‘Samenwerking maakt ons betalingsverkeer zo goedkoop’




Zo’n 890 miljoen iDeal-transacties. 1,49 miljard betalingen met een automatische incasso. 372 miljoen instant payments. De getallen in het Nederlandse betalingsverkeer van 2020 zijn enorm.
Op de achtergrond daarvan spelen Currence en de Betaalvereniging een bepalende rol. Currence (met aandeelhouders ABN Amro, Rabobank en ING) is merkeigenaar van iDeal, Incassomachtigen en Acceptgiro. In de Betaalvereniging spreken banken en betaalinstellingen standaarden af om bijvoorbeeld instant payments, overboekingen die direct op de rekening worden bijgeschreven, goed te laten verlopen. Ook zetten ze campagnes op als ‘Pinnen, ja graag!’ en ‘Veilig Bankieren’.
Piet Mallekoote (1954) stond tot deze maand aan het hoofd van beide organisaties. Als directeur van Currence (sinds 2006) en de Betaalvereniging (sinds de oprichting in 2012) is hij altijd op de achtergrond gebleven. In zijn afscheidsinterview met NRC, een paar dagen voor zijn vertrek, heeft Mallekoote enige moeite om zichzelf nu wel naar voren te schuiven. „We doen het allemaal samen”, benadrukt hij steeds. Een woordvoerder moet hem enkele keren aanmoedigen zijn persoonlijke verdiensten te noemen – en de opsomming blijft kort.
Toch valt Mallekootes rol niet te onderschatten. Hij speelde een grote rol in de samenwerking tussen partijen die normaliter vooral met elkaar concurreren: banken en betaalbedrijven. Volgens een bestuurslid van de Betaalvereniging, dat anoniem wil blijven, is Mallekoote de grote aanjager van het efficiënte Nederlandse betalingsverkeer.
CV Van DNB naar Currence
Piet Mallekoote (1954) studeerde economie aan de Universiteit van Amsterdam. Tussen 1979 en 2004 werkte hij bij De Nederlandsche Bank in verschillende rollen, op het eind als afdelingsdirecteur betalingsverkeer. In 2004 vertrok hij naar betaalorganisatie Currence, eerst als adjunct-directeur, vanaf 2006 als directeur. Diezelfde rol kreeg hij bij de oprichting in 2012 bij de Betaalvereniging Nederland. Hij is getrouwd en heeft twee dochters en een zoon.
Beleidsadvies
Piet Mallekoote begon zijn carrière in 1979 bij De Nederlandsche Bank (DNB) als beleidsanalist. „Dat ging helemaal niet over het betalingsverkeer”, zegt hij. „Ik zat in een clubje dat analyses en beleidsadviezen moest opstellen voor de directieleden.” Onder president Nout Wellink, die de centrale bank wilde moderniseren, stroomde hij door naar uitvoerende onderdelen van de DNB. Eerst naar de afdeling contant geld. „Dat was eigenlijk een soort fabriek, waar bankbiljetten werden gesorteerd.” Later kwam hij bij het girale betalingsverkeer. In 2004, na zijn vertrek bij DNB, werd hij onderdirecteur bij Currence.
De analyses waar Mallekoote zich in het begin van zijn carrière mee bezighield, is hij als baas altijd blijven maken. „Als je een besluit wilt nemen, moet je eerst weten hoe het zit. Ik heb altijd geprobeerd door vooraf goed na te denken de samenwerking tussen banken en betaalinstellingen zo goed mogelijk te laten lopen. Want je kunt wel heel opportunistisch praten, maar dan is het een dag later weer van tafel. Ik kon door mijn analyses iedereen goed bij de les houden.”
Misschien gaat Mallekoote – het eerdergenoemde bestuurslid noemt hem een ‘goeroe’ – zijn analyses over de sector op papier zetten. Maar dat weet hij nog niet zeker. „Ik ben er ook wel aan toe om af en toe wat anders te doen dan over betalen na te denken.” Wel is hij bereid nog een keer zijn analyses te delen met NRC, aan de hand van drie stellingen.

Samenwerken in het betalingsverkeer is beter dan tegen elkaar concurreren
 
Nee, is het antwoord van Mallekoote. Je hebt beide nodig voor een efficiënt betalingsverkeer. „Je werkt samen op de infrastructuur, bijvoorbeeld om productkenmerken en standaarden te bepalen. Een voorbeeld: in Nederland werken dankzij een afgesproken standaard voor pinbetalingen alle passen van banken al heel lang op alle betaalautomaten – lang voordat dat standaard werd door Europese regels.
„In bijvoorbeeld Turkije is dat heel anders. Daar heeft een winkelier soms zes of zeven betaalautomaten op zijn toonbank. Voor de consument maakt dat op het oog niet zoveel uit, die kan gewoon betalen. Maar voor de winkelier scheelt het wel veel. Die moet al die apparaten aanschaffen. En dat maakt het systeem inefficiënt en daardoor duurder – uiteindelijk ook voor de consument.”
Voordat Currence ontstond, regelde Interpay de standaarden en tarieven voor het Nederlandse betaalkaartsysteem PIN. Daar werd toen te intensief bij samengewerkt. De banken achter Interpay bleken echter het kartelverbod te hebben overtreden, waarvoor ze samen 12 miljoen euro boete kregen. Interpay werd gedwongen de merkrechten van PIN over te dragen aan Currence en de banken gingen individueel de tarieven voor betaaltransacties bepalen.
PIN is nu vervangen door het Europese Maestro en V PAY. Maar het Nederlandse online betaalsysteem iDeal is op dezelfde manier geregeld: „Wat banken en betaalinstellingen bij Currence doen is door gezamenlijk af te spreken hoe iDeal precies werkt, de ‘koek’ – de potentiële markt – zo groot mogelijk maken. Als ze vervolgens ons kantoor verlaten, gaan ze die koek verdelen. Afnemers van iDeal – de webwinkels – kunnen kiezen uit wel zestig aanbieders, die allemaal hun eigen tarieven en voorwaarden bepalen.
Het is een balans, zegt Mallekoote: de samenwerking moet optimaal zijn, maar mag de concurrentie niet aantasten. „Daarop letten is een belangrijke rol van Currence en de Betaalvereniging.” Door deze opzet kent het betalingsverkeer in Nederland volgens hem „de laagste kosten in Europa, en misschien wel wereldwijd. Door samenwerken ban je onnodige kosten uit.”
Dat betekent niet dat de sector klaar is, vindt Mallekoote: een product als iDeal mag niet stilstaan. Gewerkt wordt daarom aan een versie waardoor betalen met minder kliks kan. Hierdoor kan Nederlands populairste onlinebetaalsysteem de strijd aan met internationale concurrenten als Apple Pay en Google Pay. „Nieuwe toetreders en concurrentie zijn belangrijk voor de consument. Die moet keuzevrijheid hebben. Daarom is innovatie van belang.”

Consumenten betalen in Nederland te weinig voor hun betalingsverkeer
 
Ja, eigenlijk is dat wel zo, vindt Mallekoote. Volgens hem zijn Nederlandse consumenten er nooit zo happig op geweest te betalen voor hun rekening, of per transactie. Banken legden daarom de transactiekosten vooral neer aan de andere kant: bij de ontvangers, zoals winkeliers. Maar dat dekt de kosten van het betalingsverkeer niet volledig.
„Dat ging jarenlang goed omdat banken door een gratis of goedkope betaalrekening aan te bieden een relatie met consumenten konden opbouwen. De rekening was een soort toegangspoort, waarna door verkoop van leningen, hypotheken en verzekeringen alsnog goed verdiend kon worden aan de klant. De concurrentie om cross selling op gang te houden, hield die betaalrekening zo goedkoop mogelijk.”
Jarenlang ging dat goed. „De zakelijke betaalmarkt leverde geld op, de consumentenmarkt was zwaar verliesgevend. De koppelverkoop en de rentemarge [het verschil tussen spaar- en uitleenrente] compenseerden dat. Maar nu is die rentemarge uitgehold door de lage rentes. En tegelijkertijd staat de koppelverkoop ook onder druk, door toetreding van nieuwe aanbieders van hypotheken en verzekeringen.”
Dat vormt een grote bedreiging voor het bekostigingsmodel van het betalingsverkeer, constateert Mallekoote. „Als betalingsverkeer onder de streep niets meer oplevert, ga je ook niet meer innoveren. Je moet niet in een situatie verzeild raken dat de banken blijven zitten met alleen de nutsfunctie die geld kost. Dat zij geacht worden geldautomaten te onderhouden en te zorgen voor toepassingen voor ouderen en kwetsbare groepen, terwijl de moderne snufjes die wat geld opleveren naar fintechs of Big Tech gaan. Want als het voor banken niet meer rendabel is, wie gaat die essentiële infrastructuur dan betalen? Moet het uit publiek geld komen? Of moeten nieuwe toetreders wat meer betalen voor het gebruik van die kostbare basisstructuur? Dat is best een zorg.”
tionale concurrenten als Apple Pay en Google Pay. „Nieuwe toetreders en concurrentie zijn belangrijk voor de consument. Die moet keuzevrijheid hebben. Daarom is innovatie van belang.”

De digitale euro is een gevaar voor de financiële sector
 
In Europa wordt nu druk gesproken over een ‘digitale euro’, een publieke variant op de bitcoin. De Europese Centrale Bank zou die moeten uitgeven, zoals ze ook munten en biljetten uitgeeft. Volgens Mallekoote kan de digitale euro een gevaar vormen voor de financiële sector. „Het hangt af van het gebruik. Als consumenten via digitaal geld al hun geld ‘veilig’ kunnen stallen bij de centrale bank, zou dat buitengewoon gevaarlijk zijn voor het bankwezen. Dan elimineer je het eigenlijk, want waarom zou je nog ‘risicovol’ je geld bij banken stallen?
„Dit zou ook andere belangrijke functies van banken uitschakelen. Innovatie van bijvoorbeeld betaalapps moet dan van de centrale bank komen, maar die heeft daarvoor de kennis helemaal niet in huis.”
Ook de functie van banken in het gebruik van spaargeld voor economische groei komt dan in gedrang, denkt Mallekoote. „Spaargeld dient om leningen te verstrekken. Als het geld allemaal bij de centrale bank komt, wat moet die er dan mee?”
Een andere vorm van de digitale euro ziet Mallekoote meer zitten. „We hebben nu geld van papier. Dat zou digitaal kunnen worden: een uniek digitaal bankbiljet naast contant geld.”
De waarde van dat digitale geld moet dan net als bij contant geld gegarandeerd worden door de centrale bank. Dat is anders dan het ‘digitale’ tegoed dat nu op ieders bankrekening staat. Dit particuliere geld is gebaseerd op het vertrouwen in de financiële instelling dat die dat geld kan uitbetalen. „Iedereen zou een bepaald bedrag aan digitaal centralebankgeld kunnen hebben, tot een maximum van 3.000 euro of zo. Dat zou dan gefaciliteerd kunnen worden door de private banken.”

Lees ook: Die digitale euro kan er zomaar komen. Wat is het nut ervan?

De econoom twijfelt wel over de voordelen. „Het is goed dat de centrale bank nadenkt over dit soort innovaties, ook gelet op soortgelijke initiatieven van grote techbedrijven. Maar voor welke maatschappelijke behoefte is dit een oplossing? Ik ben daar nog niet uit. Het digitale geld kan net als contant geld anoniemer zijn, maar je zult je toch ook bij de centrale bank moeten identificeren.
„Die 3.000 euro centralebankgeld geeft wel meer zekerheid dan geld op een gewone bankrekening. Maar je bent als centrale bank wel even bezig dat allemaal op te tuigen. En wie gaat dat betalen? Zijn consumenten bereid voor zo’n ‘veiliger’ rekening meer te betalen dan voor een gewone?”
Wat gaat Mallekoote doen nu hij zijn analyses niet meer kwijt kan ten faveure van de Nederlandse betaalsector? Eerst wil hij in ieder geval uitblazen in zijn vakantiehuis in Zeeland, hardlopend en lezend. Daarna hoopt hij zich nog maatschappelijk in te zetten via een mooie bestuursfunctie of commissariaat. „Eén van de dingen die me nog bezighoudt, is dat we er in Nederland niet in zijn geslaagd een goed en breed werkend digitaal identificatiemiddel te introduceren. Je hebt DigiD, maar dat is alleen voor overheidsdiensten. Er is van Currence een privaat alternatief, iDIN, maar daarmee krijg je geen toegang tot het overheidsdomein. Terwijl in bijvoorbeeld Zweden zo’n universeel toepasbare digitale identificatie wel heel goed geregeld is door overheid en banken.
„Nederland is nu sterk gedigitaliseerd, maar ik denk dat dit op een gegeven moment geremd gaat worden als je voor al die infrastructuur geen goede digitale identificatie hebt. Daarin zie ik nog wel perspectief, om me daar tegenaan te bemoeien.”

Written by 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *