Topspelers gaan steeds langer mee: ‘Tennis is echt een ervaringssport’

Topspelers gaan steeds langer mee: ‘Tennis is echt een ervaringssport’

[ad_1]


Een onderhandse service op 15-30 in de vijfde set, en vervolgens het punt winnen. Ruim een meter voor de baseline gaan staan voor een return op matchpoint, en zo een dubbele fout en winst in de partij afdwingen. Het waren ongekende acties van Michael Chang in 1989 op Roland Garros in de vierde ronde tegen de nummer één van de wereld Ivan Lendl.Bijzonder was ook de leeftijd waarop de Amerikaan Chang dit flikte. Pas zeventien was hij. Dat was hij nog steeds toen hij een paar dagen later de titel won door in de finale van Stefan Edberg te winnen. Chang is nog altijd de jongste mannelijke winnaar van een grandslamtoernooi ooit. De kans dat dit record gebroken gaat worden, wordt steeds kleiner. Het zal waarschijnlijk ook niet gebeuren tijdens Roland Garros, dat zondag is begonnen. Topfavoriet Rafael Nadal is 34 jaar, net als Novak Djokovic. En in de top-30 van de wereldranglijst staat momenteel maar één tiener; de 19-jarige Italiaan Janik Sinner, op plek 19. In de tophonderd staan naast Sinner nog twee tieners, dat is het. Daar tegenover staat dat er op de meest recente ATP-ranglijst 39 dertigplussers tussen de beste honderd tennissers ter wereld staan. Het is een trend die zich al tientallen jaren voltrekt in het mannentennis: tussen 1987 en 2017 nam de gemiddelde leeftijd van de tophonderd toe van 24,3 naar 28,7 jaar. Toptennis is een sport geworden voor relatief oudere spelers.Geen tennissers maar atletenLogisch, zegt oud-tennisser John van Lottum: de sport heeft zich ontwikkeld, vooral op fysiek vlak. „Wij waren in onze tijd tennissers. De spelers van nu zijn echt atleten.” Trainen deed je vooral op de tennisbaan, met een beetje conditietraining ernaast, zegt Van Lottum, die tussen 1996 en 2006 prof was. „Nu zijn ze bezig met pilates, met yoga, of ze wel of niet gluten moeten eten en in welk bed ze liggen. Dat is niet meer te vergelijken met onze tijd.” Trainen gebeurt nu gerichter, zegt Jacco Eltingh, oud-speler en tegenwoordig technisch directeur bij de Nederlandse tennisbond KNLTB. „Trainingen zijn korter, maar beter voorbereid. Er is nu veel meer kennis over periodisering, wat je precies wel en niet moet doen en wanneer.” Daardoor kunnen spelers de zware belasting van een professionele carrière beter volhouden, ziet Eltingh. „Een tennisleven kan en mag nu langer duren dan vroeger.” Wat daarbij ook een belangrijke rol speelt, zijn de financiën. Omdat er bij de grote tennistoernooien veel meer geld te verdienen valt dan vroeger, kunnen topspelers zich een team van verzorgers en coaches veroorloven. Van Lottum: „Het kost al gauw twee ton om een jaar lang te kunnen rondreizen naar toernooien en een groep begeleiders te betalen. Dat kan niet iedereen bekostigen.” Maar de toename in prijzengeld heeft het daarentegen ook weer moeilijker gemaakt voor jonge tennissers om door te breken, zegt Van Lottum. „Het meeste geld zit tegenwoordig bij de grote toernooien. Als je daar niet speelt, dan blijven er weinig mogelijkheden over om goed te verdienen.” Hij rekent voor: een nederlaag in de eerste ronde van een grand slam levert zo’n 25.000 euro op, het winnen van een eerste ronde bij een Challenger, een toernooi op het tweede profniveau, een paar honderd euro. Juist deelname aan de grote toernooien is, mede door toedoen van tour-organisator ATP, lastiger geworden, zegt Van Lottum. „Vroeger kon je de top-100 halen zonder ATP-toernooien te spelen, en het goed te doen in Challengers. Maar er zijn minder toernooien, en de puntentelling is zo aangepast dat die route is afgesloten.” Het gat tussen de top-100 en de spelers daaronder wordt almaar groter. Maar spelers hebben tegenwoordig ook langer de tijd zich te ontwikkelen tot een toptennisser. „Tennis is echt een ervaringssport”, zegt Tjerk Bogtstra, oud-captain van het Nederlandse Davis Cup-team. Het leven als prof, tennis beschouwen als een vak, het nomadenbestaan op de tour; daar moeten jonge spelers volgens Bogtstra aan wennen. „Het constant spelen op hoog niveau, de mentale weerbaarheid die je daarvoor nodig hebt, dat moet je leren. Daarom hebben de meeste spelers zeker vijf jaar [professionele ervaring] nodig om door te breken.” Bij de KNLTB zijn ze zich daarvan bewust, zegt Jacco Eltingh. Waar de begeleiding van de Nederlandse talenten vroeger ophield als ze te oud werden voor Jong Oranje, is er tegenwoordig meer mogelijk. „Een jongen als Botic van de Zandschulp [25 jaar, 154ste van de wereld] blijven we langer ondersteunen.” Ook bij talenten en hun ouders en begeleiders proberen ze het onderwerp onder de aandacht te brengen, zegt Eltingh. „We laten ze weten dat er geen man overboord is als ze niet direct de top halen. Ze kunnen zich ook op latere leeftijd nog ontwikkelen.” In 2018 en 2019 leek de trend van steeds ouder wordende toptennissers ineens te keren. De gemiddelde leeftijd viel terug naar 27,2 jaar, maar die trend bleek van korte duur. In 2020 steeg de leeftijd weer tot boven de 28 jaar. CoronamaatregelenHet afgelopen jaar is volgens John van Lottum echter „niet representatief”. Door de beperkende coronamaatregelen konden alleen de grootste toernooien, zoals drie van de vier grand slams, doorgaan, en dan nog niet allemaal. Kleinere toernooicircuits zoals Futures en Challengers kregen die mogelijkheid niet. „Terwijl dat de kweekvijvers zijn van talent”, zegt Van Lottum.Maar een nieuwe generatie topspelers dient zich wel degelijk aan. Tennissers als Daniil Medvedev (Rusland), Stefanos Tsitsipas (Griekenland), Alexander Zverev (Duitsland), Andrey Roeblev (Rusland) en Matteo Berrettini (Italië) staan in de top-10 en zijn 25 jaar of jonger. Dat ze nog geen grand slams hebben gewonnen, komt vooral door de mannen boven ze, zegt Bogtstra. „Je moet niet vergeten: wat Federer, Nadal en Djokovic hebben gepresteerd, is exceptioneel. En omdat ze blijven winnen, blijven ze doorgaan.”

[ad_2]

admin

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *