‘Van z’n veren moet de nachtegaal het niet hebben’

‘Van z’n veren moet de nachtegaal het niet hebben’

[ad_1]


Of ik een witte zakdoek kan meenemen, heeft Dick de Vos (63) me gevraagd. We hebben in de avondschemering afgesproken op parkeerplaats Duindamseslag bij Noordwijk, en De Vos zelf is van verre te herkennen aan zijn apparatuur: telescoop, verrekijker en audiorecorder. De zakdoek is niet bedoeld om zíjn aandacht te trekken, maar die van de nachtzwaluw, die dezer dagen vanuit Afrika arriveert. „Met wat geluk zien en horen we vanavond de eerste. Soms kun je ze in het donker lokken met een witte zakdoek.”

CV Partij voor de Dieren

Dick de Vos (1958) is literatuurwetenschapper, consultant, oud-politicus voor de Partij voor de Dieren en vogelgeluidenkenner. Ook werkt hij als vogelgids bij reisorganisatie BirdingBreaks. Eerder schreef hij onder andere de boeken Wat zingt daar? en Veldgids Vogelzang. Ode aan de nachtegaal (verschenen bij KNNV Uitgeverij) is zijn nieuwste boek.
Toch staat een andere vogel vanavond nog hoger op onze verlanglijst. De nachtegaal, die in deze weken overuren maakt: in weerwil van hun naam zingen de mannetjes nacht én dag, om vrouwtjes te versieren en andere mannetjes op afstand te houden. De Vos, vogelgeluidenkenner en ooit opgeleid als literatuurwetenschapper, schreef er een boek over, Ode aan de nachtegaal. „Van z’n veren moet-ie het niet hebben, als je hem ziet dan is het een vrij onooglijk bruin vogeltje. Maar door de zang hebben zóveel schrijvers zich laten inspireren, van Shakespeare tot Homerus, van Oscar Wilde tot John Keats. Soms als symbool van verboden liefde, zoals in Romeo en Julia: ‘Wil je al weg? Het is nog lang geen dag / Het was de nachtegaal, geen leeuwerik / wiens zang diep in jouw angstige oren drong…’ Zoals de veldleeuwerik bij kuisheidheid en licht hoort, zo is de nachtegaal verbonden met duisternis en lust. Later hebben monniken de nachtegaal proberen te reframen, door hem te laten staan voor het lijden van Christus. Toch was ‘luisteren naar de nachtegalen’ nog lange tijd een eufemisme voor seks.”Hoe zingt een mannelijke nachtegaal op z’n verleidelijkst?„Nachtegalenzang bestaat onder meer uit trillers en fluitstrofen – lange fluittonen die vaak steeds luider worden. Die trillers hoor je vooral overdag en zijn bedoeld om andere mannetjes op afstand te houden. ’s Nachts nemen de fluitstrofen in frequentie toe: tot wel 20 procent bestaat dan uit die mooie, langgerekte crescendo’s. Een volwassen mannetje beheerst gemiddeld 180 verschillende strofen, en vrouwtjes kiezen meestal voor een partner met de grootste diversiteit.”Maar ze kunnen toch niet uren blijven luisteren om strofen te turven?„Nee, de Wageningse hoogleraar gedragsecologie Marc Naguib, die ik voor mijn boek interviewde, heeft vastgesteld dat de meeste vrouwtjes voor de partnerkeuze maar een paar minuten bij een mannetje rondhangen. Maar in die tijd kunnen ze blijkbaar óók al best veel informatie ophalen. Hoe een mannetje op z’n buren reageert, bijvoorbeeld, met contrazang en overlap. Ook de lengte en het volume van de tonen bieden informatie. En wellicht verwerken ze een spanningsboog in hun zang, door minieme variaties, net zoals Simeon ten Holt in Canto Ostinato. Vergeet niet dat die vogels zelf ook allerlei nuances kunnen onderscheiden die wij niet eens horen.”Bij de zoektocht naar Osama Bin Laden zijn zelfs ornithologen geraadpleegdOm de paar minuten blijft De Vos staan. „Hoor je dat, die monotone hoge triller? Een sprinkhaanzanger.” En: „De roodborst. Die doet me altijd aan componist Paul Hindemith denken. Al zou je er ook jazz in kunnen horen.”Het herkennen van vogelgeluiden is door de jaren heen veel meer geworden dan een hobby. Hij schreef er diverse boeken over, waaronder Wat zingt daar? en de Veldgids Vogelzang.Wat maakt vogelzang zo fascinerend? „Toen ik me begon te interesseren voor vogels, dacht ik: iederéén concentreert zich al op het uiterlijk, laat ik eens wat anders doen. Elke vogel heeft zijn eigen geluid, en daardoor is het soundscape hier in de duinen heel anders dan in een loofbos of op de heide. We zijn als mensen vaak zo visueel ingesteld dat we voorbijgaan aan die geluiden, maar je kunt er zoveel informatie uithalen, ook over regio. Bij de zoektocht naar Osama Bin Laden zijn zelfs ornithologen geraadpleegd omdat er op de achtergrond van zijn video’s vogelgeluiden te horen waren.„En natuurlijk vind ik het ook mooi. Voor een nachtegalenexcursie kom ik met liefde om 04.00 uur ’s ochtends mijn bed uit – wat dat betreft is het goed dat het zangseizoen maar tot eind juni duurt, anders zou ik uitgeput raken.”Nee, nee, de sprinkhaanzanger klonk veel hoger!Is de nachtegaal je lievelingszanger?„Eerlijk gezegd vind ik de merel mooier, melodieuzer. De nachtegaal klinkt soms als dj Armin van Buuren. Dzjing-dzjing-dzjing, technoritmes.”We worden ingehaald door een groepje pubers met draagbare boxen. De Vos trekt zich niets aan van de bonkende muziek – zijn oren zijn afgesteld op de vogels. „Grasmus! Bosuil” Dan, opgetogen: „De nachtzwaluw! Hoor je dat monotone, snorrende geluid? Prrrrrrrrr. Wat een geluk. Wat prachtig. En dat zonder zakdoek.”Voor mij klinkt hij precies zoals die sprinkhaanzanger van daarnet.„Nee, nee, de sprinkhaanzanger klonk veel hoger! Er zijn verschillende manieren om vogelgeluiden te leren onderscheiden. Door mee te gaan op een excursie of door ezelsbruggetjes: een winterkoning klinkt zoals een wekkertje, een baardman als zingend ijs, een roodborsttapuit als tegen elkaar geslagen steentjes. Zelf heb ik voor mijn eerdere boeken een zangsleutel ontworpen. Zo onderscheid je in eerste instantie bijvoorbeeld roffels, strofenzang en continuzang. Als die continuzang monotoon is, dan heb je drie opties. Een lage zoem: dat is de snor. Een hoge ratel: de sprinkhaanzanger. En een ratel op twee toonhoogten: de nachtzwaluw.”Hoe omschrijf je de nachtegaal?„Vrije strofenzang. Explosief, vaak met lange fluitende begintonen. Dat klinkt zo gezegd misschien nog wat abstract, maar als je eenmaal oefent met aandachtig luisteren ga je steeds meer details herkennen. Net zoals je op een familiefeestje naast de stem van je tante ook die van je moeder of je oma kunt onderscheiden.”Ach, de stakker. Geen geluk in de liefdeToch zijn zelfs grote musici wel de mist ingegaan, schrijf je in Ode aan de nachtegaal. Componist Ottorino Respighi bijvoorbeeld.„Ja, in het derde deel van zijn Pini di Roma, uit 1924, is aan het eind een nachtegaal te horen, en Respighi gaf zelfs aan welke grammofoonplaat met vogelzang daarvoor gebruikt moest worden. Ik luisterde oude opnames af en vond de strofen veel langer en trager dan normaal. Ik vroeg me dus af of het wel een echte nachtegaal is en ging te rade bij wat vogelkenners. Die gaven me gelijk: het bleek een getrainde kanarie. Die was destijds makkelijker op te nemen dan een wilde nachtegaal.”

Lees over de pijnbomen in de Italiaanse hoofdstad: Via kerstbomen meegelifte luis bedreigt Romeinse pijnboom

Over wilde nachtegalen gesproken: horen we er daar één in de verte?„Ja! Dat is er één. Die lange, luide fluittonen, onmiskenbaar. Ach, de stakker. Geen geluk in de liefde. Want de mannetjes die je nu, in juni, ’s nachts nog hoort zingen zijn de vrijgezellen. De overblijvers. Laten we hopen dat hij over een paar nachten niet langer hoeft te zingen.”

Nieuwsbrief
NRC Wetenschap

Op de hoogte van kleine ontdekkingen, wilde theorieën, onverwachte inzichten en alles daar tussenin

[ad_2]

admin

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *