Soms moet de inspecteur een lastig gesprek voeren met een boer die hij bezoekt




De wandelende encyclopedie van De Peel heeft een rappe tong. Inspecteur Sander Leenders rijdt over een Brabants weggetje. Hij zoeft langs megastallen, metershoge silo’s en uitgestrekte kale vlaktes waar in de zomer suikerbieten, aardappelen en mais worden verbouwd. „Kijk”, zegt Leenders, en wijst naar links: „die is van een stopper”. Te zien is een grote stal, waarvan alleen het karkas er nog staat. Het is eigendom van een varkensboer op leeftijd die geen opvolger voor zijn bedrijf kon vinden, vertelt Leenders. De boer verkocht zijn bedrijf aan de overheid. De dieren en de mest zijn inmiddels geruimd. Aan het begin van de oprit staat de luchtwasser, die de stank uit de varkensstal vermindert. „Klaar voor de verkoop” zegt Leenders „Mogelijk verkocht aan een boer uit de buurt.”
Veel boeren staan op een kruispunt: stoppen of doorgaan?
Sander Leenders Inspecteur omgevingsdienst Zuidoost-Brabant
Leenders is toezichthouder bij de omgevingsdienst Zuidoost-Brabant. De omgevingsdiensten controleren of agrarische bedrijven, afvalwerkers en chemische bedrijven zich aan de milieuregels houden. Leenders controleerde de afgelopen tien jaar honderden kippenboeren, melkveehouders, nertsenbedrijven en varkensboeren. Hij kijkt of het aantal dieren in de stallen strookt met die op de vergunning en controleert de emissies die afkomstig zijn van de veehouderij . In zijn tienjarige carrière is Leenders bij zowat elke boer uit de streek wel een keer over de vloer geweest. Verwacht vandaag dus geen handhaver die met piepende banden rondrijdt en aan de lopende band boetes uitdeelt, zegt Leenders. Vandaag is een jonge varkensboer uit Deurne aan de beurt, die op papier 1.100 varkens heeft, aldus Leenders. „Een middenmoter”.‘Onvoldoende afhankelijk’De afgelopen maand werd de omgevingsdienst zelf het onderwerp van onderzoek. Een kritisch rapport van de adviescommissie Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving kraakte het functioneren van de 29 omgevingsdiensten in Nederland. En dat leidt tot onnodige milieu-, gezondheids- en economische schade, volgens de adviescommissie, die het onderzoek in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (I&W) deed.De diensten zijn vaak onvoldoende „onafhankelijk” en laten zich beïnvloeden door gemeenten, provincies en bedrijven. Ook delen de omgevingsdiensten onderling amper informatie, waardoor landelijk overzicht ontbreekt. Inspecteur Leenders ging naar de de Hoge Agrarische School in Den Bosch, een opleiding die ook veel agrarische ondernemers volgen. De afgelopen twintig jaar zijn volgens hem de regels over stikstofuitstoot in de provincie Noord-Brabant enorm aangescherpt: stallen die na 2010 zijn gebouwd, mogen minder uitstoten. En vanaf 2024 worden de regels nog strikter: bijvoorbeeld varkensboeren moeten de uitstoot van ammoniak in hun stallen met 85 procent reduceren. De overheid bood varkensboeren een paar jaar terug een uitweg: de saneringsregeling. Oftewel: tegen een vergoeding stoppen met hun bedrijf. Honderden boeren grepen die kans, volgens het ministerie van Landbouw, Natuur & Voedselkwaliteit. Tientallen van die varkensboeren komen uit de omgeving van Deurne, volgens het Eindhovens Dagblad. De vergoeding, die in etappes wordt uitbetaald, loopt nog.

Nog één keer samen op de foto – dan zijn de varkens van boer Herman Krol weg

Leenders komt ook bij de varkensboeren thuis die overwegen te stoppen. Dat leidt soms tot „lastige gesprekken” aan de keukentafel. Die boeren hebben hun hele leven in de zaak gestoken, zegt hij, en staan op het kruispunt van hun leven. „Je zit aan de keukentafel bij de boer die op diezelfde plek decennia onderhandelde met voerleveranciers, veehouders en de bank. Nu zitten de zoon en dochter ineens ook aan tafel en komt dé vraag op tafel: stoppen of doorgaan?”Decennia geleden lag hier de turf tot wel zeven meter hoog, zegt Leenders en wijst naar het kale boerenland. Land waarop amper iets op te verbouwen was, bleek een uitkomst voor varkensboeren. Leenders zag hoe er schaalvergroting plaatsvond: kleine varkensboerderijen verdwenen en daarvoor in de plaats kwamen megastallen, met duizenden varkens. Varkens en zonnepanelenLeenders draait zijn auto het erf op van varkensboer Jeroen Kuipers (29). Twee grote honden staren hem aan. „Goedemorgen!” zegt Leenders. „Goedemorgen” zegt Kuipers: „Koffie?”. Twee jaar geleden nam Kuipers het bedrijf van zijn vader over, nadat die plotseling kwam te overlijden. Naast de varkenshouderij, waar ook mensen met een verstandelijke beperking werken, heeft hij nog een bedrijf in zonnepanelen. Volgens de adviescommissie die het functioneren van de omgevingsdiensten analyseerde, ontbreekt het de inspecteurs aan „specialistische technische en juridische kennis”. Maar dat geldt niet voor Leenders. Voor het bezoek aan varkensboer Kuipers heeft hij kopieën van diens vergunningen opgevraagd en de data van de chemische luchtwasser uitgeplozen. Uit onderzoek van de universiteit van Wageningen bleek in 2018 dat deze apparaten niet doen wat ze beloven. Uit een steekproef onder 29 van de luchtwassers bleek dat ze slechts 40 procent van de stank reduceren, in plaats van de beloofde 85 procent. Eén luchtwasser ontbreekt nogDe cijfers van boer Kuipers zijn „om door een ringetje te halen”. Wel valt het Leenders op dat de middelste varkensstal nog geen luchtwasser heeft terwijl dat voor 2024 verplicht is. Zo’n apparaat kost minstens een halve ton, legt Kuipers uit, en hij moet nog een aantal andere investeringen doen. Voor volgend jaar schaft hij de luchtwasser aan, belooft hij. Kuipers opent een klein kamertje vol spinnenwebben achter een varkensstal. Aan de muur hangt een klein plastic apparaatje, waarin de data van de luchtwasser zijn opgeslagen. Leenders controleert wanneer het ding voor het laatst een onderhoudsbeurt heeft gehad – een half jaar geleden. Kuipers: „Ik heb geen geheimen.”
Er zitten wel enkele rotte appels tussen
Sander Leenders Inspecteur omgevingsdienst
Driekwart van de bezoeken kondigt Leenders niet aan. Bij ongeveer 1 op de 10 keer is er iets mis, zegt hij. De aard van de overtredingen loopt uiteen: van blusmiddelen die over datum zijn tot een boer die te veel vee houdt. De eerste keer geeft Leenders meestal een waarschuwing, zodat de boer de fout kan herstellen. Er zitten ook enkele „rotte appels” tussen, zegt Leenders. Die gaan calculerend te werk en liegen. Zij riskeren een dwangsom of een strafrechtelijk onderzoek, volgens de inspecteur. De adviescommissie stelde dat de omgevingsdiensten vaak niet „onafhankelijk” genoeg zijn en zich laten beïnvloeden door gemeenten, provincies en bedrijven. Daarover zei de voorzitter van adviescommissie Jozia van Aartsen in NRC: „Aan inspecteurs wordt gevraagd of ze niet wat minder streng kunnen handhaven, bijvoorbeeld omdat een bedrijf een belangrijke economische rol speelt in een gemeente en er veel mensen werken. Dan moet de omgevingsdienst zijn poot stijf kunnen houden.”Hoe lastig vindt deze inspecteur dat laatste? „Ik ben Sander Leenders: prettig in de omgang, maar in de basis een handhaver. Ik houd niemand de hand boven het hoofd.” Wat daarbij helpt, zegt hij, is dat hij de boeren goed kent. Leenders groeide zelf op het platteland op en is „verknocht” aan het boerenwereldje. ,,Ik spreek hun taal en begrijp ook hun problemen.”

Written by 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *