Rutte laat nederigheid zien die de Kamer wil




De Tweede Kamer wilde donderdag in de grote debatzaal nederigheid zien van demissionair premier Mark Rutte. En kreeg die. Vond hij in de ministerraad eerst nog dat je van Kamerleden van coalitiepartijen een minder kritische houding mocht verwachten dan van de oppositie? Zo stond het in notulen over de Toeslagenaffaire. Nu noemde Rutte dat „ongepast” van zichzelf, hij was er „niet trots op”.In de verhoren van het parlementaire onderzoek naar de toeslagen, in november vorig jaar, had hij zulke gesprekken in de ministerraad nog „achtergrondmuziek” genoemd. Dat zou hij, hield hij de Kamer voor, nu nooit meer zo zeggen.Maar veel verder dan dit ging Rutte niet. Hij bleef zeggen dat het kabinet niet met slechte bedoelingen informatie had achtergehouden over de toeslagen en hij was ook zeker niet van plan om te doen wat GroenLinks-leider Jesse Klaver van hem vroeg: nu alsnog ándere ministers aanspreken op wat ze anderhalf jaar geleden hadden gezegd over Kamerleden die lastig werden gevonden. Demissionair minister van Infrastructuur Cora van Nieuwenhuizen, bleek uit de notulen, had het „in geen geval acceptabel” genoemd dat coalitiefracties een „scherper standpunt innemen” dan Kamerleden van de oppositie. Daar was Rutte het toen mee eens geweest. Dat híj erop terugkwam, vond hij terecht. Hij wilde niet nu alsnog Van Nieuwenhuizen „corrigeren”.

Lees ook: Hoe ver reikt het informatierecht van de Tweede Kamer?

Klaver maakte er een groot punt van. Voor hem leek er veel van af te hangen: gunt GroenLinks Mark Rutte nog een kans om het vertrouwen te herstellen, na de crisis over de onwaarheid van Rutte over CDA’er Pieter Omtzigt in de formatie? Is GroenLinks nu misschien toch bereid om met de VVD onder Ruttes leiding in een nieuwe regering te stappen? Want dat hing de hele donderdag boven het debat: zijn de notulen de genadeslag voor het kabinet-Rutte IV? Of zijn er toch nog partijen die hem een kans willen geven? „Ik hoop dat ik er een rol in speel”, zei Rutte zelf over de formatie. „Of niet. We zien wel.”Debat over dualismeHet debat over de notulen leek vooral als doel te hebben: aantonen dat Tweede Kamerleden zich echt dualistisch kunnen gedragen – en dus kritisch zijn over het demissionaire kabinet, ook over de ‘eigen’ bewindslieden. Maar of dat is gelukt? De deemoedigheid van Rutte leek vooral afgesproken werk.Aan het begin van het debat hadden VVD, CDA en D66 al gevraagd om „reflectie” op de manier waarop ministers hadden gesproken over Kamerleden. VVD-fractievoorzitter Sophie Hermans wilde van Rutte horen dat het „lelijk en ongepast” was om van de coalitie iets anders te verwachten dan van de oppositie. Rob Jetten van D66 noemde het een paar keer „onnodig, onwenselijk en ongepast” – ook van de eigen D66-ministers. Volgens Anne Kuik van het CDA was dit debat „het moment om het kabinet te vragen om het uit te leggen, de context te geven”.Kuik had, zei ze ook, het woord „sensibiliseren” op moeten zoeken in het woordenboek. „Laat de heer Hoekstra uitleggen wat hij daarmee heeft bedoeld.” In de ministerraad zei Hoekstra een keer dat hij en zijn collega Hugo de Jonge hadden geprobeerd om hun partijgenoot Omtzigt, die bekendstaat als eigenzinnig en vasthoudend, te ‘sensibiliseren’. „Overigens met beperkt succes.”Het ging precies zoals VVD, D66 en CDA hadden gevraagd, en zelfs in de woorden die de Kamerleden aan de ministers hadden voorgezegd: het was „ongepast” geweest, zei Rutte. Hij wilde, zoals VVD-fractievoorzitter Sophie Hermans hem vroeg, deze vrijdag in de ministerraad ook nog wel een keer zeggen dat het echt niet de bedoeling was dat ze in hun vergaderingen commentaar gaven op vragen of debatoptredens van Kamerleden.

Vanaf links, de demissionaire ministers Kajsa Ollongren (D66), Wouter Koolmees (D66), Sigrid Kaag (D66) en Wopke Hoekstra (CDA).
Foto’s David van Dam

Geslotenheid op het BinnenhofMet zijn deemoedige houding deed Rutte ook wat PvdA en GroenLinks al een tijdje van hem willen zien: ze vinden dat hij moet nadenken over zijn eigen rol in de politieke cultuur van geslotenheid die volgens hen overheerst op het Binnenhof. Rutte had het een paar keer over de ‘tussenwereld’ van allerlei overlegjes tussen het kabinet en de Tweede Kamer die het dualisme onderuithaalt: die moet volgens hem „weg” of in elk geval „veel minder” een rol spelen in de Haagse politiek.Klaver was „blij”, zei hij, dat Rutte „tot het inzicht is gekomen dat er dingen moeten veranderen”. Het „zou mijn fractie helpen”, zei hij ook, als Rutte zou zeggen dat het kabinet meer had moeten doen om de Kamer te informeren over de toeslagenaffaire. „Dat ronduit toegeven helpt om vooruit te komen.” Vooruit te komen? In de zaal hoorden collega’s van andere partijen hem vooral zeggen: om mee te kunnen doen aan de formatiegesprekken. Rutte leek de boodschap prima te begrijpen. Toen Klaver hem bij de interruptiemicrofoon het idee gaf dat de ministerraad over mensen moest gaan praten, zoals de families die hadden geleden onder de toeslagenaffaire, zei Rutte dat Klavers verhaal hem „raakte”. Dat gingen ze doen. Klaver ging zitten, Rutte knikte hem toe en knipoogde nadrukkelijk – met twee ogen tegelijk.In de dinerpauze van het debat zagen anderen vanaf de gang Rutte en Klaver samen aan tafel zitten. Klaver praatte, Rutte maakte aantekeningen.PVV, FVD, Bij1 en Denk kwamen al aan het begin van het debat met een motie van wantrouwen tegen het hele demissionaire kabinet. Maar voor een meerderheid in de Tweede Kamer leek de nederige houding van het kabinet genoeg. Rutte noemde de Toeslagenaffaire keer op keer „verschrikkelijk”, het kabinet had „grote fouten” gemaakt. Hoe had VVD’er Klaas Dijkhoff het ook alweer genoemd, zei hij: „Een clusterfuck, toch?”Uit de VVD-bankjes klonk: „Een clustercatastròòòfe.”
Notulen van de ministerraad Wie zei wat?
Fragmenten uit de notulen van de ministerraad van 12 juli 2019.Minister Koolmees licht toe dat […] een motie van afkeuring is ingediend door het lid Leijten van de SP-fractie. Hoewel deze motie niet is gesteund door de VVD- en CDA-fracties, voeren de woordvoerders van deze fracties, de heer Omtzigt en mevrouw Lodders, wel een gezamenlijke strijd met mevrouw Leijten tegen staatssecretaris Snel. Spreker toont zich hierover zeer ontstemd, omdat de rol van de twee coalitiefracties weinig behulpzaam is bij het oplossen van de onderliggende problemen. […]De minister-president kan zich vinden in de inbreng van minister Koolmees […]. Spreker toont weinig begrip voor woordvoerders van coalitiefracties die zich in de media trachten te profileren en laat weten in de richting van mevrouw Lodders reeds het belang van eenheid binnen de coalitie te hebben benadrukt.Minister Hoekstra sluit zich aan bij minister Koolmees en laat weten dat de relatie tussen het kabinet en de coalitiefracties in de Tweede Kamer ingewikkeld te noemen is. Opgemerkt zij dat door minister De Jonge en spreker veel tijd en energie is gestoken in het sensibiliseren van de heer Omtzigt, met overigens beperkt succes. […]Minister Van Nieuwenhuizen Wijbenga merkt op […] door een journalist te zijn gewezen op de scherpe oppositierol die door twee woordvoerders van de coalitiefracties in de Tweede Kamer werd ingenomen. Informeel is door deze woordvoerders aan spreekster te kennen gegeven dat zij op zoek zijn naar een manier om zichzelf te profileren. Tot op zekere hoogte is hiervoor begrip op te brengen, maar in geen geval is het acceptabel te noemen dat coalitiefracties een scherper standpunt innemen dan oppositiefracties.De minister-president beaamt dit.

Nieuwsbrief
NRC De Haagse Stemming

Volg de formatie op de voet en word zelf een Haagse ingewijde

Een versie van
dit artikel
verscheen ook in

NRC in de ochtend
van 30 april 2021

Written by 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *