Sumatraanse neushoorn is bijna uitgestorven maar genetisch toch divers




Ooit was de Sumatraanse neushoorn wijdverspreid in Zuidoost-Azië. Tegenwoordig zijn er minder dan honderd individuen over in het wild. Een internationaal team van onderzoekers onder leiding van het Zweedse Centre for Palaeogenetics onderzocht hoe kwetsbaar de soort is voor inteelt, door het genoom van zestien neushoorns uit twee geïsoleerde populaties op Sumatra en Borneo te bestuderen. Ook keken ze naar het genoom van vijf Sumatraanse neushoorns uit een uitgestorven populatie op het Maleisisch schiereiland.De genetische diversiteit van de dieren op Sumatra en Borneo is nog verrassend hoog, schrijven de genetici in een artikel in Nature Communications. Maar mutaties en krimpende populaties bedreigen het voortbestaan van de soort.Wereldwijd zijn er vijf neushoornsoorten: de witte en de zwarte in Afrika, en de Indische, de Javaanse en de Sumatraanse neushoorn in Azië. Van die laatste soort is de populatieomvang de afgelopen twintig jaar maar liefst met zo’n 70 procent afgenomen, door jacht en ontbossing. In 2019 stierven het laatste mannetje en vrouwtje van de Sumatraanse neushoornpopulatie op het Maleisisch schiereiland. Ook op Borneo is de situatie nijpend: daar zijn nog maar zo’n tien exemplaren in het wild over.Lange tijd in afzonderingMet hun genoomonderzoek wilden de Zweedse wetenschappers niet alleen achterhalen hoe genetisch divers de twee overgebleven populaties op Sumatra en Borneo nog zijn, maar ook of ze – met het oog op voortbestaan van de soort – eventueel met elkaar te kruisen zijn. Vooral op Borneo leeft de Sumatraanse neushoornpopulatie al lange tijd in afzondering, schrijven de onderzoekers: naar schatting stopte al zo’n 300.000 jaar geleden de uitwisseling met de andere populaties. De zeespiegel stond toen in principe laag genoeg om uitwisseling tussen de eilanden mogelijk te maken, maar een open savanne zou als een geografische barrière hebben gediend. De Maleisische en Sumatraanse populaties zouden pas zo’n 13.000 jaar geleden van elkaar gescheiden zijn geraakt.Aan het genoom van de uitgestorven Maleisische populatie was te zien dat er een hoge mate van inteelt was, maar opvallend is die bij de twee nog levende populaties vooralsnog afwezig. Wel zijn er relatief veel schadelijke mutaties aanwezig, die bij verdere uitdunning voor een toename van erfelijke ziekten kunnen zorgen. Bovendien wordt de kans op inteelt ook groter als de populaties nog kleiner worden.Een kruising tussen de verschillende populaties is niet per se een goed ideeEen kruising tussen de verschillende populaties klinkt daarom als een goed idee, juist om de genetische diversiteit te vergroten. Maar het kan ook leiden tot een minder gezonde populatie, omdat dieren in geïsoleerde populaties soms heel specifieke genetische aanpassingen hebben aan hun leefgebied. Verse aanwas van buitenaf zou die aanpassingen verminderen. Ook zouden er zo meer ongewenste mutaties in de populatie kunnen komen. Om die reden raden de Zweedse onderzoekers aan om voor de kruising de individuen met zo min mogelijk mutaties te selecteren.Overigens hoeft het kruisen niet per se met nog levende dieren te gebeuren: er kan ook kunstmatige inseminatie met sperma van een al overleden neushoornmannetje plaatsvinden. Zo is bijvoorbeeld al sperma ingevroren van de inmiddels overleden Kertam, het laatste mannetje dat nog in gevangenschap op Borneo leefde. Eenzelfde tactiek is al toegepast bij de noordelijke witte neushoorn, een Afrikaanse ondersoort die zo goed als uitgestorven is. In september 2019 lukte het Italiaanse onderzoekers om twee eicellen van noordelijke witte neushoornvrouwtjes te bevruchten, met ingevroren sperma van overleden noordelijke witte neushoornmannetjes. Die embryo’s zijn vooralsnog opgeslagen in een tank met vloeibaar stikstof, waarin het genetisch materiaal nog tientallen jaren houdbaar blijft.

Lees over de noordelijke witte neushoorn: Uitgestorven… of toch niet?

Written by 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *