Uitnodiging per brief – NRC




Mijn vrouw kreeg een brief van J. A. van Vliet. Het lijkt geen opwindende gebeurtenis, maar ik kan zonder enige overdrijving vaststellen dat ons huis even op zijn grondvesten stond te trillen. De opwinding was begrijpelijk omdat we naar deze brief hadden toegeleefd, ook al wisten we niet eens dat J. A. van Vliet hem zou schrijven, sterker nog, we hadden nog nooit van J. A. van Vliet gehoord. Dat geldt ongetwijfeld voor miljoenen Nederlanders. Daar zal nu snel verandering in komen, want J. A. van Vliet is arts en, nu komt het, programmamanager coronavaccinatie RIVM. Wie vroeger zijn hoop op voorspoed in dit leven vooral gevestigd had op Onze Lieve Heer, Allah of andere goddelijke grootheden, is nu aan J. A. van Vliet overgeleverd. Even vroeg ik me af of hij wel echt bestond en deze oerhollandse naam misschien een pseudoniem was van de premier zelf, die ook al zo’n nuchtere naam heeft. (Wist u overigens dat ‘rut’ betekent: alles verloren hebben, niets meer bezitten – een synoniem dus van ‘blut’? En ‘ruttelen’ is niet veel gunstiger: ratelen, pruttelen, rommelen.)Enig gegoochel op Google leerde me dat Van Vliet een reëel bestaande man is, die zich ‘Hans’ laat noemen en op 12 november 2020 zelfs al geïnterviewd is door NRC. Hij voorspelde bij die gelegenheid dat het hele vaccinatieproces pas in het voorjaar zou beginnen en een heel jaar zou duren. Al deze ernstige feiten konden de pret in huize Abrahams niet drukken, de eerste alinea van de brief van J. A. van Vliet werd zelfs enkele malen hardop door mij voorgelezen, alsof het poëzie van J. C. Bloem was. „Met deze brief nodig ik u uit voor de vaccinatie tegen corona. U komt vanwege uw leeftijd in aanmerking voor vaccinatie. De vaccinatie is gratis. U beslist zelf of u de vaccinatie haalt.” Uit de tweede zin blijkt waarom ikzelf helaas nog niet zo’n brief gekregen heb: ik ben enkele jaren jonger dan mijn vrouw, „een andere generatie eigenlijk”, voeg ik er weleens tactloos aan toe. Mijn vrouw kon online een afspraak maken. „U heeft hiervoor uw DigiD nodig”, stond erbij, wat bij mij altijd weer tot de pijnlijke vraag leidt of ik wel een DigiD héb en zo ja, waar is dat ding dan gebleven? Mijn vrouw heeft er wel een, maar ze maakte toch maar liever een telefonische afspraak met J. A. van Vliet. „Je zult zien dat je volgende week al bij hem terecht kunt”, riep ik haar enthousiast achterna, „en als alles meezit mag je me misschien over anderhalve maand weer kussen.”Een kwartiertje later liep ze verhit bij me binnen. Ze had niet J. A. van Vliet, maar ene ‘Maria’ gesproken. Een vriendelijke vrouw – al die RIVM’ers, Jaap van Dissel voorop, zijn vriendelijke mensen; daarom vergeef ik ze graag hun strenge trekjes. Maar een afspraak? Nee, dat was nog even niet mogelijk. „We kunnen nu in Amsterdam geen plek vinden, alles is vol”, had Maria gezegd, „bovendien ligt het hele systeem er even uit.” „Waar kan het wel?” vroeg mijn vrouw. „Badhoevedorp”, zei Maria. Mijn vrouw weigerde – ze zag zich al in een taxi naar Badhoevedorp, terwijl het virus nog een állerlaatste poging deed om haar via de kieren naast het plexischerm achter de chauffeur te belagen. „Dan wacht ik liever nog even”, zei ze.„J. A. van Vliet zal er alle begrip voor hebben”, verzekerde ik haar.

Nieuwsbrief
NRC Vandaag

Elke ochtend een overzicht van onze beste stukken en al het belangrijke andere nieuws

Een versie van
dit artikel
verscheen ook in

nrc.next
van 12 maart 2021

Written by 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *