Steun van de dierenvoedselbank: ‘Je gaat je kind toch ook niet wegdoen?’




Zeven jaar geleden kwam een jongetje met zijn konijn naar opvangcentrum Het Knagertje in Den Haag. Hier worden zo’n vierhonderd afgedankte knaagdieren verzorgd door oprichter Geertje Krechting (52) en een groep vrijwilligers. Krechting: „Het jochie huilde non-stop. Zijn moeder vertelde dat het konijn weg moest omdat ze het eten voor het beestje niet meer kon betalen.” 
Krechting vond het zo zielig voor het jongetje dat ze besloot het gezin te gaan steunen met konijnenvoer. „Toen dacht ik: ik ga een voedselbank voor dieren beginnen.”
Nu voorziet Krechting wekelijks zo’n 750 dieren in de regio Den Haag van eten. Vooral katten en honden, maar ook konijnen, cavia’s, een eend, een schildpad en een baardagame, een soort hagedis. Haar dierenvoedselbank in Den Haag was zeven jaar geleden de eerste, intussen zijn er ruim 30 in Nederland. Ter vergelijking: Nederland heeft 170 reguliere voedselbanken met 515 uitgiftepunten.
Afgelopen jaar is het aantal nieuwe klanten van de dierenvoedselbanken flink toegenomen. Overkoepelende cijfers zijn er niet, want ze werken allemaal onafhankelijk van elkaar, maar een rondje bellen met vestigingen in Aalsmeer, Sittard, Nijmegen, Drenthe, Almere en Den Haag levert steevast het antwoord op: ja, het aantal aanvragen is tijdens de pandemie gestegen. Van een lichte stijging (Aalsmeer) tot een toename van 40 procent (Limburg). Krechting: „Door corona zijn er meer mensen met geldproblemen. En meer eenzame mensen; die zijn geneigd om een huisdier te nemen. Of meer dieren erbíj te nemen.”
Oordelen
De voedselpakketten voor de dieren worden in een loods in Den Haag door vrijwilligers samengesteld. De porties worden gewogen, voeding wordt per week meegegeven. Zoals de 2.600 gram brokken voor de zes katten van Angela van Duijne (40). En een pakket met honden- én kattenvoer voor Anton van der Wal (74), zodat Buddha (de hond) en Mickey (de kat) weer zeven dagen te eten hebben.
Van Duijne en Van der Wal kunnen het zelf niet betalen. „Dan moet je je dieren maar wegdoen”, krijgen ze vaak te horen, maar dat is voor beiden geen optie. Van Duijne: „Als je in de problemen komt, doe je je kinderen toch ook niet weg?”
Dat is precies het punt, zegt Geertje Krechting. „Huisdieren geven emotionele steun. Dat is hartstikke belangrijk als je arm of eenzaam bent.” Mensen die in armoede leven, verliezen al genoeg, zegt ze, soms ook vrienden en familie. „Dieren oordelen niet, die blijven altijd bij je.” Zelf heeft ze honden, katten, konijnen en chinchilla’s, een Zuid-Amerikaans knaagdier. Hoeveel precies wil ze niet zeggen, want „straks staat de woningbouwvereniging op de stoep”.
De dierenvoedselbank draait volledig op donaties van particulieren, bedrijven en stichtingen, zoals DierenLot. Restpartijen dierenvoeding en goederen van bedrijven zoals Almo Nature (honden- en kattenvoer) komen ook hun kant op en dierenwinkels doneren soms hun teveel aan voorraad of zakken voer waarvan de houdbaarheidsdatum in zicht komt.

Foto Annabel Oosteweeghel

Foto Annabel Oosteweeghel

Foto Annabel Oosteweeghel

Foto’s Annabel Oosteweeghel
Armoedegrens
Bijna 60 procent van de Nederlandse huishoudens heeft een of meerdere huisdieren. In totaal wonen er in dit land bijna twee keer zoveel huisdieren als mensen: 33 miljoen.
In Nederland leven ook meer dan één miljoen mensen (584.000 huishoudens) onder de armoedegrens, blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Voedselbanken helpen een deel van deze mensen. Bij aanmelding bij de voedselbank start ook een hulpverleningstraject, om mensen te helpen met structurele oplossingen.
Net als met de gewone voedselbank kom je voor de dierenvoedselbank in aanmerking als je als alleenstaande minder dan 230 euro per maand te besteden hebt aan eten en kleding. Gezinnen kunnen al eerder om hulp vragen. Krechting: „Wij zijn coulant. Als iemand 70 euro per week overhoudt, maar daarvan veel geld kwijt is aan medicatie, dan trek ik die kosten ervan af.”
Bij de aanmelding worden ook gegevens over de dieren geregistreerd: naam, soort, geboortejaar, gewicht. Op basis daarvan wordt het eten afgewogen meegegeven. „Mensen mogen geen dieren erbij nemen. Althans, daar krijgen ze van ons geen voer voor.”
SRV-wagen voor dieren
Krechting ziet dat de gezondheid van veel dieren het afgelopen jaar achteruit is gegaan. Dat merkt ze aan de dieren die ze binnenkrijgt bij Het Knagertje en cliënten van de dierenvoedselbank vertellen het haar als ze geen geld hebben voor de dierenarts, of als ze de vlooien- en wormenkuur, de sterilisatie of castratie niet kunnen betalen. „Daar helpen we soms ook bij. Ja, als ik dat niet doe, zitten ze straks met een nest van zes kittens en wordt het probleem alleen maar groter.”
Krechting droomt van een oude SRV-wagen waarmee ze door de stad kan rijden. Nageltjes knippen, honden wassen, katten ontvlooien, dierenvoeding thuisbezorgen, soms een dierenarts mee. „Zo kunnen we ook mensen bereiken die niet naar ons toe kunnen komen.” Samen met haar vrijwilligers zou ze de bus beschilderen, „lekker wild”, vol met portretten van cavia’s, konijnen, honden, katten en vogels.
Waar die SRV-dierenwagen van betaald moet worden, weet ze niet. Sinds de coronacrisis nemen de donaties af, terwijl de hulpvraag toeneemt. Daar slaapt ze slecht van. „Ik moet steeds nieuwe dingen verzinnen om het draaiende te houden.” Sociale media helpen enorm, zegt ze. Als ze een oproep plaatst op Facebook of Instagram, maken mensen gauw 5 euro over. Sommigen zelfs 50. „Ik ben overal blij mee.”
Het Knagertje bestaat in december vijfentwintig jaar, „dat zou een geweldig moment zijn voor de SRV-wagen”. Ze ziet zichzelf al zitten achter het stuur, in haar grijze capuchontrui met logo en in de achteruitkijkspiegel zicht op brokken, blikvoer, hondenmanden, krabpalen, hooi, knaagmateriaal en caviahuisjes. „Mensen zeggen tegen me: ‘Geer, je kan niet alle dieren van de wereld redden’. Maar ik kan het wel proberen, toch?”

Anton van der Wal: ‘Ik geef nog liever mijn hond te eten dan mijzelf’
Anton van der Wal (74) uit Den Haag is het baasje van hond Buddha en poes Micky.
Anton van der Wal met zijn hond Buddha. Foto Annabel Oosteweeghel
Drie jaar geleden overleed de vrouw van Anton van der Wal. „Als ik naar haar foto kijk, mis ik haar zo. We zijn vijftig jaar bij elkaar geweest.” Buddha, een gigantische New Foundlander, is zijn reden om op te staan. „Mijn zoon wilde niet dat ik alleen zat en kwam met deze hond aanzetten. Het beest was achtergelaten door een knul die de gevangenis in ging.”
In de ochtend staat Buddha aan zijn bed. Van der Wal moet zich dan in zijn scootmobiel hijsen omdat zij naar buiten wil. Vorig jaar sprong ze vol enthousiasme in een vieze sloot. Met een huidaandoening kwam ze er weer uit. „Ik heb alleen AOW, de dierenarts kan ik niet betalen. Iemand uit de buurt heeft dure crème voor me gekocht.” Bij de dierenarts wordt Buddha regelmatig gedoucht, „dat kost 17,50 euro voor drie keer met een speciale shampoo. Ik kan haar niet zelf wassen, ze past niet in mijn douche en ik heb slechte knieën.”
Mensen die niet weten wat Buddha voor hem betekent, zeggen: „Je moet je hond wegdoen als je er niet voor kan betalen”. Maar hij geeft nog liever zijn hond te eten dan zichzelf. Toen zijn vrouw overleed, kwamen er wat onverwachte rekeningen. Dat is nu opgelost, maar Van der Wal moest het een hele tijd doen met 50 euro per maand. „Probeer daar maar eens voor een maand boodschappen van te doen.”
Sinds twee jaar krijgt hij het eten voor Buddha en Micky van de dierenvoedselbank. „Ik heb zo veel meegemaakt, met mijn vrouw en onze kinderen. Ik ben het allemaal te boven gekomen en daarom ben ik nu gelukkig met mijn beessies. Mijn hond is mijn alles.”
Voor corona ging Van der Wal vier middagen per week kaarten. „Dat kostte een eurootje per keer, maar ik wil niet de hele dag achter de geraniums zitten.” Nu jokert hij elke woensdag met zijn kleindochter.
Mevrouw van Kesteren: ‘Mensen moeten vaak wat van je, dieren niet’
Mevrouw van Kesteren (50) uit Wassenaar (wil om privacyredenen niet met haar volledige naam in NRC) heeft twee katten, Luna en Meisje.
Eigenlijk zou elk mens dat in armoede leeft een huisdier moeten hebben, zegt Van Kesteren. „Zeker als ze alleen zijn. Het is vaak het enige dat ze nog liefde geeft.” Als je arm bent, heb je zo veel aan je hoofd, zo veel zorgen, soms ben je ten einde raad. Een dier weerhoudt je van „sombere acties”. Zij maakte zich ook dagelijks zorgen om de dieren: hebben ze wel genoeg te eten? De kattenbak is al twintig jaar oud, hoe kom ik aan geld voor een nieuwe? Dankzij de dierenvoedselbank is die zorg er niet meer, zegt ze.
Van Kesteren was evenementenorganisator bij Shell toen ze ziek werd. Ze vecht al dertien jaar tegen kanker, heeft meerdere tumoren overleefd. Toen ze na een hersenbloeding een paar maanden halfzijdig verlamd was en het eten voor de katten niet meer kon ophalen bij de dierenvoedselbank, heeft een van de medewerkers kattenvoer voor een jaar bij haar thuisgebracht. „Een engel, die man. Hij vroeg of de dieren nog iets anders nodig hadden. Een week later stond mijn gang vol: een nieuwe kattenbak, kattenmand, speeltjes, snoepjes.”
Luna en Meisje bieden haar en haar zoon (16) een vorm van veiligheid, zegt ze. „Ze zijn scherp met hun gehoor. Luna heeft me eens gewaarschuwd voor een inbreker, ze sprong op tafel en gromde zoals ze nooit eerder deed.” Van Kesteren ging naar de deur en zag iemand met een zwarte capuchontrui wegrennen, de politie bevestigde later de sporen van braak.
„Onze connectie met dieren is iets speciaals, anders dan met mensen. Mensen moeten vaak wat van je, dieren niet. Ze waken over me. Als ik buikpijn heb, kruipen ze tegen me aan. Lig ik te piekeren, dan gaan ze spinnen zodat ik alleen dát nog hoor en het malen stopt.”
Angela van Duijne: ‘Je kinderen doe je toch ook niet weg bij problemen’
Angela van Duijne (40) uit Den Haag heeft zes katten.
Verspreid door de woonkamer van Angela van Duijne liggen zes katten: Dikkie, Poepi, Sammy, Teddiebeertje, Tijgertje en Joan. Ze is een alleenstaande moeder van drie jonge dochters, in oktober 2019 is haar man overleden. De dieren bieden troost, zegt ze. Als ze het moeilijk heeft, voelen ze dat. „Dan komen ze bij me liggen.”
Van Duijne heeft zorgen, vooral financieel. „Ik geef eerst mijn kinderen en de dieren te eten, daarna mezelf. Mijn dochters moeten nog groeien en ik ben toch al te zwaar.” Ze loopt bij de voedselbank, de kledingbank en de dierenvoedselbank. Ze heeft schulden en als het aan de bewindvoerder ligt, doet ze haar dieren weg. „Maar de katten kunnen er niks aan doen dat ik er een zooitje van heb gemaakt. Als je in de problemen komt, doe je je kinderen toch ook niet weg?”
Toen Van Duijne de katten nam, kon ze de zorg voor de beesten „prima” aan. Bij Duinrell maakte ze vakantiehuisjes schoon, ze was er jaren in vaste dienst. Maar door de crisis is dat werk stil komen te liggen en moest ze een uitkering aanvragen. Daarbij zit ze sinds een paar maanden in de schuldhulpverlening. Ze had 150.000 euro schuld en na het overlijden van haar man kwam zijn schuld erbij. „We hebben spullen besteld die we niet konden betalen, de hele inboedel eigenlijk – bedden, tafels, stoelen, televisies, wasmachine, kleding. Op een gegeven moment kwamen de deurwaarders.”
De gevolgen van haar gedrag ziet ze nu pas in, zegt ze. „Dat we zo moeten leven is mijn schuld, maar de kinderen en de dieren zijn er de dupe van. Als mijn dochters in de speeltuin andere kinderen met een ijsje zien, moet ik uitleggen dat ik dat niet kan kopen. Dat is een rotgevoel.”

Nieuwsbrief
NRC Slim Leven

Stukken die je helpen om je leven fijner en je carrière beter te maken

Written by 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *