, „hardvochtig”, „geen volledig feitenrelaas” – sommige tussen aanhalingstekens, andere niet – wekten de indruk dat bewindslieden hoogst geïrriteerd waren over de Tweede Kamer die alsmaar nieuwe, lastige vragen bleef stellen over de Toeslagenaffaire.
Evengoed is diezelfde Kamer zich rot geschrokken over de onthullingen van RTL. Uit het stuk bleek namelijk ook dat het kabinet in 2019 herhaaldelijk zou hebben beslist om de informatie die het parlement wilde hebben, niet te geven. En zelfs pogingen zou hebben ondernomen om kritische Kamerleden de mond te snoeren. Zo zou minister Wopke Hoekstra van Financiën, nu CDA-leider, in de ministerraad van 12 juli 2019 over zijn partijgenoot Pieter Omtzigt hebben gezegd: „We hebben geprobeerd om de heer Omtzigt te sensibiliseren, maar dat is niet gelukt.”
De Kamer is boos. Er komt een debat. Een deel van de Kamer wil de notulen van de kabinetsvergaderingen in 2019 zien om na te gaan of het nieuws van RTL klopt.
Demissionair premier Rutte (VVD) liet op woensdagavond al monter weten dat wat hem betreft „niets onoorbaars of vreemds” was gebeurd, maar het kabinet zal pas na de ministerraad van vrijdag inhoudelijk op het nieuws reageren. Het Kamerdebat is volgende week en daardoor zal de formatie zo goed als zeker vertraging oplopen. Het vertrouwen in de zittende regeringspartijen heeft na de vórige kwestie-Omzigt in elk geval een nieuwe knauw gekregen.
Overslaande brand
Wat wilde de Kamer precíés weten en waarom deed het kabinet daar nu zo moeilijk over?
Goed beschouwd gaat de Toeslagenaffaire over drie dingen: waarom is het bij de Belastingdienst zo misgegaan, hoe en wanneer worden de slachtoffers gecompenseerd voor de geleden schade, en waarom wil het kabinet de Tweede Kamer niet volledig informeren?
Deze elementen zijn terug te vinden in de besproken ministerraden en staan ook beschreven in het rapport van de Parlementaire ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag.
In het voorjaar van 2019 kwam toenmalig staatssecretaris Menno Snel (D66) tot het inzicht dat iets gruwelijk was misgelopen in de aanpak van mogelijk misbruik van de kinderopvangtoeslag bij een gastouderbureau in Eindhoven. Het betrof een zaak met ongeveer driehonderd ouders.
Nadat Snel, zoals hij het zelf noemde, „uit de tunnel was gekomen”, doet hij in de ministerraad van 7 juni 2019 een eerste voorstel voor een schadevergoeding voor die groep. Het kabinet gaat er niet in mee en volgt een advies van de landsadvocaat. Die ziet risico’s voor precedentwerking – hier valt de term „overslaande brand”. Zou de Belastingdienst andere burgers niet evenzeer onrechtmatig hebben behandeld? Die zouden dan óók aanspraak maken op compensatie. Het kabinet besluit dat de al aangestelde commissie-Donner eerst maar eens moet uitzoeken hoe groot de potentiële groep slachtoffers precies is.
Na herhaaldelijke onthullingen van RTL en Trouw groeiden in 2019 de irritaties tussen kabinet en Kamer. Het parlement, CDA’er Omtzigt en Renske Leijten van de SP voorop, werd steeds feller in het bestoken van Snel. Waarom houdt hij informatie achter? Welke topambtenaren zitten achter de gemaakte fouten? Waarom worden de ouders niet geholpen? Het kabinet ergert zich aan de aanvallen op de staatssecretaris, zo parafraseert RTL. Die zijn „heftig, unfair en volstrekt ongepast”.
Het gebrek aan informatievoorziening van het kabinet aan de Kamer leidt begin november 2019 tot een breed gedragen motie, waarin de staatssecretaris opnieuw wordt gevraagd om „een volledig feitenrelaas”. Volgens de reconstructie van RTL zou het kabinet hebben besloten die motie bewust niet uit te voeren – al komt staatssecretaris Snel twee weken later wel degelijk met uitgebreide documentatie.
De Kamer stelt op basis van artikel 68 van de Grondwet dat het kabinet verplicht is informatie te verstrekken. Het kabinet beargumenteert dat niet alle stukken die een departement produceert zonder meer aan het parlement moeten worden gegeven. Er zijn uitzonderingen mogelijk, bijvoorbeeld „persoonlijke beleidsopvattingen” van ambtenaren, omdat die zich niet kunnen verdedigen. Dat zal de komende dagen ook de verdedigingslijn worden.
De ironie wil dat deze lijn, die door het kabinet-Rutte III begin dit jaar werd losgelaten in reactie op het rapport over de Toeslagenaffaire, decennialang door de Kamer werd gesteund. Dat bleek bijvoorbeeld in een debat in januari 2020, kort nadat staatssecretaris Snel was opgestapt. Minister Raymond Knops (Binnenlandse Zaken, CDA) zei toen tegen de Kamer: „Dat van die persoonlijke opvattingen is gewoon een harde lijn. Er is niemand die dat ter discussie stelt. Dat heb ik van u al gehoord.”
Dat was zo. Niemand protesteerde.

Mark RutteHet gaat nu niet alléén over hem
Als demissionair premier Mark Rutte serieus denkt dat hij zijn geloofwaardigheid kan terugwinnen, na zijn onwaarheid over Pieter Omtzigt in zijn gesprek met de verkenners, komt het er nu op aan. Een paar uur na de RTL-onthulling over de ministerraad en de Toeslagenaffaire, zei Rutte dat er „niks onoorbaars, niks vreemds” is gebeurd. Hij zag er geconcentreerd uit, Rutte zal zelf ook beseffen wat er voor hem op het spel staat: hij kan niet nóg eens zeggen dat het toch anders was dan hij „naar eer en geweten” dacht.
In gesprekken met de informateur zeiden collega’s van andere partijen dat ze van Rutte meer „reflectie” verwachten over die onwaarheid en over de gesloten politieke cultuur. Na zijn eigen gesprek met Tjeenk Willink zei Rutte dat hij „indringend” heeft nagedacht over zijn eigen rol. Daar zou hij „binnenkort meer over vertellen”.
Hij zag er niet nerveus uit, zoals eerder wél CDA-leider Wopke Hoekstra. Of aarzelend, zoals Sigrid Kaag van D66. Het draait nu ook niet alleen om hem, maar om hen alle drie – dat maakt het voor Rutte net wat minder ingewikkeld dan drie weken geleden. Toen kwamen Hoekstra en Kaag nog met een motie van afkeuring tegen hem. Nu raakt de kritiek op de bestuurscultuur ook hén.
Al eerder bleek dat de VVD-leider in december in de ministerraad voorstelde om de notulen openbaar te maken die gingen over Omtzigt en de toeslagen. De bewindslieden van D66 en CU waren ermee akkoord, Hoekstra níét.
Maar echt ontspannen kan Rutte niet zijn. Als Hoekstra en Kaag het zwaar krijgen, en het CDA misschien zelfs verscheurd raakt over de positie van Omtzigt, is dat ook in zijn nadeel: lukt het dan nog om een stabiel kabinet-Rutte IV te formeren?
Petra de Koning
Wopke HoekstraEen schier onmogelijke balanceeract
De onderhandelingspositie van het CDA in de formatie lijkt weer net zo ongunstig als vlak na de verkiezingen. Even leek het erop dat de partij van Wopke Hoekstra een sleutelpositie had. De VVD mocht het initiatief niet meer nemen van D66, nadat bleek dat VVD-leider Mark Rutte met verkenners had gesproken over de positie van CDA-Kamerlid Pieter Omtzigt. Om tot een meerderheidscoalitie te komen, zou D66 het CDA nodig hebben. Maar het CDA wilde niet regeren zonder de VVD. Voor een partij die een verkiezingsnederlaag had geleden, werd het CDA zo ineens erg belangrijk in de formatie. Het viel op dat Hoekstra daarna vaak sprak over „onze Pieter Omtzigt” en de onderwerpen die dat Kamerlid al jaren agendeerde vaak ter sprake bracht: macht en tegenmacht.
Maar de onthullingen van RTL Nieuws, waarin Omtzigt wéér een hoofdrol speelt, veranderen depositie van Hoekstra en brengen de toch al niet zo goede relatie tussen hem en Omtzigt tot een nieuw dieptepunt.
Dit keer kan Hoekstra niet alleen wijzen naar de premier. Hij zou erbij zijn geweest toen het kabinet zou hebben besloten voor de Kamer informatie achter te houden. En hij zou in de ministerraad hebben gezegd dat hij tevergeefs geprobeerd had Omtzigt te „sensibiliseren”. Al vóór de kwestie had Omtzigt zich weleens hardop afgevraagd of hij niet beter weg kon bij het CDA. Hoekstra moet nu zowel Omtzigt bij zich houden, als een stoel aan de formatietafel behouden. Dat dat een lastige balanceeract is, werd donderdagavond weer duidelijk: zo’n twintig lokale CDA-afdelingen stuurden een brandbrief aan de Eerste en Tweede Kamerfracties van de partij, met de oproep om niet te gaan regeren met Rutte.
Lamyae Aharouay
Sigrid KaagZij zat ook bij die vergaderingen
Lang was binnen D66 de vrees dat bij de afgelopen verkiezingen zou gebeuren wat D66 na een regeerperiode zo vaak overkwam: een verkiezingsnederlaag. Ze hadden vier jaar eerder bovendien gezien dat regeringssamenwerking aan een andere progressieve partij, de PvdA, was gaan kleven en dat dat had geleid tot fors zetelverlies.
Onder leiding van de nieuwe lijsttrekker Sigrid Kaag liep het anders. De partij won vijf zetels en werd de tweede partij van Nederland. Onder de belofte van ‘nieuw leiderschap’ profileerde Kaag zich als tegenspeler van de bestuurscultuur van Mark Rutte.
Kon Kaag drie weken geleden nog naar hem wijzen als pars pro toto van die cultuur, nu dreigt ze daarmee zelf vereenzelvigd te worden – ze maakt immers al drieënhalf jaar onderdeel uit van het kabinet, ze zat bij de vergaderingen, ze stemde in. Bovendien lag het toeslagendossier altijd bij D66-bewindspersonen: geen partij die bestuurlijk zó betrokken was. De samenwerking met Rutte dreigt aan haar te plakken, zoals PvdA’er Lodewijk Asscher daardoor werd achtervolgd én ten val gebracht.
Drie weken eerder verweet Kaag Rutte een „patroon van vergeetachtigheid”. Woensdag wist ze zélf niet meer of ze de vergaderingen van de ministerraad had bijgewoond waarin werd gesproken over informatie achterhouden voor de Tweede Kamer, „of dat ik in Niger was”. Later bleek dat ze wél aanwezig was.
De in de campagne geslaagde poging Kaag los te wrikken van Rutte staat nu onder druk. Tenzij ze zich alsnog fel tegenover de premier weet te plaatsen – met in het achterhoofd het besef dat voor D66 regeren zonder de VVD onmogelijk is, maar voor de VVD zonder D66 eigenlijk ook.
Mark Lievisse Adriaanse

Een versie van
dit artikel
verscheen ook in

NRC in de ochtend
van 23 april 2021

Written by 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *