Tegenmacht? Leuk, maar nu niet




Niets is krachtiger dan een idee waar de tijd rijp voor is, schreef Victor Hugo ooit. Van Herman Tjeenk Willink zou je deze week kunnen zeggen: niemand zo krachtig als een informateur met ideeën waar de tijd rijp voor is. Lees veertig jaar oude kranteninterviews met hem, pak zijn eindverslag als informateur in 2017 erbij, kijk daarna zijn persconferentie van woensdagavond, en het is zijn consistente boodschap die opvalt.In 1980: „De politiek verliest de greep op de maatschappij. De besluitvorming stagneert en vormt daarmee een aanslag op de parlementaire democratie.” In 1985: „Het parlement heeft te weinig controle op de macht.” En deze week: „Een dichtgetimmerd regeerakkoord zet de oppositie buitenspel en hindert de tegenmacht.”Aan zijn boodschap is niets veranderd. Aan zijn toehoorders wel: die lijken bereidwilliger dan ooit om ermee aan de slag te gaan. „Er is lang niet zó indringend door partijen gezegd: er moet iets veranderen”, constateerde Tjeenk Willink woensdag. Het was half januari al te horen in het debat over de Toeslagenaffaire, in een lange bijdrage van CDA-Kamerlid Pieter Omtzigt over „macht en tegenmacht”. Mark Rutte, in het nauw gedreven, nam die ideeën zaterdag ineens over, hij had er zelfs „radicale ideeën” over – welke precies bleef onduidelijk. Toen op woensdag de Kamer debatteerde over de nieuwe Kamervoorzitter, hadden veel parlementariërs het óók over het belang van dualisme. Herstel van vertrouwen – in elkaar en in de overheid – is de kern van de formatieopdracht van Tjeenk Willink geworden. BV NederlandZo is het zwaartepunt van de formatie verschoven naar grote institutionele en culturele veranderingen. Nog steeds hangt de vraag wie met Rutte wil boven de formatie. Maar Tjeenk Willink depolitiseerde de rol van Rutte direct, in een poging het gesprek over het herstel van de democratische rechtsorde te laten gaan. Niet alleen Rutte, zei de informateur, is verantwoordelijk voor die cultuur. Het gaat om „de dynamiek van het stelsel zelf die heel moeilijk te doorbreken is”. Toen Tjeenk Willink in 1985 de noodklok luidde, kwam net het ‘new public management’ op. De overheid moest bedrijfsmatiger gaan werken, de publieke sector verzakelijken. In die geest is de premier vooral de manager van de BV Nederland, passen politici op de winkel en worden de overheidsfinanciën teruggebracht tot een ‘huishoudboekje’, in plaats van een strijd over de verdeling van schaarse middelen. Wat publiek was, kwam vaak in private handen, met een onmachtige overheid tot gevolg. Het sociaal contract tussen burgers en overheid is gebroken, stelt Tjeenk Willink in zijn boek Groter denken, kleiner doen, en constateert ook onder meer Kim Putters, directeur van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP), regelmatig. De overheid is te wantrouwig tegenover burgers en doet niet meer wat mensen van haar verwachten.

Lees ook dit interview met Herman Tjeenk Willink uit 2018: ‘De roep om een snelle oplossing is vals’

Intussen ontbreekt het aan politieke tegenmacht. Kamerleden constateren al langer dat ze een slechte informatiepositie hebben tegenover het kabinet, dat de verhoudingen te monistisch zijn. De Kamer zit er als volksvertegenwoordiger tegenover het bestuur, maar in de praktijk zijn coalitiepartijen vooral vertegenwoordiger van dat bestuur. De tegenstelling is coalitie tegenover oppositie, minder parlement tegenover regering. De kritiek op die monistische coalitiepolitiek is al veel langer te horen. Dualisme werd in 1994 ook door aantredend premier Wim Kok bepleit, om daarna met het uitroepen van een wekelijks ‘Torentjesoverleg’ met coalitieleiders de fracties alsnog strak te binden aan gemaakte afspraken. De Nationale Conventie van 2006, bedacht in de naweeën van de Fortuyn-revolte van 2002 om het systeem nu eens écht te vernieuwen, constateerde: „Een andere werkwijze is nodig om de Tweede Kamer een draai van 180 graden naar de samenleving te laten maken en zich onafhankelijker ten opzichte van het kabinet op te stellen.” En de „vrome wens” om regeerakkoorden op hoofdlijnen te sluiten, die coalitiefracties minder in een confectiepak zouden dwingen, „klinkt regelmatig en dan vooral voor of na, echter maar zelden tijdens kabinetsformaties”, constateerde de staatscommissie-Remkes in 2019. Revolutie bleef uitKamerleden die meer dualisme willen, moeten het dus vooral dóén. Maar in de praktijk moet blijken of het zo werkt. Hoe gaan Kamerleden zich straks opstellen in procedurevergaderingen, waarin de Kamercommissies hun agenda’s maken? Welke ruimte geeft de coalitie, vaak oververtegenwoordigd in die vergaderingen, aan de versplinterde oppositie? En hoeveel ruimte geeft de coalitie zichzelf als er een crisis uitbreekt? En als de Kamer meer controle wil, geeft het de rapporten van de Rekenkamer waarin beleid getoetst wordt dan voortaan meer aandacht dan de jaarlijkse ‘Verantwoordingsdag’? In de discussie over het versterken van tegenmacht ontbreekt vooralsnog de maatschappelijke component. Een sterkere democratische rechtsorde gaat ook over een sterke ‘maatschappelijke democratie’, schreef Tjeenk Willink in Groter denken, kleiner doen: vrije burgers voor wie deelname aan de democratie meer is dan eens in de vier jaar stemmen, die ook actieve maatschappelijke medezeggenschap hebben. Tal van commissies, van die onder leiding van oud-premier Biesheuvel in de jaren tachtig tot de staatscommissie van Remkes, concludeerden dat de invloed van burgers op de politiek vergroot moet worden. Alle kregen ze als antwoord van de politiek: goed idee, maar nu even niet. Zo ontmantelt het bestel telkens toch weer de vernieuwingsgeest, weigert het een „revolutie te maken voor die uitbreekt”, zoals D66-oprichter Hans van Mierlo bepleitte – met kiezersopstanden en vastlopende bestuursculturen tot gevolg. De luiken van het Binnenhof moesten na de populistische doorbraak van 2002 open, maar vielen toch gauw weer dicht. Na de Toeslagenaffaire en Ruttes leugen moet de komende jaren blijken of de door Den Haag gewenste veranderingen er dit keer wél echt komen. Tjeenk Willink temperde woensdagavond alvast de verwachtingen: „Wat veertig jaar één richting op gegaan is, draai je niet in veertig dagen terug.”

Lees ook: Formatie vastgelopen? Bel Herman Tjeenk Willink!

Nieuwsbrief
NRC De Haagse Stemming

Volg de formatie op de voet en word zelf een Haagse ingewijde

Een versie van
dit artikel
verscheen ook in

NRC Handelsblad
van 10 april 2021

Een versie van
dit artikel
verscheen ook in

NRC in de ochtend
van 10 april 2021

Written by 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *