Topcoureur Rinus Veekay : met 370 kilometer per uur richting eeuwige roem in de IndyCar




Een bolletje vanille-ijs. Zo vierde Rinus van Kalmthout twee weken geleden zijn eerste overwinning in de Amerikaanse IndyCar Series. Hij had een afspraak gemaakt met zijn fitnesstrainer: normaliter hanteren we een strak topsportersdieet, maar als ik win, mag ik mezelf trakteren. Eigenlijk wilde hij een stuk cheesecake, zijn favoriete toetje. Maar ze gingen naar het enige restaurant in Indianapolis waar ze geen cheesecake hadden. Zondagavond heeft hij een nieuwe kans op een smakelijk toetje. Van Kalmthout start als derde in de 105de editie van de Indianapolis 500, de grootste autorace ter wereld. Het is zijn tweede deelname. Vorig jaar maakte hij als tiener zijn debuut op de Indianapolis Motor Speedway en verbaasde hij vriend en vijand door zich als vierde te kwalificeren. Een slechte pitstop verhinderde een goede eindklassering in de race. Nu is hij terug en hoopt hij in de voetsporen te treden van zijn landgenoot Arie Luyendyk. Saillant detail: die startte in 1990, op weg naar zijn eerste van twee Indy 500-zeges, ook vanaf de derde plaats.IndyCar, dat is toch drie uur lang linksaf sturen, ze rijden daar alleen maar rondjes? Het is vermoedelijk de meest hardnekkige mythe rond de Amerikaanse autosport. Behalve dat er inmiddels nog maar drie ovals op de IndyCar-kalender staan, zijn de 500 mijl (ruim 800 kilometer) van Indianapolis een uitdaging zonder weerga. Want ja, het is vier keer linksaf, maar wel met een gemiddelde snelheid van 370 kilometer per uur. De hersenen van de coureurs draaien overuren om alle indrukken te verwerken. Hun grootste vijanden zijn de fluctuerende wind en temperatuur, een kort concentratieverlies en de gestaag slijtende banden – buiten de 32 concurrenten op de baan.Paard en wagenDe Indy 500 is ook het grootste eendaagse sportevenement ter wereld. In 2020 waren de tribunes leeg vanwege de pandemie. Dit jaar zijn 135.000 toeschouwers welkom, maar doorgaans zitten er zo’n 400.000 mensen langs de baan.Het is een race die al zo oud is, dat de straten nog volop bevolkt werden door paard en wagen toen hij voor het eerst werd verreden. Sinds 1911 zijn talloze helden geboren op Indianapolis en de race is een onmiskenbaar onderdeel van de Amerikaanse cultuur.Nederlandse deelnemers aan de Indy 500 zijn schaars. Luyendyk was de eerste en meteen de succesvolste. Hij debuteerde in 1985, werd Rookie of the Year (beste nieuwkomer) en won de race in 1990 en 1997. In de Verenigde Staten is hij een levende legende en de mentor van Van Kalmthout. Jan Lammers probeerde zich in 1986 te kwalificeren, maar kampte met ondermaats materiaal. Meer recent deden Arie Luyendyk jr. en Robert Doornbos allebei één keer mee. En nu is er dus Rinus van Kalmthout, in de VS bekend als Rinus VeeKay – de fonetische uitspraak van zijn laatste initialen, omdat ‘Reenus Ven Kelmthoet’ te lastig is voor veel Amerikanen.

Rinus van Kalmthout op de Indianapolis Motor Speedway, eerder deze week.
Foto Brian Spurlock/Getty Images

Hij begon net als zoveel andere jonge snelheidsduivels op de go-karts, na aanhoudend zeuren bij vader Marijn, die zijn geld verdiende als autodealer. Van Kalmthout senior maakte een afspraak met zijn zoon: ik koop een kart voor je en betaal de rekeningen, maar je moet je ieder jaar verbeteren. Doe je dat niet, dan is het feest voorbij, want ik gooi geen geld in een zwart gat.Dat liet Van Kalmthout zich geen twee keer zeggen. Eerst maakte hij furore in de nationale kartkampioenschappen, daarna op internationaal niveau. In 2017, zestien jaar oud, was hij klaar voor de volgende stap: de formuleauto’s. Maar waar de meeste Nederlandse racetalenten de Europese ladder richting de Formule 1 beklimmen, vertrokken de Van Kalmthouts naar de VS. Rinus wilde zijn held Arie Luyendyk achterna: de IndyCar Series halen en de Indy 500 winnen. Bovendien boden de drie opstapklassen onder de IndyCars iets wat in Europa niet bestaat: scholarships. De kampioen van iedere Road to Indy-klasse krijgt een cheque om daarmee de volgende stap omhoog te financieren. Dat concept klonk vader Marijn als muziek in de oren.RaceromanticusZoon Rinus schoot als een raket door het ontwikkelingsprogramma, leerde razendsnel en had genoeg aan één jaar in iedere klasse. Hij werd tweede in 2017, kampioen in 2018 en weer tweede in 2019. Na twee goede testdagen had Ed Carpenter, de eigenaar van het gelijknamige IndyCar-team, genoeg gezien. Van Kalmthout kreeg een contract voor het seizoen 2020. Hij werd meteen verkozen tot beste rookie. Er is nog een reden dat Van Kalmthout graag naar Amerika wilde. Hij zal het zelf niet snel zo uitdrukken, maar hij is een raceromanticus. Toen hij nog een dreumes was, bezat zijn vader een Benetton Formule 1-wagen uit 1997. Nadat hij het gehuil van de V10-motor achterin had gehoord, was Rinus verkocht. Dat wilde hij ook. Rauwe, pure autosport, zonder al te veel poespas.Waar het wereldkampioenschap Formule 1 inmiddels zo professioneel en strak gestreken is dat het een welhaast klinische bedoening is geworden, doet IndyCar denken aan de pure racerij van vroeger. Zoals Van Kalmthout het zelf graag zegt: „IndyCar is als de Formule 1 van twintig jaar geleden.”IndyCars zijn geen ultrageavanceerde machines waarbij het soms de vraag is of de coureur de auto bestuurt of andersom. Een IndyCar heeft zelfs geen nieuwerwetse uitvindingen als stuurbekrachtiging aan boord. Daardoor zijn de auto’s fysiek vaak veeleisender dan Formule 1-wagens, zoals voormalig F1-coureur Romain Grosjean merkte toen hij deze winter de overstap maakte.De IndyCar Series is ook op racebanen van de oude stempel, omringd door grind, gras en betonnen muren. Op veel moderne F1-banen kan een coureur eens een foutje maken, waarna hij op een uitloopstrook van asfalt terechtkomt en zijn weg vervolgt. In de Amerikaanse racerij eindigt een coureur meteen in het grind of, op de stratencircuits en ovals als Indianapolis, in de muur. IndyCar is daarmee onvergeeflijker en vaak een grotere uitdaging.Menselijke factorHet is juist die uitdaging die IndyCar voor veel F1-bannelingen zo interessant maakt. Grosjean reed in de Formule 1 vooral voor spek en bonen mee, omdat slechts een handvol auto’s goed genoeg zijn voor de zege. In IndyCar beschikt iedereen over hetzelfde chassis; de enige technische variatie zit hem in de motor – Chevrolet of Honda – en de dempers. De belangrijkste variabele is de menselijke factor: de coureurs en hun ingenieurs. Dat maakt de kans op succes veel groter. Ga maar na: de eerste vijf races van dit seizoen kenden vijf verschillende winnaars. Drie van hen, onder wie Van Kalmthout, wonnen voor het eerst. Na jaren in de F1-achterhoede behaalde Grosjean al in zijn derde race poleposition, de eerste startpositie, en een tweede plaats aan de finish. In IndyCar kán het.Dat is ook dit weekend in Indianapolis het geval. Elk van de 33 rijders die zondagavond starten, kan de race winnen. Zoals de beroemde autosportcommentator Murray Walker, eerder dit jaar overleden, het zou uitdrukken: in de Indy 500 kan alles gebeuren, en meestal is dat ook het geval.Crashes horen erbij op Indianapolis. Wie precies in de muur eindigt is nog onduidelijk, maar dát een paar rijders voortijdig uit hun racewagen zullen stappen, is vrijwel zeker. Wanneer een van die crashes voorvalt, werpt de wedstrijdleiding de full course yellow: het veld wordt weer bijeengeraapt en cirkelt op lage snelheid rond terwijl de rotzooi wordt opgeruimd. Dit is het moment waarop de strategen aan de pitmuur in hun element komen en een fascinerend tactisch steekspel begint. Zij beginnen te rekenen: maken we nu een extra pitstop voor brandstof en banden of blijven we toch nog even ‘buiten’ terwijl de rest de pits opzoekt, om zo mogelijk posities te winnen? De juiste keuze kan het verschil zijn tussen het vieren van de zege of, pakweg, de kleurloze elfde plaats.Echter, de belangrijkste factor is of je een auto hebt die wérkt. Het is de ongrijpbare magie van de Indy 500. Soms komt een coureur aan bij het circuit, rolt de auto uit de trailer en valt er geen land mee te bezeilen. Iedere veteraan heeft wel eens zo’n editie meegemaakt waarbij de moed je steeds verder in de schoenen zakt en de meimaand vooral heel lang duurt. Maar er is ook een ander scenario, waarbij de afstelling vanaf de allereerste ronde klópt. Dan plakken de coureurs er na vijfhonderd mijl het liefst nog eens vijfhonderd aan vast. Van Kalmthout heeft net als vorig jaar een auto die werkt. Zondagavond begint hij aan de buitenkant van de prestigieuze eerste startrij, hij is de jongste coureur in de geschiedenis van de Indy 500 die dat presteert. Wie weet staat er aan de finishlijn wel een verse cheesecake voor hem klaar.
Wat is IndyCar?
De IndyCar Series is de Amerikaanse tegenhanger van de Formule 1. De coureurs rijden in open formulewagens, met een vermogen van zo’n 700 pk, zeventien races per seizoen op drie soorten circuits in Noord-Amerika: reguliere wegcircuits, stratenbanen en ovals. IndyCar vereist daarmee meer veelzijdigheid van coureurs dan de Formule 1 en is razend competitief, doordat iedereen met vrijwel hetzelfde materiaal rijdt. De Indianapolis 500 is het kroonjuweel op de kalender, zowel qua prestige als prijzengeld – de winnaar ontvangt zo’n 2,5 miljoen dollar (2,04 miljoen euro).

Een versie van
dit artikel
verscheen ook in

NRC Handelsblad
van 29 mei 2021

Een versie van
dit artikel
verscheen ook in

NRC in de ochtend
van 29 mei 2021

Written by 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *