‘Utregse toestanden’: roddels, ruzies en torenhoge schulden




Vijftig jaar en negen maanden bestaat FC Utrecht. Voortgekomen uit de zieltogende semiprofclubs DOS, Velox en Elinkwijk. De drie bloedgroepen stonden een sportief succesvolle fusie niet in de weg: nooit gedegradeerd, drie KNVB-bekers en soms actief in Europa. De successen gingen gepaard met herkenbaar, aanvallend voetbal. Eerst met eigen kweek – Amsterdammer Co Adriaanse was bij de aftrap in 1970 de enige niet-Utrechter – later samengesteld met spelers uit heel Europa en erbuiten. En dat alles kritisch gadegeslagen door een trouwe aanhang die met de kreet Forza FC Utrecht hun helden naar voren schreeuwt. Theo Aalbers vatte het vechtvoetbal tijdens zijn voorzitterschap (1984-1993) kernachtig samen: „Oorlog in de zestien en een ambulance bij de poort.”Opgestroopte mouwen willen ze zien in stadion Galgenwaard, dat voor zijn eerste verbouwing in 1981 door de supporters eigenhandig werd ontmanteld. Onder het mom: ‘Bunnik Side: voor al uw zinloos geweld’. Bij de tweede verbouwing eind jaren negentig hadden de bouwmeesters last van grootheidswaanzin. Een glazen paleis annex luchtkasteel. De veel te dure investering leidde mede tot een schuld van tientallen miljoenen. Met dank aan de gemeente (lees: PvdA-wethouder en supporter Hans Spekman) overleefde de club in 2003 ternauwernood een faillissement. De geschiedenis had zich herhaald. Begin jaren tachtig was de FC onder surseance van betaling gesteld, doordat zij niet kon voldoen aan een naheffing van de FIOD, die een waslijst aan financiële overtredingen had vastgesteld. Onder leiding van doelman Hans van Breukelen – vijftien jaar later als directeur technische zaken medeverantwoordelijk voor oplopende schulden – ging de selectie van deur tot deur met kwartetspellen. Hun single We geven niet op werd een lokale hit. De actie leverde 66.000 handtekeningen op – de gemeente gaf het beslissende, financiële duwtje in de rug.Wespennest, slangenkuilIn het jubileumboek Utregse toestanden geeft Rob van Scheers een kijkje achter de schermen. Over bestuurders (te veel om op te noemen) en hoofdsponsors (eerst AMEV, later Phanos) die ruziënd over elkaar heen buitelen. Wespennest, slangenkuil, labyrint: alle geïnterviewden gebruiken verschillende woorden maar bedoelen steeds hetzelfde. „Overal waar geldgebrek en ambitie elkaar kruisen, breekt vroeg of laat crisis uit”, schrijft de auteur. Het motto in zijn voorwoord, vrij naar Shakespeares Hamlet: „Al is het waanzin, toch zit er methode in.” Die methode laat zich grofweg zo omschrijven: te dure huishouding (spelers, stadion, personeel), met als gevolg oplopende schulden, met als gevolg redding door derden (externe geldschieters of de gemeente). Oud-voorzitter Jan van de Kant, eigenaar van een stukadoorsbedrijf in Bunnik, over de boekhouding midden jaren negentig. „Je wilt van alles, maar er is altijd wat. Je gaat met z’n allen die tunnel in.” Emotie en ontlading tijdens en na de wedstrijd, vervolgens een hapje en een drankje aan de bar. Onder het mom: zien en gezien worden, handenschudden, stevige schouderklop, zakendoen. Kwartetten met rekeningenHet jubileumboek is een opeenstapeling van anekdotes over beloofde gouden bergen, gedaan door bestuurders en geldschieters wier hart voor de club te snel klopt. Pas sinds een jaar of tien worden betaald voetbalclubs structureel geleid door directeuren die op hun beurt worden gecontroleerd door commissarissen. Met als gevolg: minder rode cijfers maar ook minder sappige anekdotes. „We konden kwartetten met de onbetaalde rekeningen”, zegt oud-directeur Martin Sturkenboom over de financiële situatie kort na de eeuwwisseling. In zijn openingstoespraak als interim-bestuurder zei hij: „Heren … naar mijn bescheiden mening … is de club naar de kloten.”Het puinruimen kon beginnen en zou niet meer ophouden tot in 2008 voor 16 miljoen euro 61 procent van de aandelen werd gekocht door Frans van Seumeren, de zakenman die in 2001 met zijn bedrijf Mammoet de gezonken onderzeeër Koersk naar boven takelde in de Barentszzee. Toen Van Seumeren zeven jaar later het roer overnam nam in de Galgenwaard, klonk het cynisch: „Specialist zinkende schepen, past prima bij FC Utrecht.” In zijn openingstoespraak zei hij met pretoogjes: „Dames en heren, mijn accountant vindt het een heel slecht idee, ik doe het toch.” Sindsdien legt hij elk jaar een paar miljoen bij uit eigen zak. Hij heeft de club gered, zeggen vriend en vijand. Maar hij moet niet op de stoel van de trainer gaan zitten – en zeker niet aan hun stoelpoten zagen, in het geval van Willem van Hanegem en recent John van den Brom. Zoals het in de wandelgangen klinkt: „Fransie is de baas en dat wil hij weten ook.”
Rob van Scheers: Utregse toestanden Een koningsdrama in de Galgenwaard. De Kring, 221 blz. € 19,99,-
●●●●●

Written by 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *