Verlichting is juist: interesse in andere culturen




Na de moord op Theo van Gogh in 2004 had iedereen – nu ja, iedereen, een aantal mensen in Amsterdam – het plotseling over de Verlichting. Ayaan Hirsi Ali was het nieuwe baken van de Verlichting, de oprukkende islam was de contra-Verlichting. Nu wordt opnieuw veel geschreven over de Verlichting, maar vanuit een geheel andere invalshoek: ingegeven door de ‘woke-cultuur’.Ian Buruma is schrijver en publicist.
De Verlichting is een vaak misbruikte term. Het kan van alles betekenen: een losse groep van voornamelijk achttiende-eeuwse vrijdenkers die religieuze dogma’s bestreden of een aantal min of meer samenhangende seculiere waarden die staan voor de menselijke rede en intellectuele vrijheid. ‘Durf te denken’ was het devies van Immanuel Kant. (‘Onze’ Spinoza was voorzichtiger: hij waarschuwde vrijdenkers om hun gedachten te beperken tot een kleine kring.)Kritiek op alles wat met de Verlichting samenhangt komt meestal uit rechtse hoek. Reactionaire filosofen als Joseph de Maistre (1753-1821), maar ook heel wat gereformeerde politici geloven dat de teloorgang van religieuze autoriteit onherroepelijk zal leiden tot moreel verval en sociale wanorde – vandaar de Anti-Revolutionaire Partij. Wit aan de topMaar in onze eigen tijd krijgt de Verlichting het steeds harder te verduren van links. De Verlichting, en ook de studie van de klassieke oudheid, die in die periode zijn voorbeeldige status kreeg, wordt nu vaak geassocieerd met racisme. Onlangs verscheen er een artikel in The New York Times over een zwarte hoogleraar in de geschiedenis van het oude Rome. Deze professor Dan-el Padilla Peralta vindt dat wit racisme door het onderwijs in de oude talen wordt bevorderd. De schrijfster van het artikel over Padilla, Rachel Poser, bracht dit als volgt onder woorden: „Verlichtingsdenkers hebben een hiërarchie opgezet met Griekenland en Rome, als wit bestempeld, aan de top en al het andere daaronder.” Het argument van Padilla en Poser is dat er in deze opzet geen plaats is voor „gemarginaliseerde” minderheden. Om wit racisme tegen te gaan is het zaak om de erfenis van de Verlichting en dus ook het onderwijs in klassieke talen heel anders in te richten, of zelfs af te schaffen. Het is nooit slecht om nog eens goed na te denken over het verleden. Zowel de Verlichting als de klassieke wereld zijn vaak op fetisjistische wijze ingezet om allerlei tegengestelde en vaak onverkwikkelijke doelen na te streven. Europees imperialisme is een voorbeeld: het British Empire als het nieuwe Rome. Het westerse liberalisme hangt nauw samen met de Verlichting en met koloniale expansie. Sommigen zien ook het communisme als een uitwas van de Verlichting. Het fascisme bediende zich van voorbeelden uit de klassieke oudheid, zie de Nazi-architectuur. Zelfs Auschwitz wordt weleens gezien als de perverse consequentie van het Europese rationalisme.De vraag is of het zin heeft om ras te betrekken bij de Verlichting. Critici van de Verlichting of het westerse liberalisme wijzen graag op het feit dat denkers als Voltaire dingen zeiden over zwarten die nu volstrekt niet door de beugel zouden kunnen. Zijn opvattingen over de intellectuele inferioriteit van Afrikanen waren in de achttiende eeuw nauwelijks uitzonderlijk. Maar door eigentijdse rassentheorie op de tijd van Voltaire te projecteren, missen we een essentieel aspect van de Verlichting: de intellectuele nieuwsgierigheid. Aanspraak op universalismeBelangstelling voor andere, met name voor niet-westerse culturen, was voor Verlichtingsdenkers even belangrijk als hun aanval op religieuze dogma’s. De eerste (Engelse) vertaling in Europa van het hindoeïstische geschrift Bhagavad Gita stamt uit 1785. Dit was geen kwestie van exotisme, maar van serieuze academische studie. Voltaire mag Afrika niet serieus hebben genomen, hij las wel gretig middeleeuwse Perzische poëzie, net als Diderot overigens. En zijn eerbied voor de Chinese beschaving was zelfs overdreven. China, een land (volgens hem) bestuurd door seculiere filosofen, was in zijn ogen superieur aan Frankrijk dat voor de revolutie nog in handen was van de kerk en een absolute monarchie. Voltaire was een intellectuele voorganger van de Parijse Maoïsten die de vermeende verhevenheid van verre culturen gebruikten om de eigen samenleving te hekelen. Het probleem met de Verlichting, of althans met de manier waarop het begrip is toegepast, zit hem niet zozeer in de huidskleur van de voornaamste denkers, als wel in de aanspraak op universalisme. Deze pretentie heeft te maken met diezelfde kosmopolitische belangstelling: de menselijke rede beperkt zich niet tot een bepaald land of ras. In naam van de rede en de vrijheid werden de Franse en Amerikaanse republieken in revoluties geboren. Beide landen delen de overtuiging dat hun waarden universeel zijn. De stichters waren bij uitstek kinderen van de Verlichting. En leiders van beide landen, van Napoleon tot George W. Bush, geloofden in hun missie om minder verlichte volkeren de vrijheid bij te brengen, zo nodig met geweld. Heel wat onbezonnen oorlogen zijn gevoerd in naam van de vrijheid. We leven nog steeds met de gevolgen. Maar de universele pretentie heeft ook positieve aspecten. Nederlanders of Engelsen hadden moeite (en hebben dat eigenlijk nog steeds) om te aanvaarden dat hun koloniale onderdanen deel konden uitmaken van hun nationale cultuur, hoezeer zij ook hun best deden. Engelsen deden vaak wat lacherig over een Indiër die Shakespeare beter beheerste dan de meeste Britten. Fransen daarentegen, hadden geen moeite om Léopold Senghor, uit Senegal, op te nemen als volwaardig lid van de Académie Française. De Franse beschaving was tenslotte universeel. Een obsessie met identiteit, raciaal of nationaal, is altijd een verarming, een provinciale vernauwingDit maakte het niet altijd makkelijk voor francofone Afrikanen. Schrijvers als Senghor werden door hun landgenoten snel gezien als hielenlikkers van de koloniale heersers. Frankrijk is ook niet altijd een toonbeeld van raciale gelijkheid. Maar in theorie is de Franse opvatting van beschaving inclusief. Duitsers of Engelsen hebben hun eigen cultuur, maar dat is niet hetzelfde als een beschaving. De VS lijken meer op Frankrijk wat dit betreft. Dat iedere immigrant in de VS wordt gezien als een landgenoot is een cliché en ook beslist niet altijd waar, maar het is meer waar dan in Nederland of Duitsland. De kwade gevolgen van de universele aanspraak liggen ook voor de hand. Niemand vindt het prettig als sterkere landen hun waarden opdringen, en zeker niet als dat met geweld gepaard gaat. Zelfs Europeanen die wel wat zagen in de Franse leuze ‘Vrijheid, Gelijkheid en Broederschap’ hadden geen boodschap aan Napoleons Grande Armée. De invasies in naam van vrijheid en democratie van Amerikaanse troepen in Vietnam of Irak waren evenmin welkom. Napoleons veroveringen leidden in de negentiende-eeuwse Duitse landen tot een defensieve culturele reactie, die samenviel met de Romantiek. In plaats van universele waarden en het Franse rationalisme zochten veel Duitsers hun heil in de volksgeest, de schoonheid van eigen bodem, de dichterlijke ziel van de Duitse taal. Het was een bewust gekozen provincialisme als reactie tegen globale pretenties. Dit heeft prachtige gedichten opgeleverd en enkele sublieme landschapsschilders, maar ook een gevaarlijker soort nativisme, een uitsluiting van mensen die niet pasten in het idee van eigen Bloed en Bodem.

Lees ook: De mens verscheurd tussen verlichting en romantische antiverlichting

Aanpassen aan waarden als vernederingIk denk dat een vergelijkbaar conflict zich nu herhaalt in de identiteitspolitiek, met name in de VS. Een groeiend aantal mensen gelooft dat ze worden gedwongen zich aan te passen aan bepaalde waarden (noem het een beschaving), gevormd door de Verlichting, het liberalisme, de klassieke oudheid en dus ook door ‘witheid’. De claim dat deze waarden universeel zouden zijn, wordt door mensen die zich buitengesloten voelen gezien als een vernederende aanmatiging, net als de Franse pretenties van Napoleon destijds. Het oude ideaal van de VS als een smeltkroes wordt steeds meer gezien als een kroes met maar één kleur: wit. Anderen hebben zich maar aan te passen. Zwarten, latino’s, Amerikanen met een Aziatische achtergrond: ze eisen hun eigen culturele eigenheden op, hun eigen waarden, hun eigen volksgeest. Het resultaat is een verwarring tussen ras en cultuur.Wat moeten we verstaan onder een ‘Asian-American’? Een Amerikaan met een Koreaanse achtergrond heeft qua ras niets gemeen met iemand uit een Thaise of Pakistaanse familie. Maar er is ook geen gemeenschappelijke cultuur. Er is hoogstens een sociologische overeenkomst: het gevoel van uitsluiting, discriminatie, niet gehoord te worden in de wereld van witte overheersing.Inclusiviteit is nu alom de eis. Ook mensen met een niet-witte huidskleur moeten zich thuis kunnen voelen in een westerse maatschappij. Maar hoe precies? Als de nalatenschap van de Verlichting en de klassieke oudheid gelden als ‘wit’, wat zijn dan de culturele tradities van latino’s of Asian-Americans: Spaans, Azteeks, Vietnamees? In Europa, waar meer wordt gekeken naar nationale herkomst of religie dan naar ras, ligt dit misschien iets anders, maar niet noodzakelijk eenvoudiger. De positieve kant van de VerlichtingMaar als we de Verlichting afdoen als witte cultuur en dus als exclusief, dan missen we juist de positieve kant ervan: die interesse in andere culturen – en niet in specifieke rassen – die we allemaal kunnen delen.

Praat mee met NRC

Onderaan dit artikel

kunnen abonnees reageren.

Hier leest u meer over reageren op NRC.nl
.
Er wordt in kranten en tijdschriften veel aandacht besteed aan de politieke standpunten en artistieke expressies van etnische minderheden. We horen minder over de culturen waar die minderheden vandaan komen. Er is steeds minder plaats op universiteiten voor de studie van buitenlandse talen en literatuur. De media staan vol verhalen over het gebrek aan diversiteit in culturele instellingen. Maar over niet-westerse culturen wordt veel minder geschreven. Dit is het gevolg van de verwarring tussen ras en cultuur.De beste reden om Homerus, Ovidius, Shakespeare of Jane Austen te lezen is niet om te leren hoe witte mensen denken, en je daaraan aan te passen of je ertegen te verzetten. Integendeel, hun huidskleur is het minst interessante facet van deze schrijvers. We lezen hen om hun menselijkheid die wij met hen delen. Zo ook Chinese poëzie uit de Tang-dynastie, Perzische gedichten van Saadi, Het verhaal van Genji uit Japan, en ook het werk van Léopold Senghor. Het belang van deze meesterwerken is niet dat zij de stemmen vertegenwoordigen van de een of andere raciale gemeenschap, maar dat we onszelf erin kunnen herkennen. Een obsessie met identiteit, raciaal of nationaal, is altijd een verarming, een provinciale vernauwing. Grote beschavingen komen voort uit vermenging. Dit is de belangrijkste les die we kunnen leren van de Verlichtingsdenkers. Ze hadden wellicht allerlei blinde vlekken die we hen in onze onmetelijke wijsheid voor de voeten kunnen werpen. Maar ze keken verder dan de wereld waarin ze geboren werden. Ze zochten hun inspiratie overal, en hebben de beschaving daardoor voor iedereen verrijkt.

Nieuwsbrief
NRC De Haagse Stemming

Volg de formatie op de voet en word zelf een Haagse ingewijde

Written by 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *