Tijd om een week te twittervasten




‘We moeten het gewicht van deze verdrietige tijd gehoorzamen”, zo citeerde ik een jaar geleden in deze krant King Lear. Het was de tijd dat het coronavirus nog maar even onder ons was en je overal nog opgetogen duiding lezen kon. De natuur zou ons iets willen vertellen, meende de een. Het was een noodzakelijke druk op de resetknop, stelde de ander. Oh ja, en Shakespeare schreef tijdens een pestepidemie zijn King Lear, werd creatieven allerwegen toegefluisterd. Geestelijk hamsteren, noemde ik dat toen. Dat je als het ware té snel té veel duiding inslaat. Nu de pandemie alweer zijn tweede lente beleeft wordt van deze omdenkers van het eerste uur weinig meer vernomen. In plaats daarvan lijkt zich een zeker coronachagrijn in onze samenleving te hebben genesteld. Je zag het in de reacties op de positieve test van verkenner Ollongren, afgelopen donderdag. Slechts een enkeling wenste haar beterschap, of een voorspoedig herstel. Honderden anderen vielen direct over haar heen met snelle speculaties. Wie zou ze hebben besmet? Moest ze niet thuis haar uitslag afwachten? Kon dat verkennen niet gewoon online? Stuk voor stuk legitieme vragen, zonder meer, maar wat toch opviel is dat we na een jaar pandemie een besmetting niet langer als noodlot, maar als moedwil zijn gaan zien. ‘Je had het toch kunnen voorkomen?’Nog voor het middaguur kon ditzelfde commentariaat haar speculaties alweer op Ollongrens A4’tje richten. Ook journalisten sloegen op Twitter driftig aan het duiden over wat dat omineuze ‘Positie Omtzigt, Functie elders’ nu toch kon betekenen. Het verweer van de nieuwe verkenners, dat de notities deels gebaseerd zouden zijn op geluiden in diezelfde media, werd subiet afgeschoten door het journaille. Jaja, zo klonk het, ‘de media hebben het zeker weer gedaan’. ‘We moeten weer opnieuw nieuwsgierig worden’, hoorde ik een collega vorige week zeggen. Ik zeg het hem graag naEen populair geluid is het vermoedelijk niet, maar is het nu werkelijk uitgesloten dat de notities inderdaad een echo vormden van de fluistercampagne over Omtzigt, die de maandag ervoor nog in een veelbesproken column in de Telegraaf beland was? We weten het simpelweg nog niet. Maar ook hier ging het oordeel aan de feiten vooraf. Het móést Rutte zelf wel wezen, zo leek het.De boosheid hierover was nauwelijks weggeëbd of je had alweer het incident rond multitalent Bilal Wahib en vervolgens die vermaledijde refo’s, die tóch ter kerke gingen. Zo rollen eerst de socials en daarna in hun slipstream de kranten en tv-rubrieken een jaar na corona ons land bereikte van de ene in de andere kwestie. En wat telkens opvalt is hoe snel we als journalisten daarbij ons oordeel klaar hebben. Het doet je afvragen of een tijdje twittervasten voor journalisten in deze week voor Pasen niet eens gezond zou wezen. Let wel, het is natuurlijk niet zo dat Wahib, Rutte en Ollongren bij voorbaat vrij van blaam zouden zijn. Maar tegenover het snelle oordeel staat niet per se vrijspraak, maar nieuwsgierigheid. Naar de feiten, omstandigheden en bijzonderheden. Ook als die onze aannames weerspreken. Het lijkt de kunst, kortom, om ons oordeel wat vaker op te schorten. „We moeten weer opnieuw nieuwsgierig worden”, hoorde ik een collega vorige week zeggen in een vergadering. Ik zeg het hem graag na.

Written by 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *