Sympathieke adoptiemoeder voor een piepjong bonobokind




Amper een half jaar hing bonobovrouw Fula rond bij de BI-groep in het Wamba-bos in Congo, met haar dochtertje Flora. En daarna verdween ze weer. De Japanse primatologen, die een aantal lokale bonobogroepen al sinds 1973 in de gaten houden, zagen haar niet meer terug.Maar Flora wel. Want een jaar later duikt het nog steeds piepjonge bonobokind (dan 2,5 jaar) ineens op bij een ándere Wamba-groep, de PE-groep. Zonder moeder, die waarschijnlijk dood is, maar toch is Flora niet alleen: een jonge bonobovrouw uit de PE-groep, Marie (18 jaar), heeft haar op sleeptouw genomen, samen met haar eigen jonge kinderen (2 en 5). Marie is een complete moeder voor Flora, zagen de onderzoekers: liefkozen, dragen, voeden, vlooien, geruststellen met het typische bonobo-genitaliën-wrijven, en zelfs zoogt Marie Flora. Wel zagen de onderzoekers, onder leiding van Nahoko Tokuyama (universiteit van Kyoto), dat Marie haar eigen kinderen vaker vlooit. Bij de laatste observaties in oktober 2020, anderhalf jaar na Flora’s komst, draait ze nog steeds mee in het ‘gezin’ van Marie, schreef het betrokken primatologenteam op 18 maart in Scientific Reports.Sympathiek van Marie, zo’n adoptie, terwijl ze ook de zware zorg draagt voor twee eigen kinderen. Maar biologen breken zich er het hoofd over. Want wat is het evolutionaire nut van de grote moeite die Marie zich troost voor een adoptiekind? Haar eigen genen worden er niet mee vooruit gebracht. De traditionele verklaring voor dit soort altruïsme in het dierenrijk is sinds de jaren zestig: ‘kin selection’: het indirect bevoordelen van eigen genen door het bevoordelen van familie. Zoals de bedenker ervan, de Brit J.B.S. Haldane, ooit een in café zou hebben uitgeroepen: „Ik wil best mijn leven opofferen voor twee broers. Of acht neven” – geheel in overeenstemming met de genetische verwantschapspercentages. Maar genetische-verwantschap lijkt tussen Marie en Fula niet aan de orde.Promiscue chimpanseesAdoptie bínnen de groep, die meestal uit verwanten bestaat, komt vaker voor bij primaten. Maar van buiten de groep leek adoptie uiterst zeldzaam. Er waren tot nu toe twee gevallen bekend: één door een franjeaap-groep in Angola en één in een springaapjes-groep uit Brazilië (waarbij serieus de vraag is of die springaapjes wel goed kunnen onderscheiden of zo’n loslopend kind van binnen of buiten de groep komt).Het onderzoek van Tokuyama en haar team lijkt deze zeldzaamheid nu te veranderen, want naast Marie en Fula doen ze ook verslag van een tweede adoptie van buiten bij de bonobo’s van het Wamba-bos, in dezelfde periode, 2019-2020. De oudere vrouw Chio (ca. 55 jaar), die sinds 2012 bij de PW-groep was, en sindsdien niet zwanger meer was geweest, had ineens de zorg op zich genomen voor een drie jaar oud bonobo-meisje, dat niet eerder in het woud was gezien. De onderzoekers noemden het kind Ruby. Net als bij Fula bleek uit een dna-test dat Ruby niet in de vrouwelijke lijn verwant was aan een van de bekende Wamba-bonobo’s. Of beide jonge bonobo’s verwekt zijn door mannetjes uit de groep is niet bekend. Maar onderlinge herkenning van familie van vaderskant is bij de promiscue bonobo’s niet erg goed ontwikkeld, schrijven de onderzoekers.
Je ziet bij de even promiscue chimpansees dat vaders wel vaker met hun eigen kinderen spelen dan met kinderen van een ander
Karline Janmaat primatoloog
Dat klopt, zegt primatoloog Karline Janmaat over die slechte herkenning. „Je ziet bij de even promiscue chimpansees dat vaders wel vaker met hun eigen kinderen spelen dan met kinderen van een ander, maar herkennen van een nichtje is een stuk lastiger.” Janmaat is universitair docent aan de UvA en namens Artis ook bijzonder hoogleraar cognitieve gedragsecologie in Leiden. Het adoptie-onderzoek in het Wamba-woud noemt ze „superinteressant”. Janmaat: „Ik snap wel dat adoptie van buiten de groep nu juist bij bonobo’s wordt gezien. Heel anders dan bij chimpansees en andere primatensoorten zijn bij hen de verhoudingen met naburige groepen veel relaxter, bonogroepen trekken soms dagen samen op. Ik vermoed dat dat komt doordat bij de bonobo’s de vrouwen de baas zijn. Mogelijk leidt dat tot minder conflicten, omdat de bazen van de twee buurgroepen, de vrouwen, vaak verwant zijn aan elkaar. Dat komt weer doordat de dochters net als de bij de chimps naar buurgroepen migreren als ze ouder worden. Maar bij chimps zijn de bazen van twee buurgroepen mannen en dus minder verwant en wellicht daarom minder tolerant tegenover elkaar.”De onderzoekers sommen in Scientific Reports een reeks klassieke redenen op waarom een bonobo of een chimpansee veel inspanningen zou doen voor een kind dat niet van haarzelf is, en dat bij deze twee gevallen in het Wambawoud dus waarschijnlijk zelfs niet eens familie is. Het kan voor de adoptiemoeders nuttig zijn om zo te ‘oefenen’ met kinderverzorging, maar dat lijkt hier niet op te gaan. Marie kon al naar hartelust ‘oefenen’ met haar eigen kinderen en de oude Chio had die oefening echt niet meer nodig.Een ander mogelijk nut is dat de adoptiekinderen later belangrijke bondgenoten worden van de moeder in het complexe sociale machtsspel van de mensapengroep. En bij de tolerante bonobo’s kan dat dus ook nut hebben als zo’n bondgenoot vervolgens naar een naburige groep vertrekt. Verder kan het ‘bezit’ van een kind veel belangstelling trekken bij andere leden van de groep, hetgeen de sociale status van de moeder verhoogt. Dat kan meespelen bij Chio.Sjouwen met twee kleintjesEn natuurlijk, schrijven de onderzoekers, kunnen de adoptiemoeders ook worden gedreven door wat zij noemen de ‘bijproducten’ van evolutionaire aanpassingen, zoals het hevige verlangen om een kind op te voeden. Die drang is bijzonder nuttig als het gaat om eigen kinderen, maar in deze adoptiegevallen slaat die drang dus over op ándere kinderen. Een paar jaar voor de adoptie van Ruby liep Chio al een maand lang rond met het lijkje van een klein aapje, een roodstaartmeerkat. Dat zien de primatologen ook als een uiting van dat zorginstinct op zoek naar een object, alsof Chio dus met een babypop rondliep.„In de verklaringen moet je echt duidelijk onderscheid maken tussen verschillende niveaus”, zegt Janmaat daarover. „Je hebt dus het ‘ultimate’ niveau: wat is uiteindelijk het evolutionaire nut? Maar er is óók het ‘proximate’ niveau: wat beweegt in dit concrete geval zo’n moeder om een kind te adopteren? Proximaat is hier echt de sterke neiging om zo’n jong kind vast te houden. Een extreem voorbeeld daarvan is de leeuwin die haar eigen jong verloren heeft en dan een antilope lijkt te adopteren! Bij primaten zie je daarbij grote verschillen in persoonlijkheid. Zo’n Marie, die nu loopt te sjouwen met twéé kleintjes en dan nog een grotere er achteraan, zo zullen echt niet veel bonobomoeders het doen! Ik heb zoiets zelf ook in Ivoorkust gezien, bij een chimpanseegroep waarin door ziekte veel kinderen hun moeder waren verloren. Eén vrouwtje nam daar maar liefst drie van die wezen op sleeptouw, terwijl andere vrouwtjes hun handen al vol hadden aan hun ene eigen kind.”
Noemen we adoptie bij mensen dan ook een vergissing?
Frans de Waal primatoloog
Moeten we die adopties dan zien als ‘proximate vergissingen’ van een sterk ‘ultimaat’ moederinstinct? Vanuit Atlanta, Georgia, reageert primatoloog Frans de Waal (Emory University) enigszins geïrriteerd op die vraag. „Het woord ‘vergissing’ valt verkeerd bij me”, antwoordt hij per e-mail. „Een cynische term van biologen die gefixeerd zijn op evolutionair nut van gedrag. Noemen we adoptie bij mensen dan voortaan ook een vergissing?”De Waal wil het best nog even uitleggen: „Er is erg veel gedrag in de natuur dat een uitbreiding is van oorspronkelijk geëvolueerde neigingen. Als mensen een walvis terug in de zee duwen, maken ze gebruik van empathie die – dat kan ik je verzekeren! – niet geëvolueerd is om zeezoogdieren te redden. Het is een verrijking en uitbreiding van de oorspronkelijke neiging.”Maar dat betekent dan toch dat het nut van zo’n sterk moeder- en empathieinstinct uiteindelijk opweegt tegen die kostbare zijwegen die daardoor ontstaan en misschien evolutionair veel minder nuttig zijn? De Waal: „Niet slecht, maar het blijft een adaptationist verhaaltje.” Hij vindt een andere conclusie uit dit onderzoek veel belangrijker: „Kijk eens naar die vreedzame contacten tussen de bonobogroepen. Wij mensen krijgen steeds maar te horen hoe we afstammen van oorlogvoerende apen (killer apes), maar we hebben dus een zeer naaste verwant die helemaal niet in dit verhaal past.”

Nieuwsbrief
NRC Wetenschap

Op de hoogte van kleine ontdekkingen, wilde theorieën, onverwachte inzichten en alles daar tussenin

Written by 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *